PretLetters

Februari 2006

Vrije tijd

Sun, 26 Feb 2006 13:17 +0100

Google Groups discussiegroep: PretLetters Reageer via de discussiegroep bij Google.

Vrijdag zag ik een goede vriend, we noemen hem even Jos. Hij hielp me uit de brand met het gekeurd krijgen van mijn zweefvliegaanhanger voor de eerste afgifte van een aanhangerkenteken. Op mijn auto aangesloten doet het mistachterlicht op de aanhanger het niet. Ik had goede hoop dat het bij hem wel zou werken, omdat Jos dezelfde aanhanger heeft en die goedgekeurd heeft gekregen.

Dus reed ik vrijdag naar Schiedam, met de aanhanger die ik eerder in Moerkapelle had opgehaald (waar hij 's winters staat geparkeerd bij de schoonouders van mijn vliegmaatje, we noemen hem Peter. Vlak bij het keuringsstation van de RDW zouden we de aanhanger achter zijn auto hangen en met die combinatie zouden we het keuringsstation binnenrijden.

Het begon ermee dat ik heel Schiedam niet kon vinden. Vanaf Moerkapelle rijd je in een rechte lijn er op aan, maar door wegwerkzaamheden aan een dubbele rotonde vlak bij Rotterdam raakte ik in de war en was vervolgens de weg kwijt. Ik ben niet dol op Rotterdam en omstreken, als automobilist. Ik vind het erg druk met hondsbrutale weggebruikers op routes die niet altijd even duidelijk zijn. Als je er dagelijks in zit, zal het allemaal wel gaan, maar als eenmalige exercitie met een negen meter lange aanhanger aan je kont, vind het geen pretje.

Na een telefoontje aan Jos vond ik de weg weer terug en even later konden we de aanhanger aan zijn auto hangen. Geen mistachterlicht. Barst. Dat licht doet het nu al op drie auto's niet. Er lijkt daarom eerder iets fout te zijn aan de bedrading dan aan mijn auto of die van mijn vliegmaat.
Op hoop van zegen dan maar naar de keuring. De afspraak was toch gemaakt en de kosten zouden toch moeten worden vergoed. Ook als ik niet zou gaan.

Jos was eigenlijk ziek. Griep, minstens griep. Hij had het behoorlijk benauwd en vocht tegen al te uitbundige hoestaanvallen. Hij was koortsig bovendien. Wel lief dat hij me dan toch kwam helpen.

Het RDW-keuringsstation is een echte overheidsinstelling volgens de oude normen. Het begint er mee dat de toegangsdeur naar de loketten je verwijst naar een niet bestaande ingang verderop. Ik zag de meerderheid van de bezoekers verward tussen deur en muur zoeken naar de toegang, net als ik zelf eerder ook had gedaan.

Na een aantal administratieve zaken, kom je 'in de wacht' voor de werkelijke keuring. Ik had een afspraak om 13:00u. Tegen 13:30 was het eindelijk zo ver. Jos reed de combinatie naar binnen, over de smeerput. De keurmeesters gingen aan de slag. Typeplaatjes, tekeningen, reminstallatie, koppeling en toen de verlichting.
Lampjes aan, lampjes uit, links knipper, rechts knipper, remlicht. Klaar. Van het mistachterlicht werd slechts de plaats op de achterkant nagemeten, maar niet gecontroleerd of het ding het überhaupt deed. Tot mijn opluchting.

Toch was er nog iets anders niet in orde. Aan de zijkant van de aanhanger zitten verschillende breedtelichtjes bevestigd. Eentje aan de voorzijde, die rood naar achteren schijnt. Eentje boven de wielkasten, die naar voren wit en naar achteren rood schijnt. Deze lampjes mogen daar niet meer zitten, zei de keurmeester. Tot mijn verrassing.

We konden de combinatie naar buiten rijden en mochten in de wachtkamer plaatsnemen. Geen idee nog of de aanhanger nou wel of niet zou worden goedgekeurd, om die domme breedtelampjes.
Maar even later bleek dat de aanhanger goedgekeurd was voor afgifte van een kenteken. De dame achter de balie begon een reeks onbegrijpelijke administratieve handelingen uit te voeren. Zonder enige toelichting. Je staat daar als burger alleen maar naar te kijken. Minuten lang, een kwartier. Alleen maar kijken zonder enige toelichting op wat er werd gedaan of op hoe lang het zou duren.
Tot je mag betalen. Ruim honderd euro. Ik kreeg vervolgens een tijdelijk kentekenbewijs mee en kon weer terug naar huis. Ik nam de gok op besmetting en kuste Jos op z'n wangen, wenste hem beterschap en reed terug naar Moerkapelle. Maandag zou ik bij werk in de buurt kentekenplaten gaan laten maken. Dan was dit klusje afgerond.

Het kostte enige moeite om de aanhanger weer terug op zijn parkeerplaats te krijgen, want hoewel leeg, is het wel een groot ding voor één persoon om er meer te manoeuvreren in een beperkte ruimte. Alles dat ik er uit had gehaald voor de keuring (je moet de aanhanger leeg aanleveren, omdat hij ook wordt gewogen), stopte ik weer terug op z'n plek. Klaar. Ik kon op huis aan. Al met al ben ik er toch van half twaalf tot vier mee zoet geweest. Zo'n simpele keuring.

En ik ben nu wel degelijk snipverkouden  :-( . M'n Hoofd, nek, schouders, rug doen zeer. Ik heb wat verhoging, ik snotter en nies, m'n oren zijn verstopt en mijn keel doet zeer. Ik heb het benauwd bovendien en hoest af en toe slijmerige vlokken op. Hmm, ik had Jos beter niet gekust, zo achteraf bezien.

Maar goed, een vitaminebom genomen, wat paracetamol, en het beste er maar van hopen. Morgen en dinsdag is het druk op het werk. Ik kan niet uitvallen nu. Even een verstandig dag inlassen vandaag. Misschien even (kort) naar buiten, even wandelen.

Al wordt wandelen minder en minder na ieder bezoek aan mijn oom en zijn lief in Engeland, in York. Als je een aantal uren op de North York Moors hebt doorgebracht met een kleine hond tussen talloze winterse buien, is de schoonheid van het polderlandschap rond Gouda opeens maar heel betrekkelijk. En hoe mooi de heidegebieden van de Veluwe ook zijn, en het oude Drenthse landschap waar mam en Ger wonen, het zijn geen Dales of Moors.

Als ik aan de Engelsen die ik bij mijn oom ontmoet, probeer uit te leggen hoe plat Nederland is, hoef ik alleen maar de refereren aan de hoogste heuvel (buiten Limburg om, ten zuiden van Roermond): 107 meter boven zeeniveau, onze eigen Galgenberg die op het veld van het Nationaal Zweefvliegcentrum Terlet ligt. En als ik er bij uitleg dat in de naam van dat ding het Nederlandse woord voor 'mountain' besloten ligt, schieten ze hartelijk in de lach.

Mijn oom verklaart het verschil in schoonheid onder andere door het verschil in de hoeveelheid landschap die je te zien krijgt bij een heuvelend landschap versus een plat. In een plat landschap verdicht het land zich naarmate het verder van je af is. Bovendien staat er meestal op niet al te grote afstand wel iets (bomen, bebouwing) dat je zicht op de horizon belemmert.
In een heuvelend landschap daarentegen krijg je veel meer oppervlak te zien. Het oppervlak van de heuvels vouwt zich om je heen en houdt 'verten' die hogerop liggen, dichterbij. Als je op de toppen van de heuvels bent, of je op een pas bevindt, kun je en ver kijken, als in een vlak landschap (en vaak verder, omdat niets de horizon afschermt), en je kunt genieten van wat zich in de plooi van het dal vlak voor je neus bevindt. Wederom is het oppervlak dat zich in je blikveld bevindt, veel groter dan op enig moment in een vlak landschap mogelijk is.:

                                 |    /       
                                 |   /        
                                 |  /         
                             |   |_/          
  ||                       | | _/             
  ||   |||       O__       | |/               
  ||   |||      /|         |_/                
__||___|||______/_\_______/                   

Maar er zijn ook nadelen aan zo'n heuvellandschap. Al wandelend kan het je gebeuren dat je urenlang die ene hoge heuvel voor je neus hebt staan. Uren lang hetzelfde uitzicht, tot je ergens een hoek omgaat of over een top bent. Dat lijkt me wat saai. En er zijn praktische aanpassingen: je gaat heuvel op en heuvel af. Dat vergt wat van je conditie, allebei. Bovendien is een glibberig spoor in een heuvelachtig landschap heel wat anders dan in een vlak landschap. Ik ben dan ook keurig op m'n kont geland tijdens één van de wandelingen  :-) . Tot slot is het onplezierig om een uur lang je enkeles één kant op moeten kantelen omdat je langs een helling loopt zonder pad, en blijft lopen en lopen.

De Moors zijn bovendien in dit jaargetij drijfnat (en misschien in andere seizoenen ook wel). Niet alleen allerlei soorten modder bepalen je gang (zanderig, plakkerig, glad, zuigend, zwart, bruin, roestkleurig, humusachtig, kleiachtig; een eindeloos menu van variaties op het thema 'modder'), maar ook moet je beducht zijn op bogs, nat veen dat wijkt onder je voeten als een moeras. Zolang het water over het oppervlak loopt, is er niet veel aan de hand en kun je doorlopen (beetje afhankelijk van de diepte natuurlijk), maar als er geen water lijkt te zijn op een nogal vlak stukje grond, en je schoenen maken toch luide, slurpende sopgeluiden, moet je waakzaam worden. Voor je het weet sta je enkeldiep in het water (of dieper) en voel je daarbij geen weerstand. Gauw je voet weer optillen en een stapje terug is dan het devies.

De wandeling die ik alleen maakte, had ik Jack bij me, het hondje van mijn oom. Jack heeft een hekel aan een natte buik en een hekel aan al te veel modder tussen de kussentjes van zijn pootjes. Hij zoekt voor zichzelf dus een weg waarbij hij vooral droog blijft. Het bleek een goed idee om Jack the lead te geven en hem, hoewel op sommige momenten voorzichtig, domweg te volgen. Daarnaast lette ik vooral op bestaande sporen. Een stukje grond dat een paard kan dragen, is stevig genoeg om mijn stappen op te vangen, lijkt me.
Bovendien testte ik af en toe de weerstand van de grond voor me, door er eens stevig in te prikken en duwen met mijn trekking poles. Inderdaad ben ik in één specifiek geval al prikkend en tastend toch maar een klein stukje omgelopen een diep en nat spoor achterlatend, waarvan mijn voetstappen zich in luttele seconden vulden met helder water.

Hoewel wat besmeurd (lang leve de gaters, gamaschen die vooral tegen de modder beschermen), kwam ik na drie uur veilig en droog thuis. Jack en ik hadden slechts één hagelbui gehad (waarbij ik Jack heb opgepakt en wat afgeschermd van de wind en neerslag, want het ging behoorlijk tekeer; Jack is maar een klein hondje). Magnifieke uitzichten ontstonden in het ruige landschap met bijbehorend weer. Ik had echt genoten.

Op een hoge reissnelheid moet je niet rekenen wandelend in de Moors. Ik had drie uur gedaan over een kleine twaalf kilometer. Maar ik heb ook af en toe behoorlijk om me heen staan kijken. Prachtige uitzichten vanaf richels (even mijn lichte hoogtevrees negerend; gewoon niet naar beneden kijken) en geitenpaadjes (die ter plaatse door de schapen worden ingesleten overigens). Heuvels die bergen worden als je omhoog wilt, vragen van mijn conditie ook dat ik af en toe even stilsta en geniet.

Al leer ik al wel te bewegen. Omhoog (en naar beneden) moet je gewoon kleinere stapjes nemen. Kleiner en langzamer. Dan ga je vrij gestaag door en hoef je niet steeds hijgerig stil te staan. Wordt je rug ook niet zo nat van  :-) .
Het is werkelijk genieten in dat grootse landschap. En de 'thuiskomst' is ook een echt feest, vooral als er een smalle rookpluim uit de schoorsteen van de cottage opkringelt: het signaal dat de houtkachel brandt. Helemaal geweldig.

Wandelen. Het is geen wandelen dat je in de Moors doet, al ben ik er nog niet achter wat het dan wel is. Of het is wel wandelen, en dan moet ik voor het 'wandelen' hier in de polders een andere kreet verzinnen.

| Categorie: zweefvliegen wandelen |

copyright © 2003-2006 Barbara de Zoete