Een boodschap doen
Sun, 27 Nov 2005 21:47 +0100
discussiegroep: PretLetters
Reageer via de discussiegroep bij Google.
Vanmorgen bij ik even bij mam koffie gaan drinken. Ger was in het nieuwe huis. Mam zat tussen de dozen en gordijnen in de maak. We hebben lekker wat tijd verkletst. Ik met een poes op schoot, en later nog één (die zich weer later bedacht en naar z'n mand vertrok).
Voor het weggaan pakte mam een diepvriestas voor me in met lekkere dingetjes. Prompt vergat ik die tas. Dat kwam ondermeer omdat de volgende bewoner van het huis het weggaanritueel onderbrak met een onverwacht bezoek.
Maar ook omdat ik met mijn hoofd er niet bij was. Het is de allerlaatste keer dat ik in dat huis ben geweest. En hoewel het niet het huis is waar ik ben opgegroeid, heb ik er meer dan bij andere huizen het idee van 'ouderlijke woning' bij. Ik heb er gelachen, ben er boos geweest, verdrietig, ziek. Ik heb er met mam en Ger geknuffeld. Ik heb er op de katten, kippen en tuin gepast. Ik heb er domweg een deel van mijn leven liggen.
Bovendien gaan mam en Ger nou niet echt om de hoek wonen. Drenthe. Drenthe! Uren reizen. Niet meer snel even op en neer voor een kop koffie, wat kletsen en een knuffel. Niet meer een weekje op de katten en het huis passen. Geen Ger meer die onverwacht op zaterdagochtend aanbelt voor iets leuks, omdat hij toch in de buurt was, naar de markt in Gouda bijvoorbeeld of de kaaswinkel in mijn straat.
Drenthe. Ik zal er wel aan wennen. Ik zal wel moeten
. Toch had ik af en toe een brok in mijn keel vanmiddag. Ik zal ze missen, die lieve lieden.
Drenthe. Hmpff. Je kunt er wel mooi wandelen. Gisteren publiceerde Trouw een wandeling van veertien kilometer die op loopafstand bij het nieuwe huis van mam en Ger begint. De bossen, zandverstuivingen en hunnebedden liggen allemaal vlak bij. Dat is dan wel mooi meegenomen. Af en toe een (lang)weekend naar Buinerveen, het gebruikelijke kletsen, katten en mensen knuffelen, koffie drinken (als het ochtend is;
Vanmiddag was ik niet van plan te gaan wandelen. Eigenlijk moest ik wat administratie doen. En wassen en zo. En toch ben ik opeens gaan wandelen. Zomaar wat lopen dacht ik. Even de stad in, een frisse neus halen want ik was erg slaperig, duf. Ik wilde wat frisse lucht.
Het bleek koopzondag te zijn in Gouda. Er was ook markt, maar die was armoedig. Kramen met goedkope spullen, kleding vooral en een messenset voor twee euro. Dat. En het had publiek getrokken dat dat interessant vindt. Misschien omdat het niet anders kan.
Af en toe straalt de armoede van de mensen af. Slechte permanentjes, goedkope schoenen en jassen, graaiend in bakken met nylon kikkergroene truitjes. Het is niet het slechte permanentje of de goedkope schoenen of de veel te dunne, katoenen zomerbroek met lange splitten in de pijpen waar bleke blote huid uit steekt, die armoedig maakt. Het is het feit dat er überhaupt een permanentje in de vaag roodgeverfd doch ver uitgewassen haren zit. Het is een uitstraling, een lichaamshouding. Het met open monden smakken en kauwen van vette frites terwijl je je niet goed raad weet met je brandende sigaret die je in je andere hand hebt, de hand waarmee je een kleuter van tegen de vier, met luier, in een buggy waar hij niet meer in past, ongeïnteresseerd voor je uit duwt, de buggy daarbij als stormram gebruikend om je een weg te banen door de deinende mensenmassa.
Het is de vette kraag in de lang niet gewassen jas van jezelf, je kinderen. Het zijn de ongewassen te grote spijkerbroekjes waar de kids in lopen, de nylon dassen en handschoenen, de make-up op het kindergezichtje van je dertienjarige dochtertje. Het is de weeë stinkende walm van nicotine, zweet en goedkope parfums en aftershaves die om jou en je gezin heenwolkt, de lucht van slaap in je kleren en tabaksrook in je haar.
Dat. Goedkoop en stijlloos. Armoedig. Het volk waar
, met grove koppen en eeltige handen die nooit meer schoon konden worden geschrobt.
Opeens had ik het gehad met dat stinkende volk. Armoede heeft een lelijk en achterbaks gezicht, grijs met een verbeten mond en kwade ogen. Het is constant paraat te slaan en te vechten. En ik had geen zin om die blikken te ontmoeten, noch om ze te ontwijken. Dus maakte ik me uit de voeten.
Ik liep langs de Nieuwe Gouwe om Gouda te kunnen verlaten. Bij de MacDonalds at ik een Big&Tasty met bacon, en een medium Cola light als drinken er bij. Mijn hoofdmaaltijd voor vandaag. Lekker.
Daarna liep ik richting Waddinxveen. Waar ik eerder dit jaar orchideeëen heb zien bloeien, is nu alles drassig en kapot. Kort gemaaid met diepe tractor sporen. Ik hoop dat die orchideeën zo'n behandeling overleven als soort. Dat zie ik volgend jaar dan wel weer.
Ik ben niet naar Waddinxveen door gelopen, maar op enig moment rechtsaf geslagen en parallel met de A12 gaan lopen. het begon al wat te schemeren, hoewel het nog geen halfvier was. Ik knipte mijn lichtjes aan. Twee led-lampjes, rood achterop mijn rugzak, en gelig op mijn borst. Ik hecht wel aan zichtbaarheid. Ik was niet te missen.
Opeens werd ik opgeschrikt door het geskwie dat zo vaak in Westerns wordt ingezet, het ijle, wegstervende 'kwieieieieieie' van een roofvogel. Ik zocht waar dat vandaan kwam. Een enorme buizerd hield zich op in de takken van een kale populier. Twee kraaien hadden het helemaal gehad met die buizerd en vielen beurtelings brutaalweg aan. De buizerd vloog weer op. Nogeens klonk dat geskwieie. De drie kwamen over mijn hoofd gevlogen, hooguit drie meter boven mij langs. De buizerd vond de kraaien hoogstens annoying.
Wat een reuzachtig grote vogel. Dit moet de grootste roofvogel van Nederland zijn, misschien met uitzondering van de Oehoe die recent Limburg is binnengedrongen. Deze buizerd was echt enorm.
Dat dachten ook de eksters wiens territorium hij nu was binnengevlogen. De kraaien gingen terug naar hun eigen roest. De eksters namen de luchtaanvallen van hen over. De buizerd liet zich plots vallen en schoot op een meter hoogte langs stammen en door struikgewas. Opeens was hij uit het zicht. Ik zocht de eksters. Ook verdwenen. Ik zag slechts loodgrijs en wat oker in de lucht. Niet eens meer een meeuw. Niets vloog nog, behalve een grote vrachtbak van Tulip Air die op circuit zat voor een landing op Rotterdam.
De weg naar Gouda Noord liet ik voor wat hij was. Ik liep door naar
Via Sluipwijk en verderop de Ree en de Korssendijk baande ik me een weg door het donker. Het is voor het eerst dat ik in het echte donker op die dijkweggetjes loop. Hoewel er op zondag tussen twaalf en zes geen gemotoriseerd verkeer mag komen, is het er altijd behoorlijk druk met auto's.
Het is ook voor het eerst dat ik verlichting voer, als voetganger. Ik ben tevreden met het resultaat. Auto's weten al ver van tevoren dat ik er ben en ik merk dat ze daar prijs op stellen. Ze passeren vrij voorzichtig. Ik voelde me een stuk comfortabeler dan eerder, toen auto's me af en toe met een rotgang voorbij stierden, me bijna raakten met hun spiegels (en één keer echt raakten).
Ik zag andere wandelaars. Ik was heus niet de enige op die dijkjes. Hardlopers ook. Maar soms pas als ze al tot vijftien meter genaderd waren. Volkomen onzichtbaar in hun donkere kleding, op die slecht verlichte weggetjes. En hoewel die auto's er niet mochten zijn, ervoer ik het zichtbaar zijn voor diezelfde auto's als zeer plezierig.
Bij de Goudse Hout twijfelde ik even. Ik als vrouw alleen dat donkere en stille gebied in? Was dat nou verstandig? Had ik mijn wandelstokken nou maar meegenomen. Dan had ik een soort wapen in mijn handen.
Ik aarzelde. Eerder had ik een fietser bespeurd waarvan het gedrag me niet beviel. Hij passeerde erg dicht, hield in door te stoppen met trappen, slingerde wat voor me uit zonder echt op me uit te lopen, en begon plots weer te trappen toen er een andere fietser ten tonele verscheen. Ik was acuut zeer op mijn hoede op de verdere bewegingen van die vent.
Maar ik vermande mezelf, zette de iPod zachter zodat ik de omgeving kon beluisteren, schakelde het lampje op mijn borstkas uit en stapte het fietspad op. Als ik op het fietspad bleef, had ik in ieder geval het beste zicht op de nabije omgeving, omdat dat wat breder is dan de voetpaden. Op het fietspad is het ook wat minder donker, omdat het takkendek zich er niet boven sluit, zoals dat bij veel voetpaden in het Goudse Hout wel gebeurt.
Ik hoorde de ganzen in het weilandgedeelte hun hiërarchie bespreken. Ik hoorde een trimmer achter me, tenminste, ik hoopte dat het een trimmer was. Even later kloskloskloste hij me voorbij. Trimmen vind ik een maffe bezigheid. Arme knieën, arm hart. Ik geloof er geen jota van dat trimmen gezond is. Niet hier, in zo'n asfaltlandschap als de Randstad.
Ik had licht last van mijn voeten, maar het viel me mee. Ik heb lang niet meer zonder stokken gelopen. Maar op een route die uitsluitend asfalt is, met de nattigheid van dit moment, zijn treking poles uiterst onhandig. Ze glijden de hele tijd weg. Je hebt er helemaal niets aan. Ja, als je de rubber doppen er van af laat. Maar dan maken ze een hels kabaal, waar ik me unheimisch bij voel. Bovendien, toen ik van huis ging was ik nog helemaal niets van plan. Ik wilde alleen maar even een frisse neus halen. Even ademhalen buiten.
Na nog van één onschuldige hardloper de bewegingen met argusogen te hebben gevolgd, was ik weer aan de weg, het Goudse Hout verlatend. Hup, de brug over, de weg over, rechtsaf en ik was nog maar twee kilometer van huis.
En toch was ik er nog niet, bleek. Er wordt heftig aan de weg gewerkt vlak bij mij in de buurt. Nu ik er langs moest, bleek dat er een rotonde wordt aangelegd. De voetgangers en fietsers werden vanaf waar ik liep naar de andere kant van de weg gedirigeerd met een bordje en langs linten en over rijplaten. In het donker (de straatverlichting is uit ter plaatse) raakte ik gedesoriënteerd. Ik begreep niet waar ze wilden dat ik ging lopen. Bij de rotonde in aanbouw aangekomen, zag ik helemaal niets meer.
Ik haalde mijn zaklampje tevoorschijn. Die heb ik niet eerder nodig gehad en ik verwachtte toch zeker niet om die in de bebouwde kom te moeten gebruiken. Maar toch. In het kleine bundeltje licht koos ik mijn stappen zorgvuldig om de rotonde veilig te passeren.
En thuis. Even liep ik door naar het benzinestation om een fles Cola te halen (light), want ik had niets in huis, wist ik. En thuis. Het was een boodschapje met een omweggetje. Achttien kilometer, over asfalt zonder stokken. Het wonder is geschied. Ik kan weer lopen.
| Categorie: wandelen persoonlijk |
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete