PretLetters

November 2005

De vorige generatie

Thu, 24 Nov 2005 20:43 +0100

Van de ene op de andere dag ben ik tot 'de vorgige generatie' gaan horen. Ik heb daar niet actief op aangestuurd. Niemand heeft daar iets bijzonders voor gedaan. Het is opeens gebeurd.

Ik merk dat aan de jonge mensen om mij heen. Late tieners, vroege twintigers. Het volkje dat van binnen gillend onzeker van buiten stoer door het leven probeert te stappen, op weg naar de volledige overname van de maatschappij. Als deze jongelingen collega's zijn, zeggen ze u tegen mij. Met toenemende moeite krijg ik ze zover om me te tutoyeren. Bij sommige laat ik het al na om dat te proberen te bereiken.
Als deze jongelingen vreemden zijn lopen ze me omver op de markt of willen ze me van de stoep af hebben, omdat ze zich hebben voorgenomen breed te zijn en vooral naast elkaar te blijven lopen en 'de vorige generatie' weg te vagen door net te doen of ze niet bestaat.

Niet zo bewust natuurlijk, maar toch. Dat is wel wat ze uitstralen. Van de ene op de andere dag doen jongeren geen stapje meer opzij, schikken nergens in, negeren mij volkomen, tenzij om me uitdagend aan te kijken tijdens een chicken run te voet. Merkwaardige gewaarwording.

Enfin, ik schik me maar in mijn lot, maar blijf de chicken runs wel winnen. Ik heb behalve die waarneming door jongeren, zelf helemaal niet het idee dat ik al tot 'de vorige generatie' behoor. Dat lot is meer mijn moeder beschoren, of mijn baas. Mij nog niet. Toch?

Misschien dat deze beleving mij wat weemoedig maakt. Ik merk dat ik veel aan mijn kindertijd terugdenk de afgelopen tijd. En dat herinneringen scherper worden en ook onverwacht zijn. Zo durf ik te zweren dat mijn allerallerallereerste herinnering de hielprik is. Ik heb een levendige herinnering aan een malloot die in mijn hiel snijdt. Zo vaak zal dat toch niet zijn gebeurd.

Ook het zwembad speelt een grote rol in mijn herinneringen. Als kind al had ik een bijzonder grote hekel aan het gegil en ander lawaai van mijn leeftijdsgenootjes. Nog steeds vind ik gillende kinderen een ramp. Al dat kabaal. Altijd heb ik dat afschuwelijk gevonden en zelf deed ik er niet aan mee.
In het zwembad had ik een prachtige mogelijkheid te ontsnappen aan het door de hal versterkte helse kabaal: onder water verblijven. Ik was dan ook meer onder dan boven water te vinden en kon als kleintje (ik zat nog op de lagere school) onder water het vijfentwintigmeterbad met enige moeite in de lengte over zwemmen. Ik was gek op zwemmen. Al heel vroeg had ik twee diploma's. Ik was te jong om op te gaan voor mijn derde, al kon ik de oefeningen met gemak volbrengen. Ik was net geen acht toen ik drie zwemdiploma's had behaald.

Zwemmen. Hmmm. Dat was genieten. Het was ook in je gewone kleren 's avonds naar Overbosch en na het zwemmen en kort douchen (meer even afspoelen), in een schone pyjama met een wollen dustertje en van die maffe soksloffen in de auto naar huis. Thuis nog een, euh, glas limonade denk ik, of een kop warme anijs of warme chocolademelk 's winters, en dan, als je haartjes droog waren, hup, je bed in. Heerlijk slapen. Diep, diep slapen.

Heel wat anders was school, het schoolplein vooral. Daar was geen ontkomen aan het kabaal van mijn spelende leeftijdsgenoten. Ik mocht van de juffen en later meesters niet binnen blijven in het speelkwartier. Ik moest naar buiten, me tussen al dat lawaaiige geravot begeven.
Ik was geen ravotter. Ik priegelde, bestudeerde, demonteerde. Mijn eerste succesvolle project was mijn fietsbel. Met veel geduld kreeg ik die uitelkaar en weer inelkaar gezet toen ik een jaar of vijf of zes was. Ik was gek op lego en bouwde er kastelen mee en zeeschepen.

Verder kon ik al vroeg lezen, iets dat ik altijd graag ben blijven doen. Net als tekenen en schrijven.
En ik was gek op mijn zak met knikkers. Mam had een prachtige blauwfluwelen zak voor mijn knikkers gemaakt, die je met twee koorden dicht trok. Niet het knikkerspel boeide mij, maar de knikkers zelf. Van de eenvoudigste pinken tot de imposante bonken waar mijn kinderhand maar nauwelijk om kon sluiten. Die van helder glas met zo'n gekleurd vlammetje er in vond ik prachtig als je het zonlicht er door liet vallen. De melkwitte, gemarmerd met helle kleuren, vond ik zo mooi dat er eens een klein zakje van heb gepikt in een speelgoedwinkel. Later kwamen er bij die een oppervlak hadden als een zeepbel of olievlek, geïriseerd.
Het koele als ik m'n hand in die zak stak, het gladde, tenzij er een stuk uit een bonk was gesprongen, de kleuren, het geluid als ze langs elkaar knarsten in je broekzak of in je handen. Knikkers.

Ik kon me ook uren vermaken met m'n viewmaster met Disney-plaatjes. Sneeuwwitje herinner ik me. Die in ieder geval. En de verwondering bij het turen door mijn caleidoscoop. De rode, blauwe, gele en groene kralen tegen de spiegeltjes aan, die stervormige figuren. Hypnotiserend, werkelijk hypnotiserend. Geweldig mooi vond ik dat.
En een pop die bijna zo groot was als ik, tenminste wel toen ik hem net had gekregen. Katinka noemde ik haar, mijn tweede naam.

Later kwam er Play-doh. Ik kan me het gerol, gekneed en geknijp dat samen boetseren moest zijn, goed herinneren. En de geur van de kleurige klei. Het rook wat amandelig zoals ik het me herinner. Het rook alsof je het kon eten, wat ik ongetwijfeld eens heb geprobeerd.
En de stiften die rondsprongen in de spirograaf! Wauw, wat een wondertje was dat. Allemaal complexe Tros-sterren.

Uren heb ik gespeeld met al dat spul. Dingetjes maken. Het obligate asbakje door je handje in de Dash-klei te drukken. Talloze tekeningen. Bouwwerken met blokkendoos en later lego. Kleipoppetjes die in mijn legokastelen woonden, werkten, vochten. En al heel vroeg een Commodore-64 waarop ik mezelf leerde programmeren met BASIC. Programmaatjes die draaiden op het televisiescherm! Daar is mijn liefde voor computers dus begonnen.

Een paar jaar later begon de overgang naar de volwassenheid. De bezigheden raakten sportiever, geregelder, minder alleen. En ook meer gericht op sociale vaardigheden en een goede opvoeding. Hockey, paardrijden, tennis, pianospelen, dansles. Behalve dansles vond ik dat ook allemaal heel leuk, maar het was al geen spelen meer. Het raakte gericht op prestatie en op groepsgedrag. Het bestuderen van het mechaniek van een fietsbel of equivalente activiteit nadat je net een veldslag van ridders en cowboys had nagespeeld met play-mobile was voorgoed voorbij. Het schaatsen wat ik zonder enige problemen in één keer kon op de vijver in het Haagse Bos (een waar wonder want ik was al dromend een verschrikkelijke brekebeen), was opeens bedoeld om afstanden af te leggen zoals op en neer naar Leiden.

Als ik kijk naar het speelgoed dat ik had, en wat er nu allemaal gekocht wordt, wat een wereld van verschil. Mijn hemel wat een andere wereld. En dan klink ik meteen werkelijk als iemand van 'de vorige generatie'. Ik hoorde het.  :-) Het is toch gebeurd, maar wanneer dan?

| Categorie: persoonlijk |

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete