PretLetters

December 2005

Tussen Gouda en Woerden

Thu, 01 Dec 2005 20:20 +0100

Google Groups discussiegroep: PretLetters Reageer via de discussiegroep bij Google.

Ik had dit eerder willen publiceren, maar ik kwam er niet aan toe:

Ik was niet heel lekker maandag en besloot niet naar het werk te gaan. In de loop van de ochtend knapte ik toch nog op. Het was goed weer en ik haalde het in mijn hoofd om daar gebruik van te maken. Ik wilde na gisteren opnieuw naar buiten, lekker wandelen. Onderweg, tijdens een wat langere pauze, schreef ik in mijn notitieboek:

Oudewater. Ik zit opeens in Oudewater. Te wachten op m'n pannenkoek met spek en kaas. Gisteren heb ik een rondje gelopen. 18 Kilometer uiteindelijk. Vandaag loop ik weer eens een lijn. Het is prachtig weer en ik zie wel hoever mijn voeten me voeren.

Oudewater ligt maar zo'n 13 kilometer van Gouda. De route die ik heb gelopen, ten noorden van de Hollandse IJssel, is best mooi. Vooral de oude weg tussen Hekendorp en Oudewater met oude boerderijen en eindeloze rijen knotwilgen, is geweldig. Zeer typisch voro deze natte Hollandse omgeving. Het enige jammere is het autoverkeer, en dan met name vrachtwagens. Het dijkje waar je op loopt, is zeer smal. Het laat absoluut onvoldoende ruimte om een vrachtwagen een voetganger te laten passeren. Er is geen berm of zo. De enige uitwijkmogelijkheid biedt de oprit naar de boerderijen. Je staat dus met enige regelmaat te wachten op vrachtverkeer dat er langs moet.

Oudewater heb ik nog niet echt bekeken. Ik ben pauzeloos hier naartoe komen lopen en mijn voeten waren fors vermoeid. Ik wilde eerst even zitten, wat eten, wat drinken. Eerst een pannenkoek, die inmiddels op is  :-) . Wat ik door de ramen zie van het lokaal waar ik wat zit te rusten, te eten, ziet er wel veelbelovend uit. Fraaie rood-bakstenen geveltjes, laat 16de en 17e eeuws schat ik in. Kleine baksteentjes, mooie vensters, wat opsmuk met natuurstenen timpanen. Renaissence van de Hollandse polders.

Het lokaal waar ik nu ben, zal ook uit die periode stammen. Van binnen is het druk, vol indrukken, mooie ornamenten. Niet uitgesproken mooi of smaakvol, maar wel fijn om je te bevinden. Mij vallen vooral de rijkbewerkte houten schouw op, en een wasmeubeltje bij de ingang. Zo'n combinatie waar een lampetstel op hoort te staan. Enfin, de pannenkoek was lekker, de cappuccino is zeer goed en mijn lijf komt even tot rust.

Het is werkelijk erg mooi weer. Toen ik begon te wandelen, regende het licht. Dat hield zo'n twintig minuten aan. Vanaf toen heeft non-stop de zon geschenen. Het mooie weer trekt meer mensen naar buiten. Langs de ramen zie ik toeristen voorbij komen. Toen ik Oudewater binnenkwam, zag ik een parkeerterrein speciaal voor bussen. Oudewater heeft 't kennelijk. Ik weet alleen nog niet wat dat is. Het zal niet uitsluitend het bijzondere klokkenspel van het carrillion zijn.

Behalve toeristen zijn er ook werkenden die een alternatieve daginvulling hebben gevonden. Schuin achter me zat een vriend waarvan steeds de mobiele telefoon ging. Die is nu weer weg. Recht voor me zitten twee mannen van een groot outsourcing conglomeraat hun HRM-problematiek te bespreken. Ik heb in de afgelopen drie kwartier het woord competentie veel te vaak voorbij horen komen. Competentie, kerntaken en verschillende SAP-modules. Eigenlijk is het best link, wat ze doen. Ik had ik weet niet wie kunnen zijn en bewust inluisterend in de pin points, drivers en chain kunnen afluisteren. Dat deed ik nu ook, maar ik kan er niets mee, heb er niets aan. Geen schade.

Ik zal zo eerst eens zien welke busdiensten Oudewater aandoen. Even uitvogelen hoe ik weer thuiskom, voor ik me verder vermaak. Nog één kop cappuccino, even naar de WC en, hop, weer naar buiten.

Ik had me voorgenomen oostwaards te blijven lopen tot ik sneeuw zou tegenkomen. Met een beetje ruimhartige definitie van sneeuw is dat gelukt. Ik zag vlak voor Oudewater wat ijzige, wegsmeltende drab op de schaduwzijde van een steil dijklichaam. Doel bereikt, hoewel ik er geen bal van had kunnen kneden. Nu alleen nog meer, voor het weer omslaat.

Hmmm. Winter. Mijn seizoen. Koele, korte dagen. Weinig mensen buiten. De landschappen open omdat de bomen zonder blad zijn. Af en toe ijs of sneeuw of beide. Staalblauw in de lucht tussen lood en wit en oker. Schitterend werkelijk. En als beloning echte wol op je huid, van truien en wollen sjaals. Die geur van echte wol, dat gevoel. Wol is een sensatie.

Zo maar opbreken dan. Sjaal om, optrekken tot onder m'n neus, Oudewater bekijken.

Ik had het uitstekend naar mijn zin en voelde me goed. Ook deden mijn voeten me niet heel veel pijn. Ik kon dus doorlopen en maakte uiteindelijk een schitterende wandeling. De volgende dag schreef ik als aanvulling:

25 Kilometer. Dat is wat het is geworden gisteren. Dat heb ik uiteindelijk gelopen, ruim 25 kilometer. Na Oudewater ben ik eerst nog oostwaards gegaan, noord-oost eigenlijk. Langs de Lange Lindschoten, richting Lindschoten.

Het werd donkerder en kouder. Toen ik voor een soort landgoed stond waar ik moest kiezen wat ik zou doen, was het nagenoeg geheel donker. Wel mocht ik nog een bijzonder spektakel meemaken. Honderden vogels waren in een zwerm zich aan eht voorbereiden op de avond en nacht. Zo'n zwerm die zich als één entiteit beweegt, die met een beurtelings groeiende en afnemende dichtheid een levende rookpluim vormt. Het waren niet zoveel vogels als je wel eens op beelden van natuurfilms ziet, maar het was desalniettemin behoorlijk spectaculair.

Op enig moment schoot een groep richting slaapplaats. De rest volgde met een duizelingwekkende vaart als in een constante waterval de hele zwerm leegzuigend. Het kwetterde nog wat na op hun slaapplaatsen in een hoge electriciteitsmast, zal ik wat later. Het vroege donker van de naderende winter heeft zo zo'n voordelen.

Met lampjes aan voor mijn veiligheid, besloot ik linksom om het landgoed te lopen, westelijk dus. Ik hoorde de A12 al geruime tijd en nu liep ik er wat schuins op aan.
Ik dook onder de weg Woerdenin. Het station is daarna geen twee kilometer ver nog. Eenmal op het station wist ik mezelf bijna thuis. 25 Kilometer, ruim, ontdekte ik daar. Heerlijk.

Ik weet mijn blessure nu definitief hersteld. Ergens tussen Gouda en Woerden bewees ik mezelf dat mijn wandelconditie terug is op het niveau van voor de zomer. Af en toe voel ik mijn rechtervoet nog wel goed tijdens een wandeling, maar het is niet moeilijk om daar doorheen te lopen. Bovendien doet het 's avonds of de volgende dag geen pijn, waar dat eerder wel het geval was. Ik verklaar mezelf dus maar voor genezen.

Ik heb niet eerder ruim 25 kilometer gewandeld op één dag. Dat is een persoonlijk record, mag ik wel stellen. Ik was 's avonds best moe, maar niet uitgeput. Ik had na een pauze nog verder kunnen doorlopen. De volgende dag had ik wat spierpijn, maar niet noemenswaardig. Woensdag ook nog, een beetje spierpijn aan de achterkant van mijn benen en in mijn billen.

Maar ik ben heel tevreden. 25 Kilometer asfalt zonder treking poles te gebruiken. Ik werd vlak voor Woerden wel moe en de verleiding was er om ze tevoorschijn te halen, maar ik moet toch verdorie zonder die stokken kunnen lopen! Vond ik. En dat klopte. Ik liep stevig door. Dat is het hele kunstje: als je moe wordt of pijn krijgt, juist dan moet je de pas er stevig inhouden, desnoods door te versnellen. Niet toegeven. Al na een paar honderd meter ben je dan zo in een ritme, dat je van die vermoeidheid niet veel meer merkt.

Dit is verduveld lekker, om te kunnen. Nu die blessure van afgelopen zomer is verdwenen, kan ik eindelijk weer goed aan mijn wandelconditie werken. Eens zien hoe ver ik mijn bereik kan oprekken. Nu de vijfentwintig kilometergrens is gepasseerd, moet dertig kilometer toch ook binnen bereik zijn. Dat moet ik kunnen lopen in een dag. Zolang ik het lekker vind, en mooi, zal ik dat gaan proberen te bereiken.

| Categorie: wandelen |

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete