PretLetters

November 2005

Vakantieverslag

Mon, 07 Nov 2005 01:34 +0100

Inmiddels werk ik al weer een maand op mijn nieuwe plek. Effectief zijn dat echter pas veertien werkdagen geweest, door allerlei kort, korter en wat langer verlof.

In die weinige dagen heb ik ruim twintig mensen uitgebreid gesproken om kennis te maken met ze, met hun functie-inhoud. Als ik de gespreksduur, de reistijden, de voorbereiding van de gesprekken en de vastlegging ervan, inhoudelijk, achteraf, bij elkaar optel, is het een wonder dat ik daarnaast ook nog tijd had om gewone vergaderingen bij te wonen, om allerlei algemene stukken door te nemen, om mee te denken over de instrumenten die worden ingezet in de klant-leverancierrelatie van de bedrijven van onze bedrijfsgroep met hun klanten, om mezelf in mijn nieuwe functie überhaupt georganiseerd te krijgen door een mappenstructuur op de share op te bouwen met een html shell er overheen voor de toegankelijkheid, door Outlook in te richten met verschillende mappen en archieven, door een database in te richten rond verschillende categorieën mensen om hun gegevens vlot bij de hand te hebben en per persoon een logboekje te kunnen bijhouden over activiteiten en afspraken met ze, om adem te halen  :-) .

Ik heb het druk gehad met mijn werk, als ik zo terugkijk. En ik moet nog zeker tien andere mensen te spreken krijgen de komende pakweg twee weken. Daarnaast wordt het tijd voor mijn eerste resultaten, zoals het organiseren van een klantendag voor de hele bedrijfsgroep. En zo.

Behalve de wisseling van baan, die verschrikkelijk veel energie kost en tijd (ik ben zo'n vogel die thuis de dag nog doorneemt en overdenkt), was het in privétijd ook uitgesproken druk. Met leuke, hele leuke en minder leuke dingen.

Het begon natuurlijk met het overlijden van mijn omaatje, nu een kleine maand geleden. Dat is emotioneel genoeg, al was ik niet diep bedroefd. Het zat er al enige tijd aan te komen. Bovendien was oma zwaar dement en had ik mijn afscheid van haar al ver achter me liggen.
Bijkomende emotie was vooral om het weerzien met ooms en tantes (en hun aanhang) die ik soms al vijftien jaar of langer niet meer had gezien. Wauw. Dat vooral maakte diepe indruk.

Als tussendoortje werd ik nu zo'n twee weken geleden door een explosief jongmens belaagd. Dat heeft me toch wat gekost. Ik was vrij diep geschokt door wat daar gebeurde. Geschokt vertrouwen in mijn medemensen. De schrik had tijd nodig om weg te ebben.

Het fraaiste van oktober 2005 is toch het bezoek aan mijn oom en zijn partner geweest. Mijn hele korte vakantie in York, Engeland.

27 tot 31 oktober 2005

Het is jaren geleden dat ik met een vliegtuig van Schiphol ben vertrokken. Het is jaren geleden überhaupt dat ik echt 'op reis' ben geweest. Ik had niet eens een koffer die bruikbaar zou zijn in een vliegtuig.

Daar begon mijn reis dus mee: het verkrijgen van een goede koffer. De vrijdag van de crematie van mijn oma was ik met mijn moeder en Luc, mijn oom, de oom waar ik nu ook naar toe zou gaan, naar Utrecht geweest. Even genieten van het fraaie nazomerweer, biertje op de werven, genieten van elkaars gezelschap.
In Utrecht had ik de koffer gezien die ik wilde hebben: een Samsonite F'lite Spinner. Liefst een gele wilde ik hebben, knal geel.

In Gouda kon ik die koffer enige tijd later niet vinden. Ja, of hij was tegen de honderdtwintig euro, terwijl ik hem in Utrecht voor tegen de negentig euro had gezien. Op de zaterdag voor mijn reis nam ik de gok, ik kocht een retourtje Gouda, eerste klas, en ging op zoek naar mijn koffer.
En kocht hem toen ik hem vond. Weliswaar niet in het geel (die kleur hadden ze niet meer in de winkel), maar inderdaad de juiste maat (buitenmaat, hoogte: 74cm, in plaats van 85) en voor nog geen negentig euro. Alles bij elkaar de juiste beslissing genomen: prijs (inclusief treinretour) de laagste, functioneel de juiste koffer en niet in een somber donkere gedekte kleur of zo'n viezig blauw dat ze petrol noemen, maar vrolijk rood. Ik zou mijn koffer wel kunnen herkennen als hij op een vliegveld op de band langs kwam rollen.

donderdag 27 oktober 2005
dag van de heenreis
vliegreis

Donderdagochtend begon mijn reis. Ik zorgde dat ik tijdig op het station was. Tijdigheid geeft mij verschrikkelijk veel rust. Ik moest er niet aan denken mijn vliegtuig niet te halen.

Ik was ruim op tijd op Schiphol en vermaakte me na het inchecken met wat er zich zoal achter de douane bevindt aan wereld apart. Ik was vooral gecharmeerd van de diversiteit aan mensen die zich in lichte staat van opwinding door de uitgestrekte hallen beweegt. Kleurrijk, energiek, licht tintelende spanning.

De reis was een eitje. Het is een hopje van nog geen uur. Tegen de tijd dat je je oren hebt geklaard van het drukverschil van de klim, kun je gaan zitten slikken en gapen om de opbouwende druk van de ingezette daling weg te werken.
Mooi vond ik de nadering over het Engelse landschap. Het vliegveld van Leeds-Bradfort ligt hoog op de top van een heuvel. Het vliegtuig volgt een bepaalde route over het landschap om juist voor de baan te komen, om steden en stadjes heen en toch zo veel als mogelijk de dalen volgend. En dan opeens staat het op die heuveltop. Eindeloos ver kijk je over het landschap waar over heen je zojuist bent binnen gevlogen, als je uitstapt en onder de heldere lucht met de belofte van een zonnige dag, op het natte asfalt van het platform staat.

Luc en Louise landden kort na mij met hun vlucht uit Dublin, waar ze de vader van Louise hadden bezocht. Opgetogen begroette ik ze. Wat een geestige ontmoeting zo, nog voor het passeren van de douane elkaar al in de armen sluiten.

Levisham

In Engeland kennen ze geen rechte wegen. De wegen gaan niet langer dan tweehonderd meter rechtuit (tenzij je een oude Romeinse weg hebt, ontdek ik later). Behendig stuurt Luc de auto over die kromme wegen. Ik geniet van het landschap, blij als een kind dat voor het eerst naar de Efteling mag. Dit is een beetje als vliegen, hè zegt Luc, als ik een opmerking maak over de long and winding road. Omhoog en omlaag en van links naar rechts.

Het weggetje naar Levisham toe duikt eerst de diepte in om vervolgens met een helling van 20% weer op te klimmen. 20%! En dat blijkt helemaal niet het steilste weggetje te zijn dat er is hier in de omgeving.

Het dorpje Levisham is zeer fraai als je het komt binnenrijden. Wijd opgezet met lieve, pittoreske (in de juiste betekenis van het woord) cottages, een pub op een plek die prominenter is dan het kleine kerkje.
Luc en Louise wonen tussen kerk en pub in een kleine cottage. Warm, knus, besloten en dood- en doodstil. Man, wat een stilte. Wat een rust. Als ik tijdens het settelen in mijn kamer even de adem inhoud, hoor ik slechts mijn eigen hartslag en het eigenaardige geruis en geknetter dat je in je oren hebt als je je kaakspieren wat aanspant. En dat midden op de dag.

Maar de rust bewaren we slechts voor de nachten blijkt na verloop van tijd, als ik al een eindje op weg ben in het programma dat ze voor me in petto hebben.

stoomspoor

Nog dezelfde middag neemt mijn oom Luc me mee naar het stoomspoor dat door het dal verderop loopt. Steam engines zijn een ware liefde van Luc. Dat herinner ik me nog wel van het stoomlijntje bij Goes. Het is ook de aanleiding geweest voor zijn landen, hier in Engeland.

Ik heb geluk met het weer en met de time table van de trein. Om te beginnen krijg ik uitleg van de, hmm, hoe noem je iemand die het station runt, stationsmeester of zo? Tussen allerlei Halloween spulletjes in staat die vriendelijke man het treinverkeer te regelen en het stationnetje veilig te houden.
Het is leuk om te zien, hoe de historische treinen eigenlijk opereren als een regulier lijntje, naast het feit dat ze een toeristische attractie van jewelste zijn natuurlijk. De machines rijden over een enkel spoor tussen drie plaatsen heen en weer, elkaar passerend halverwege, op het station waar ik ben.

Ik geniet van het geluid, de geuren, de andere aanwezige mensen. En van de merkbare tevredenheid van Luc. Hij is hier thuis, zo te zien.

diner party

Met vrijkaartjes voor een rit met de trein op zak, gaan we weer terug naar Levisham. Luc en Louise worden verwacht op een eten bij een echtpaar in het dorp. En ik mag mee. Hij is kok bij de RAF. Wat zij doet is me even ontgaan.
Samen hebben ze een geweldig diner in elkaar gezet. Ik geniet met emmers, van het eten dat me wordt geboden, van de mensen om me heen.

We hebben iets gesmokkeld, Luc en ik. Nog voor het diner heeft Luc me foto's laten zien van de mensen die ik nu ga ontmoeten. Foto's, en de namen genoemd daarbij. En stiekem wat eigenaardigheden van de verschillende mensen. De ene is wat dominant op haar vakgebied. De volgende is misschien al wat ouder, maar is een verschrikkelijke boef. Allemaal zijn ze aardig en fijn gezelschap.

En dat ervaar ik ook zo die avond. Fijn gezelschap. Ze kennen elkaar goed deze dorpsgenoten. Zeer goed zelfs, lijkt me.

Het valt me op hoe verschrikkelijk druk de gastheer en -vrouw het hebben met het verzorgen van hun gasten. Van enige hulp willen ze echter niet weten. No nonono is de reactie als ik aanbied ergens mee te helpen. Dat mag echt niet, blijkt.
Ook valt me meer en meer op hoezeer Luc hier in het pulletje is gevallen. Met zijn handige handen, zijn liefde voor stoommachines en golf, of hij hier is geboren. De mensen van North York hebben hem geadopteerd.

's Avonds ben ik de vlucht van de heenreis al vergeten. Ik lig in een zwart gat, zo donker dat je meer ziet met je ogen dicht dan met je ogen open. Ik merk dat ik glimlach. Glimlach in de stilte. En ik val prompt diep in slaap.

vrijdag 28 oktober 2005
Ik ontmoet Louises familie

Vandaag is de dag dat ik enkelen van de kinderen van Louise zal ontmoeten. Bij de oudste dochter van Louise thuis en die woont bij Lincoln. Een heel eind verderop dus, maar in Engeland malen ze niet om afstanden, merk ik. Engeland is dan ook fors veel groter dan Nederland is.

De eerste dag heeft Luc uitgelegd dat er in de omgeving inderdaad geen rechte wegen zijn te vinden. Tenzij het een oude Romeinse weg betreft, die nu nog steeds in gebruik is. Over zo'n oude Romeinse weg rijden wij naar de stad Lincoln. We gaan gedrieën eerst de stad bezoeken met de kathedraal. Pas daarna gaan we naar Louises dochter.

Onderweg naar Lincoln geeft Luc aan dat we vlak langs het vliegveld rijden van waaraf de Red Arrows oefenen. We zien ze wel eens als we hier rijden. geeft hij aan. Louise beaamt dat. Ik geloof het maar half.
There they are zegt Luc. Tot mijn volslagen verrassing zie ik ze nu ook. Een keurige formatie van rode straaljagers die hun kunstvliegfiguren oefenen. Dan weer met rook bij een looping met ongehoord ronde vorm, dan weer zonder rook. Strak horizontaal laag en hard, of scherp recht omhoog, poef het wolkendek in na enkele seconden.

Verschillende minuten lang kan ik ze volgen. Hoeveel ongelukken gebeuren er hier op de weg? vraag ik half schertsend. Luc en Louise lachen. Maar je zou mij er niet moeten laten rijden. Ik weet niet hoe ik mijn nek moet vouwen om de Red Arrows niet uit het oog te verliezen. Wat een mazzel om die mannen minuten lang te kunnen zien oefenen. Wat een geluk.

En mijn geluk blijkt eindeloos deze korte vakantie. Het is me zeer gegund. Onophoudelijk heb ik geluk.

Lincoln Cathedral

Eenmaal in Lincoln bezoeken Louise en ik de kathedraal. Een prachtige kathedraal, hoog opgetrokken, de stad dominerend. Hij is schitterend van binnen. Het oksaal is rijk versierd en compleet. De houten wand om het koor is prachtig bewerkt. Eenmaal in het koor is het houtsnijwerk overweldigend. Zo gaaf en zo goed onderhouden. Schitterend gewoon.

Chapter House, Lincoln Cathedral

Helemaal indrukwekkend is het chapter house. Het chapter house van Lincoln Cathedral is gebruikt voor opnames van DaVinci's Code en enkele decorstukken zijn bewaard gebleven. Dat geeft het geheel een aparte sfeer, maar het is vooral de centrale zuil die me mateloos boeit. Het ritme van de stenen bogen, ribben en gordingen die zich concentreerd in die ene centrale zuil, haast hypnotiserend.

Tot mijn geluk, wederom geluk, begon een koorrepetitie. Het orgel werd ingezet, die stemmen. Wauw. Opnieuw wauw.

Die Red Arrows kostten me al een case of champagne zei Luc. Dat koor daar nog eens bij. grinnikte hij verder. Ik word arm van de champagne om iedereen om te kopen.

Enfin, schitterende Kathedraal dus, met een zeer eigen karakter. En in tegenstelling tot vele kerken en kathedralen op het vaste land van Europa, geheel gaaf bewaard gebleven, ondanks de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog.
Dat was geen toeval, bleek toen ik dat opmerkte. Deze kathedraal (en andere) werd door Duitse jachtvliegers en vliegers van bommenwerpers gebruikt als baken, en Je schiet je eigen bakens niet uit zee merkte Luc droogjes op.

Aan het einde van de middag, tegen de avond al eigenlijk, reden we naar de dochter van Louise. Ik wilde haar familie graag ontmoeten en was blij dat ze dit voor me had geregeld.
De ontvangst was allerhartelijkst, al moest ik even wennen aan het leven in de keuken. Vooral het in- en uitlopen van twee blije honden die steeds uitgelaten alle mensen afgingen om opnieuw en nog eens en weer een keer te begroeten, was even wennen.

Er waren meerdere mensen in het huis: Luc en Louise, de dochter van Louise en haar echtgenoot, zijn twee kinderen en dan nog de jongste zoon van Louise. En ik daarbij. En twee honden. In een normaal, niet uitzonderlijk groot huis, eerder wat kleiner. Tjonge.

In de drukte van de avond vond Luc een te repareren wasmachine. Hij is heel handig en iedereen bleek dat te weten. Ik sloot me bij hem aan en hielp waar dat kon. Op de juiste manier bijlichten, dingen klemvast houden zonder zijn bewegingsvrijheid te beperken, gereedschappen zoeken en aangeven of weer aannemen. Een uurtje later, na het ook nog ontkalken van de afvoerpijp (kalk bleek het grote probleem; kalk in de pomp, in de leidingen, kalk overal) draaide de wasmachine weer prima, lekvrij, geruisloos en snel.

Heerlijk at ik bij dat grote gezin aan tafel. Bij mijn oom aan tafel en ik vergat dat dit pas de tweede nacht in Engeland was. Liggend op het logeerbed, een bankbed, uitgeklapt, was ik een zeer gelukkig mens.

zaterdag 29 oktober 2005
Levisham viert feest

Zaterdag alweer. Zaterdag. Wakker geworden in iemands huiskamer. Hoe was het ook weer? Oja, ik was bij de dochter van Louise in huis.
Zo goed als mogelijk ruimde ik het bed en beddengoed op. De huiskamer was weer huiskamer en werd al vlug door de twee kinderen ingenomen voor hun weekend-ochtendrituelen.

Voor de tweede ochtend kreeg ik een full English breakfast voor mijn neus dat ik gretig opsmikkelde. Heerlijke manier van ontbijten is dat. Vooral omdat die gekke Engelsen het zwaartepunt van de calorie-inname bij dat ontbijt hebben liggen. De tea is niet meer dan wat sandwiches bij een grote kop thee. En het avondeten is heel smakelijk, maar kent ook kleinere porties dan ik in Nederland gewend ben. Heel evenwichtig allemaal, want ik werd 's ochtends steeds wakker met een lichte honger.

Na het ontbijt gaan Louise en Luc naar een MG kijken waarvan zij overwogen die te kopen. Toen ze later terug kwamen glom Luc van oor tot oor en van top tot teen. Het was niet moeilijk te schatten hoe de schouw van het autootje had uitgepakt. Volgende week hadden zij hun MG.

Kort daarna gingen we terug op weg naar Levisham. We deden wat boodschappen onderweg, voor het eten van zondagavond. Eenmaal thuis bij Luc en Louise besloot ik een korte wandeling te maken. Ze duidden me een vaste route die ze liepen met Jack, hun hondje dat nu ook weer thuis was (meegekomen van de dochter waar hij uit logeren was voor de duur van het verblijf van Luc en Louise en Dublin). Een wandeling van zo'n drie kwartier, schampend aan de Moors. Links langs de pub het dorp uit, en dan later rechts er langs weer het dorp binnen. Dat moest ik kunnen onthouden.

Panorama view Yorkshire Moors

Ik aarzelde aan het eind van het asfalt pad. Ik moest een hek door en veel later weer één. Was dit het eerste hek? Het juiste hek?
Ik besloot dat dat zo was en stapte de Moors op. Wat een wijdsheid. Desolate wijdsheid. Schapen, wind, stervende varens.

Een totaalervaring. Ik genoot en vergat gelukkig desondanks niet om wat foto's te maken. Spectaculaire panorama's waar je op de foto's nauwelijks nog iets van terugziet. Luchten in beweging, vol leven, vol herfst. Man wat was het hier herfst.

panaroma view met spectaculaire wolkenpartij

Ik bleef de stenen muur volgen zoals me was gezegd te doen. Na een half uur over graspaden en schapenpaadjes zag ik opnieuw een hek. Daarachter begon een asfalt weggetje dat naar beneden leidde. Ik had geen notie gehad van klimmen en dus aarzelde ik weer. Ik had geen zonnetje om mijn richting te helpen kiezen.

Ik besloot dit hek ook te nemen. Ik moest immers de stenen muur blijven volgen en die ging hier de bocht om. En als ik er over nadacht, ik was inderdaad wat omhoog komen lopen aan het begin van de wandeling. Dus moest ik ook weer terug naar beneden.
Tussentijds heb ik nog om me heen staan kijken, om het landschap te bewonderen. Uiteindelijk lag Levisham opeens voor mijn neus. De pub aan mijn rechterhand. Daar was het kerkje. En daar was de cottage van Louise. Thuis. Ik was weer thuis.

En de dag was eigenlijk nog maar net begonnen. Ik ging met Louise mee naar vrienden van haar. Een paar dorpen verderop. De bochtige weggetjes, de herfsttinten, North York droeg Tweed.
Louise bleef bij haar vriendin en ik ging met de echtgenoot mee, yet another Andrew, om te vliegen! Een klein voormalig vliegveld, aangelegd als zo vele in de Tweede Wereldoorlog, waarvandaan kleine, lichte vliegtuigjes nog steeds startten, maar dan vanaf de taxi track. De baan deed het niet meer zo best, maar de taxi track werd goed onderhouden.

En inderdaad, een hangaar op een heuveltop, vreemd uitgelegde asfalt stroken, een klein vliegtuigje. I'll start and land her. zei Andrew. In between, she's all yours. Ik genoot. We klommen tussen de wolken door omhoog. Al gauw sloot het gat zich onder ons. Dit was een ervaring die ik niet kende.

Nee, Andrew had na enige tijd ook niet een precies idee van waar we waren, maar als we eenmaal weer onder de wolken zaten, zou hij het gauw genoeg weer herkennen. Fly a bit more to the South East, will you zei hij voor we door het wolkendek gingen zakken.The moors are high and I don't want te descent over them. Ik keek naar de vliegkaart en begreep wat hij bedoelde. 1.400 Feet is heel wat als je door wolken aan het zakken bent.

Voor we door de wolken afdaalden, ontstond een fraai gat. Precies over een Hall. Weer dat geluk. Één gat, de hele vlucht, en dat ontstaat boven de fraaiste Hall van de wijde, wijde omgeving. Ik herkende de pracht vanaf de hoogte die we hadden (zo'n vijfduizend voet op dat moment) met gemak. Die zou ik ook eens vanaf de grond moeten gaan zien.

Het afdalen door de wolken was een aparte ervaring. De bochtaanwijzer en kunstmatige horizon vertellen je alles dat je nodig hebt. In technisch opzicht. Toch voelde ik me wat unheimisch toen het donkerder en donkerder werd om me heen. Het Flits ... flits ... flits van het strobe light was alles dat ik zag. De wolken waren zo compact dat iedere gewaarwording van beweging verdween. De snelheidsmeter wees aan dat we weldegelijk bewogen. De toerenteller van de motor deed hetzelfde. Maar de ervaring was een andere. Gek zeg.

Ook vroeg ik me toch wel af, hard op, How do you actually know if there is another airplane around? You don't was het onderkoelde antwoord van Andrew. But there isn't. zei hij er achteraan. And anyway, vervolgde hij met een lokale wijsheid If your name is in the book in the morning ... hij maakte zijn zin niet af.

We deden enkele low passes over zijn huis, waarop Louise en zijn vrouw naar buiten kwamen. Ik zocht en vond het vliegveld terug tussen de heuvels, op de heuvel, en Andrew landde langs een boomtop (As long as I can see it, I won't hit it) in een vrij brute wind. Come on girl, zei hij tegen de kist toen die niet onmiddellijk ging zitten behave yourself.Alles ging goed. Het kistje landde en Andrew gebruikte het als bladblazer.

Ik had genoten. Ik vroeg Andrew of hij het fijn had gevonden. Oh yes, zei hij. Always when I ask in the weekend if I can go fly, my wife has a job for me. grijnsde hij. Change a diaper, clean windows, chop wood. This was a marvelous excuse to go on a sunday flight!

En als je dan denkt dat de dag om is. Welnee. Eerst ontmoette ik gasten voor de B&B die Louise ook nog eens runt. Twee jongemannen, een homostel. Lieve jongens. En dan is het tijd voor het supper in the house van het dorp. Ik gaf aan dat ik wat vermoeid was en dat ik misschien niet al te laat naar huis terug zou gaan. Luc en Louise vonden dat geen probleem.

Ik deed weer andere kleren aan. Ik was zo blij met mijn koffer. Ik had precies genoeg van alles bij me. En omgekleed, netjes en wel, ging ik mee het dorp in, een klein stukje lopen maar, naar het feest in the house.
En ook dat is geluk hebben. Je kunt hier jaren wonen en nooit uitgenodigd worden voor dit soort party's zei Luc. Jij hebt er gewoon twee in een paar dagen bij je eerste bezoek aan Levisham.

En ik genoot opnieuw met emmers. Niks vroeg naar huis. De avond vloog om. Het gezelschap was zeer plezierig. Het eten was heerlijk. The house was prachtig van ouderdom, onderhoud en aankleding.
Een aantal mensen die op het diner aanwezig was, had ik de eerste avond ook al ontmoet, dus ik vond vlot aansluiting. Gespreksstof genoeg. Wijn vloeide rijkelijk.

De sterren kwamen me ongewoon helder voor, toen we weer terug liepen. Ongewoon helder. En ook zo veel.
En opnieuw die stilte. Ik herinner me niet dat ik mijn bed raak of mijn hoofd op mijn kussen leg. Ik herinner me slechts de diepe en absolute stilte in het volkomen donker.

zondag 30 oktober 2005
'rustdag'

Heerlijk. Uitslapen. Het is wintertijd. Mijn hoofd is in de war. Mijn klokken wijzen tijden aan die ik niet snap. Ik luister voor geluiden uit de cottage. ... Niets. Ik knuffel me nog eens in. Doezel wat. Het regent licht. Regen, dat had ik nog niet of nauwelijks gehad deze afgelopen paar dagen. Ik hoor de wind. De regen. En de stilte die zich even schuilhoudt tussen de druppels in de luwte van die ene boomkruin die nu pas zijn blad verliest.

Vandaag wil ik wandelen. De Moors op. Een echte wandeling. Stappestappestap. Voet en nog een voet en dat talloze keren. Ik kleed me er op. Warm ondergoed aan, wandelspullen daar overheen. Ik zorg voor water in mijn rugzakje. Een fleece pak ik ook in, want ik vertrouw het weer maar matig.

Luc vraagt of hij ook mee mag. Natuurlijk! Graag zelfs! Heerlijk wat uren vertoeven op de Moors met mijn oom en zijn hond. Als iemand me een half jaar geleden had gezegd dat ik dit vandaag zou doen, had ik hem voor gek versleten. Nu het zover is, vind ik het geweldig. Op stap met mijn oom.

We wandelen. Uren. Terwijl het steeds harder gaat regenen. We genieten van elkaars gezelschap. Trots ben ik op die oom van me, hier in Levisham geland. Werkelijk geland. Hij loopt over die Moors, kaarsrecht, langs steile wanden, geen enkele misstap, heuvels op en af. Alsof het allemaal van hem is, uit een natuurlijk recht gegeven. Schitterende kerel, met zijn hond. Die hopt, hop hop hop, over struiken en langs plassen Want hij heeft een hekel aan een natte buik licht Luc toe.

Ik ben blij met mijn gamasches en mijn wandelstokken. Op de Moors lopen talloze mensen met stokken en gamasches. Daar is dat heel gewoon. Ook voor mensen die op de paden lopen, maar helemaal als je van die maffe geitenpaden, pardon, schapenpaden volgt. Die zijn smal, hobbelig, glibberig. Zeer onstabiel. En vies. En nat natuurlijk.

We wandelen. Lachen, praten, zwijgen, bezoeken een ruïne van een huis je dat van een naughty vicker is geweest. Luc aait over mijn hoofd. Ik heb hem gemist, merk ik. En ik ben zeer blij met zijn aanwezigheid in mijn buurt.

Tegen de vier uur later komen we doorweekt en wat kleumend weer binnen. Ik vlucht de douche in en warm weer wat op. Luc volgt mijn voorbeeld Je was me net te snel af daarnet lacht hij.

's Avonds kookt Louise, want Else Barbara will tell her mother that I don't cook! Rostbeef and Yorkshire pudding. The local dish. En opnieuw vind ik het erg lekker. Ik hou wel van de Engelse keuken merk ik.
Ann, een huisvriendin, is ook bij het eten. Luc haakt vroeg af. Hij kukelt om op de bank in the shed en krult zich op naast Jack.

Ik maak het ook niet laat meer. Niemand eigenlijk. En ik hoef niet op de slaap te wachten.

maandag 31 oktober 2005
thuisreis

Iets holderdeboldert me wakker 's ochtends. Verrek, vandaag ga ik weer op huis aan.

Ik kleed me aan en begin te pakken. Weer naar huis. Wat een wezenloos intensieve dagen zijn het geweest en wat is er weinig tijd. Vijf dagen is niet genoeg. Nooit genoeg.

Het gebolder bleek van een vuilcontainer. Het is maandag. Er is geen schoolvakantie meer. Iedereen die werkt gaat aan het werk. Ook Louise. Wat onbeholpen neem ik afscheid van haar. Ik kan niet de juiste woorden vinden haar te bedanken. Zij moedert wat over mij met lieve zorgen en zorgjes, en betrapt zichzelf daarop Oh well, constateert ze, That is my mother instinct kicking in. We lachen nog. En dan is ze weg.

York Minster

Even later zitten Luc en ik in de auto naar York. Weer zo'n prachtige stad. Wat is de omgeving hier oud, wat een oude cultuur. Wat zijn de Nederlandse steden, althans de Hollandse, onbeholpen gehuchten als je dit soort steden ziet.
De oude stadsmuur van York is goeddeels bewaard gebleven en het biedt een schitterend voetpad naar hartje stad, als maar met uitkijk op de York Minster. Weer zo'n majestueus gebouw. Wat een joekel van een gebouw!

York Minster, het middenschip, van binnenuit

Het is een gebouw van indrukwekkende omvang en het volume is enorm. Ik kan me niet herinneren in een kerk, kathedraal of soortgelijk gebouw te zijn geweest dat zo'n volume had inwendig. Hoog, ruim, licht. Wat een licht.

De crypte is bijzonder aangewend. Het leidt je door de geschiedenis, vanuit de Romeinse tijd, via het hele vroege christendom naar de huidige gotische kerk. En doet dat met vernuft. Ook de kerkschatten zijn in de crypte uitgestald en een kleine oorspronkelijke gebedsruimte, de eigenlijke crypte, is in redelijk authentieke staat gepresenteerd. Daarnaast is zichtbaar gemaakt hoe de grootste steunpilaren van de hoge toren in het midden van de Minster zijn versterkt en verstevigd. Een technisch hoogstandje om verzakkingen met alle desastreuze gevolgen van dien, te voorkomen.

Na het bezoek aan de Minster wandelen we door York. Genietend van de stad. Ik vind nog wat voor Louise. Een cadeautje, een kaartje om te bedanken. Luc heeft me gelukkig een keer voor de benzine laten betalen, maar verder mocht en kon ik niets doen. Ik kon ze geen lunch aanbieden (dat probeerde ik wel, maar als ik wilde gaan betalen, had Louise dat al voor ons allen gedaan), ik mocht helemaal niets betalen, zelfs niet iets simpels als de toegang tot een Kathedraal. Ik vond het heerlijk verwend te worden. Heerlijk. Maar vond het ook fijn om toch wat kleins terug te kunnen geven.

Overigens ontdekte ik pas toen het ongelukkig uitkwam, dat je in Engeland met een briefje van vijftig pond nergens meer terecht kan. Het is een wettig betaalmiddel, maar niemand accepteert het nog, omdat er teveel vervalsingen in omloop zijn.
Later, op het vliegveld, kan ik het inwisselen voor briefjes van tien pond elk. Die kan ik de volgende keer dat ik in Engeland ben dan wel gebruiken.

En die volgende keer wil ik niet te lang voor me uit schuiven. Ik mis ze een beetje, die lieve lieden. Het afscheid op Leeds-Bradford kwam vroeg genoeg. Opeens zat ik wat uurtjes weer alleen in de vertrekhal. Een boek, een biertje, mijn rugzakje. Buiten verdween het daglicht en over een zee van lampjes verliet de kist Engeland.

Engeland, York. Wauw.

| Categorie: persoonlijk |

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete