PretLetters

December 2005

Aangekleed

Fri, 30 Dec 2005 23:56 +0100

Google Groups discussiegroep: PretLetters Reageer via de discussiegroep bij Google.

Als je naar buiten wilt terwijl er een weeralarm geldt, misschien juist wel omdat er een weeralarm geldt, moet je wel zorgen dat je dat een beetje verstandig aanpakt. Juiste kleding en schoenen is het minste.

En ik wilde naar buiten. Het sneeuwde. En hoe! Probeer me dan maar eens binnen te houden.

Dus deed ik mijn lange onderbroek aan met bijpassend hemd. Wandelsokken, een dunne pyjamabroek, een relatief dun shirt van een mengeling van katoen en kunststof met lange mouwen, een net meer dan driekwart wat wijd zittende broek, een wollen trui, een fleece vest en mijn gele waterdichte jack. Wandelschoenen completeren het geheel.
Oh, nee, wacht. Eerst nog een pet met klep, fleece gevoerd en daar overheen een fleece muts. Nog een fleece sjaal ergens tussen mijn trui en vest. En een wollen helemaal buitenom, pal onder de jas.

Ik stopte wat oliebollen in een plastic zakje en deed mijn waterzak half vol, iets minder dan half. Hop, ding op m'n rug, lichtjes aan, handschoenen aan en naar buiten. Gaan.

Woóoeii. Niet echt koud in temperatuur, maar wat een wind. En er valt sneeuw. Echte, kleine, scherp aan de ogen sneeuw. Ligsneeuw. Stuifsneeuw. Sneeuw die zoet is op je tong als de vlokjes er op smelten. Sneeuw die figuren danst bij een lichtbron.

Ik wil richting de A12. Ik wil vanaf het viaduct dat naast het aquaduct ligt op de weg kijken. Ik wil zien wat er daar beneden gebeurt.

Ik stap stevig door en zie dat de sneeuw vooral in de rondte wordt geblazen. Het blijft niet liggen door de harde wind. Alleen tegen stoepranden of tegen de voet van heesters of op de overgang van verharde weg naar een zachte of grassige berm. Verder waait het rond. Het stuift en giert over het wegdek. Het zwiept hoog op en krast in mijn ogen als ik opkijk.

Pas na zo'n twintig minuten buiten zijn, zie ik dat de sneeuw eindelijk grip krijgt op het wegdek. Inmiddels ben ik vlak bij het viaduct. Het verkeer passeert me nagenoeg stapvoets, steeds een klein rijtje of ze het spelletje follow the leader spelen. Zolang het geen tikkertje is.

Fietsers stappen af en gebruiken hun fiets voor hun evenwicht bij het verder lopen. Op momenten is het bar en boos, met rukkerige wind. En dan loop ik nu nog met de wind mee. Straks moet ik ook nog weer terug.

Inmiddels is het water in het drinkslangetje van mijn waterzak bevroren geweest. En nu weer. De eerste keer kreeg ik het brokje ijs met hard blazen en zuigen en warmen met de handen, nog los en kon ik een slokje drinken. Nu is het slangetje werkelijk afgesloten en zit het brokje ijs dat dat doet, muurvast. Geen water dus meer. Maar erg lang zou ik toch niet buiten blijven.

Van bovenaf kijk ik toe hoe verkeer traag splasht, glibbert en glijdt. Het zicht is niet heel best. Iedereen houdt baan. Hoewel, nee toch niet. Er wordt hier ontvlochten. Een strook naar Rotterdam, een strook naar Den Haag. De wisseltruc is bijna onmerkbaar. Niet alleen zijn de strepen onzichtbaar, ook nemen de automobilisten honderden meters de tijd om van rijstrook te wisselen. Apart gezicht, maar wel verstandig. Geen al te abrupte bewegingen aan je stuur in dit weer.

Zo stilstaand koel ik toch te snel af, merk ik. Ik ga maar weer eens op huis aan. De sneeuw heeft aardig doorgezet en fijne vlokken vallen nu echt met bakken uit de lucht. De harde wind heeft lage sneeuwduintjes opgeblazen, die zich geen zier aantrekken van het vele gestrooi met zout en geschuif. Soms sta ik meer dan enkeldiep in heerlijk zachte, geweldige sneeuw.

De wind is bitterkoud en ik krijg mijn gezicht niet goed afgesloten. Ik ga met mijn rug in de wind staan en worstel mijn wollen sjaal onder mijn jack vandaan. Eerst sluit ik mijn jack goed af, goed aan en om mijn hoofd en gezicht. Vervolgens bind ik de wollen sjaal langs buiten om me heen. Zo is alles winddicht afgesloten en kan ik de sjaal heerlijk tot vlak onder mijn ogen optrekken. De klep van mijn pet houdt verder veel sneeuw tegen.

Toch is kijken in de richting tegen de wind in schier onmogelijk. De sneeuw krast dan constant op je oogbollen en dat doet wat zeer. Ik maak van mijn handen een gangetje. Als ik door dat gangetje, kokertje kijk, lukt het wel. Ik moet toch een beetje kunnen zien waar ik loop.

Het verkeer is werkelijk minimaal inmiddels. Fietsers zie ik niet meer. Wandelaars al helemaal niet, terwijl dit erg lekker is.
Bij het op en afstappen van stoepen is het zeer oppassen geblazen. Je ziet de stoeprand niet door de opgeblazen sneeuw. Ik stapte een paar keer mis en struikelde één keer bijna.

Ik grinnik als ik een echte ijspegel zie hangen aan een verkeerslicht. Zo koud is het dus wel. Geen wonder dat mijn drinkwater niet lang meewerkte.

Als ik mijn straat inloop, is die helemaal aangekleed met het witste laken en hier en daar teer kant dat in de wind van patroon verandert. Ik vind het niet erg de sneeuw van mijn schoenen te stampen en weer binnen te stappen, maar wel jammer dat dit maar een paar uur duurt. Morgen regent het en is het feestkleed verdwenen. Benieuwd wanneer ze die jurk weer aandoet.

| Categorie: wandelen |

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete