Rant
Sat, 17 Dec 2005 22:27 +0100
discussiegroep: PretLetters
Reageer via de discussiegroep bij Google.
Ik merk dat ik mensen, het gedrag van mensen, van de talloze onnozelen, spuug en spuug zat ben. Ik krijg een hekel aan mensen, aan onbeschofte en egoïstische, lawaaiige klereleijers die met open, stinkende muilen je met hun vlakke grijze ogen, aanstaren vanuit hun hersenloze, lompe en vuile koppen. Het zijn er gewoon teveel. Teveel mensen. Een grove epidemie die de mensheid decimeert zou goed zijn voor de wereld. Ik zweer het je. Het zijn er teveel. Een fikse oorlog in dichtbevolkte gebieden zou ook een goede ontwikkeling zijn. Maar een epidemie is logischer, gezien de ratten die ik steeds vaker tegenkom in de vroege ochtend als ik op weg ben naar het station, op weg naar mijn werk.
Afgelopen week sliep mijn oom Luc een nachtje bij mij. Dat was heel gezellig. Werkelijk heel gezellig. We kletsten, dronken wijn en aten in de stad. Luc kreeg mijn bed en ik sliep op de bank, beneden in de huiskamer.
We aten in een restaurantje aan de markt in Gouda. De markt is op dit moment helemaal ingericht op Kerstmis. Een Kerstmarkt, een ijsbaantje (dat het nog niet deed toen Luc er was), een kunstige verlichting van de voorgevel van het stadhuis. Heel fraai allemaal en sfeervol.
Maar dat restaurantje... Wat een prutstent, wat een ongelofelijke amateuristische prutstent. Allereerst werd domweg vergeten om het hoofdgerecht op te dienen. We hebben lang zitten wachten, terwijl het erg rustig was. Gasten die na ons binnenkwamen, kregen hun eten en de bediening had niets in de gaten. Bij navragen deed de bediening of de neus bloedde Nee, ik heb de bestelling niet opgenomen.
Dat moet u mijn collega vragen.
Nee hoor, we waren u niet vergeten of zo.
Gelul! Zeg dan eerlijk Stom, stom, stom, we waren uw bestelling vergeten. Wilt u iets drinken van het huis, om het ongemak?
Zo kleinzielig, zo hufterig kruiperig amateuristisch. Kuttent. Ik had het eigenlijk onmiddellijk met ze gehad en had toen al het besluit genomen er nooit meer terug te komen.
Maar ondertussen was het met Luc wel gezellig. We babbelden over van alles. Serieuze en minder serieuze dingen. Ook over de familie natuurlijk. We hebben zo'n twintig jaar geen contact in te halen en met wat wijn, inmiddels te tellen in aantal flessen, vorderde het gesprek goed.
Luc wilde de drank betalen, ik het eten. Dat hadden we voor het vertrek naar de stad zo al afgesproken. Luc gaf mij geld, teveel, maar ik zou hem terug geven, zodat ik kon gaan afrekenen. Tot mijn stomme verwondering kon je in die pokketent niet eens met pin of credit card betalen! Midden in een toeristenstad, pal aan de markt, de grootste toeristische attractie van de stad, en dan uitsluitend contant kunnen betalen! Ongehoord! Wat een sukkelige kuttent zeg! En dan dat joch van de bediening die maar blijft zeggen dat hij er ook niets aan kan doen. Tuurlijk wel, sufkut. Je kunt de klachten aan je baas doorgeven en uitleggen dat je klanten zich besodemieterd voelen. Dat kun je er aan doen.
Tjeezus, zo'n overtrokken kroeg die zich 'grand café' noemt. Het gore lef. Hij is 1953 nog niet eens voorbij. Oh ja, ik heb het over
Maar goed, Luc betaalde. Ik betaalde zonder oponthoud terug nadat ik had kunnen pinnen. En de rest van de avond was wel leuk.
De volgende ochtend al verdween Luc, naar mam en Ger. Hij zou deze keer niet weer terugkomen om nog een nachtje te blijven. Jammer, we hebben niet veel tijd gehad samen. Ik had dit weekend wel een leuke wandeling willen hebben met 'm. Dat zal een andere keer zijn.
Nog zo'n teken dat er werkelijk veel te veel mensen zijn: geluid. Luc kloeg, terecht, over een fluitend, gierend geluid dat hem vanaf vijf uur
Maar de volgende nacht werd ik om twee uur wakker van iets dat een windorger immiteerde. Wat was dat in godsnaam? Ik deed mijn oordoppen uit (!) en luisterde. Ik kon het geluid niet plaatsen en na een half uur belde ik de milieudienst. Waar dit ook vandaan komt, het moet onmiddellijk een halt toe worden geroepen.
Ik heb ook een algemeen klacht bij de milieudienst neergelegd, diezelfde nacht nog. Het aantal uren per etmaal dat het stil is in mijn woonomgeving is zo langzamerhand gereduceerd tot nul. Nooit, nooit is het meer stil. Altijd gefluit, gezoem, gebrom. Altijd. Ventilatoren, afzuigingen, koelingen en ik weet niet wat nog meer die dit oude rijtje huizen constant plaagt met hun gezoem en gebrom. Alsof je buren altijd aan het stofzuigen zijn, alsof er altijd een diesel even verderop in de straat staat warm te draaien, alsof je koelkastmotor altijd draait. Gekmakend, niet door het geluidsniveau, want dat is laag, maar omdat het nooit meer uit gaat.
Ik verdenk de slager met zijn rokerij die hij meer en meer industrieel exploiteerd (niet langer alleen voor eigen winkel, maar ook voor anderen) van de meeste geluiden. Hij zit twee panden verderop. En natuurlijk die hamam pal naast me. Al die stoom moet ergens naar toe, naar buiten. En de koelingen van de levensmiddelenwinkels en van het Chinese restaurant doen de rest.
Toen ik hier kwam wonen, inmiddels toch al jaren geleden, was het
Maar ook vogels en regen en wind. Vogels. Wind.
Vogels. Er waren toen ten minste nog vogels. Nu heb ik, als ieder jaar, vetbollen, pindanetjes en strooizaadsilo's opgehangen en het enige dat neerstrijkt zijn kuddes spreeuwen en kauwtjes. Een mus heb ik gezien, inplaats van de kwetterende zwermen van weleer. Een pimpelmees, een koolmees, een roodborst en een vogeltje waarvan ik de naam niet ken1). Van alles één en dan maar heel af en toe. Er is iets misgegaan in deze wijk. Falikant mis.
Maar het gaat mij om mensen. Teveel, te lomp,
Ze hebben geen omgevingsbewustzijn meer. Als ze op de stoep tot stilstand komen om met elkaar in gesprek te raken, hebben ze geen notie dat ze de volle breedte blokkeren omdat ze precies op het smalste punt zijn blijven staan. Ze zien niet dat mensen er langs zouden willen. Ze parkeren waar het niet mag en blokkeren ook weer de stoep, omdat ze dat eigenlijk wel weten en dus maar niet op straat blijven staan. Ze zetten hun vuilnis een avond te vroeg buiten en trekken zich er niets van aan dat het met een fikse storm allemaal in het water waait, of dat de kauwtjes de zakken openpikken en het vuil op straat trekken. Ze blijven met hun fietsen aan je auto hangen, of rammen met hun trekhaak tegen je bumper en kijken geen seconde op om even te zien of ze schade hebben aangericht (en ja! dat hebben ze). Ze nemen machines in gebruik in een woonwijk waar ze zelf niet wonen en bekommeren zich geen seconden om hun bijdrage aan de lawaaivervuiling.
Klootzakken. Voornamelijk klootzakken. Asociale klootzakken, dat is wat mensen in wezen zijn. Althans, als je met zo veel bent als hier en nu in het Westen. Doe mij een vuile bom van een terrorist alsjeblieft. Liever morgen dan na de Kerst. Dat scheelt weer miljoenen kilo's afval van de verpakkingen van allerlei overbodigs dat we elkaar van plan zijn te gaan geven volgend weekend.
Kerst valt in het weekend dit jaar. Ook dat nog.
| Categorie: persoonlijk |
1) Omschrijving: klein, zeer slank, prachtig getekend met zwart, wit en geel op een overwegend grijs verenpak, de snavel van en insecteneter, een lage slanke staart, beweegt en fourageert op de grond. Zo nerveus dat ik niet goed genoeg kan naderen om er een fotootje van te maken.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete