PretLetters

Oktober 2005

Ik vecht terug

Tue, 18 Oct 2005 23:34 +0200

Vanmorgen had ik een zeer onaangename confrontatie met een zeer onaangename en agressieve jongeman. Zo agressief gedroeg hij zich, dat ik aangifte heb gedaan van bedreiging. Minstens van bedreiging. De rest zoeken we er later wel bij. Dat aangifte doen is weer een verhaal apart, maar eerst die confrontatie.

Om fatsoenlijk aangifte te kunnen doen, met allerlei details die al dan niet relevant kunnen zijn, heb ik direct nadat ik aankwam op mijn werkplek het feitenrelaas van de gebeurtenissen opgeschreven, zo volledig mogelijk:

Algemene informatie

Soort aangifte:
  • categorie 'misdrijven tegen de persoon' (art.242-249 Wetboek van Strafrecht)
    • bedreiging;
    • eventueel aanranding (in de betekenis: het met misdadige bedoelingen te lijf gaan, aantasten);
  • eventueel aangevuld met eenvoudige belediging (art.266 Wetboek van Strafrecht).
Betrokkene die aangifte doet:
naam: Barbara
Geb.: datum, plaat
adres: straat nummer, postcode woonplaats
tel.nr.: telefoonnummer
Plaats, datum/tijd:
Trein: omgeleide intercity tussen Gouda en Den Haag CS, richting Den Haag centraal
Datum: dinsdag, 18 oktober 2005
Vertrektijd vanaf Gouda: oorspronkelijk 08:07 +0200GMT, ongeveer een kwartier vertraagd
Instap: voorste treinstel, helemaal vooraan, de voorste deuren
Moment waarop het incident zich afspeelt: in de eerste drie minuten ongeveer na vertrek vanaf station Gouda

Gebeurtenissen:

  • Er stappen mensen uit.
  • De stroom uitstappers stopt.
  • Ik stap in (als eerste), met onder meer een collega en nog andere mensen.
  • Op het moment dat ik het balkom op stap, zie ik dat er nog andere mensen de trein uit willen. Zij zijn opgehouden op de trap vanaf het bovenste dek en zijn nog niet op het balkon aangekomen.
  • Om die mensen alsnog de ruimte te geven, stap ik opzij, richting het dalende trappetje. Daarbij sta ik kennelijk iemand op de tenen, al merk ik daar verder niets van op dat moment.
  • De jongeman op wiens tenen ik kennelijk heb gestaan, begint te schelden en schopt mij één maal. Niet hard, maar toch. Het schelden gaat rustig nog even door. Denk aan trut, kutwijf, dat soort taal.
  • Ik reageer gekrenkt, meer om die schop dan om het schelden. Ik blijf vooral herhalen dat hij mij niet heeft te schoppen, maar door het vuile taalgebruik van de ander, scheld ik ook wel wat.
  • De jongeman probeert te negeren, maar ik ga door met herhalen dat ik me niet zomaar laat schoppen. Ik blijf hem vragen Je hebt me niet te schoppen. Of ontken je soms dat je me schopte? Als ik je had echt had geschopt had dat wel anders gevoeld. is de reactie.
  • Terwijl hij dat uitspreekt komt hij vrij bruusk overeind en dreigt me vervolgens, door lichamelijk ongeveer over me heen te buigen en zijn gezicht pal voor het mijne te brengen. En hij blijft grove taal gebruiken, schelden, beledigen. Hij haalt aan dat hij mij een asociaal kutwijf vindt, omdat ik niet wachtte tot iedereen uit was gestapt. Ik herhaal dat dat geen enkele reden is om iemand te schoppen. Nooit. Of om nu te dreigen.
  • Een collega van mij wacht niet af en wringt zich tussen beiden, om mij te beschermen, iets als Je blijft wel van haar af, zeg zegt hij nog.
  • De jongeman vliegt hem onmiddellijk aan, grijpt hem bij de jas en duwt hem van zich af. Mijn collega moet zich schrap zetten. Bijna valt hij van het trapje naar beneden, al heeft hij dat zelf misschien niet gemerkt. Een kleine schermutseling, die even plotseling stopt als hij begon.
  • Dan kondig ik aan de politie te bellen, wat ik vervolgens ook doe. De reactie van de jongeman is slechts een Moet je lekker doen, joh.
  • De rest van de vertraagde rit verloopt rustig, ondanks dat we gedrieën in dezelfde ruimte zijn.
  • Op Hollands Spoor stapt een aantal mensen uit, waaronder de jongeman die schopte, en mijn collega en ik, om ruimte te maken voor uitstappers. Er staat geen politie te wachten. Jammer voor je, joh. zegt de jongeman en grijnst daarbij breed.
  • Bij het weer instappen (we moeten alledrie door naar Den Haag CS) staat de jongeman nogal fors op mijn tenen.
  • Gedrieën stappen we weer in.
  • Op Centraal Station stapt iedereen weer uit. Mijn collega roept de jongeman nog achterna, dat als je een vent bent, loop je nu mee naar de politie. We weten de jongeman te overtuigen om ten minste zijn telefoonnummer bekend te maken, (+31-6) 10911937. Gevraagd naar zijn naam, geeft hij die niet. Niet zeker of het nummer klopt.
  • Misschien als je bij de politie een lekkere beurt krijgt, dat je humeur dan wat opknapt. voegt hij me nog toe.

Ervaring/beleving:

  • De schop initieel verbaasde me en vervolgens werd ik nogal boos daarover. Mensen hebben mij niet te schoppen. De verbale beledigingen waren krenkend, en daagden mij uit terug te schelden, maar meer ook niet.
  • Pas toen de jongeman overeind vloog, ervoer ik een sterke fysieke dreiging. De lichaamshouding en -taal, samen met de vuilbekkerij, waren een inbreuk op mijn veiligheid, duidelijk, en zeer, zeer onaangenaam. Ik was er aangedaan van. Wat geschrokken. En toch ook heel boos.
  • Dat het werkelijk zeer bedreigend overkwam, blijkt ondermeer uit het feit dat een mannelijke collega zich geroepen voelde tussenbeide te komen om mij te beschermen. Vooral die reactie, met de daarbij gebruikte woorden Je blijft wel van haar af, hè zijn een wat objectiever maatstaf om te meten of er wel of niet sprake was van dreiging of een bedreigende situatie.
  • Dat de jongeman op Hollands Spoor op mijn tenen trapte, kwam op mij over als meer dan toevallig. Ik vond dat een vuile streek, nog even zijn gram halen, toen hij zag dat de spoorwegpolitie er niet stond. Zoiets.
  • Op het moment zelf was ik vooral boos en verontwaardigd om de bedreiging, de beledigingen en het ongewenste hardhandige fysieke contact (de schop en later het op mijn tenen staan). Achteraf voelde ik me er nogal onbehagelijk bij en was ik een beetje shaky, aangedaan.

Overig

Getuige (tevens degene die tussen mij en de jongeman instapte om de fysieke dreiging die er van die jongeman uitging): de heer initialen naam, telefoonnummer overdag (+31-70) 316####.

Toen ik dat eenmaal op papier had staan, ervoer ik wat bevrijding om me te kunnen concentreren op de rest van de drukke werkdag. Ik maakte nog een kopie van mijn paspoort en niette die achter de twee velletjes. Als ik aangifte zou gaan doen, had ik alle informatie bij elkaar en beschikbaar.

De rest van de dag heb ik er alleen maar af en toe aan gedacht, maar geen aandacht meer aan besteed. Dat was niet nodig en eigenlijk ook onmogelijk.
Pas laat in de middag, vlak voor ik naar huis zou gaan, nam ik de tekst nog door. Ik heb toen de gegevens van de getuige nog opgenomen en wat gegevens bij plaats, datum en tijd aangevuld. Het stuk geprint en die kopie van mijn paspoort nu hier aan vast geniet.
Het documentje heb ik ook aan de getuige, een collega, gezonden, per e-mail. Niet dat hij er iets mee moet, maar misschien vergeet ik iets of vergis ik me ergens. In dat geval kan hij nog wat aanvullen of verbeteren. Hoe zuiverder het feitenrelaas, hoe beter.

Enfin, nu nog de aangifte zelf. Ik was al niet zo te spreken over de spoorwegpolitie. Die hadden hun kans in de ochtend laten lopen, omdat ze zich vergisten in welke trein ik zat. Ze stonden te laat op het perron, bij de trein na die waarin ik zat. Jammer dan.

Volgens de meneer waar ik telefonisch contact mee had, moest ik op Hollands Spoor in Den Haag aangifte komen doen. Ik heb speciaal gevraagd tot hoe laat dat kon. Als dat alleen in kantoortijd had gekund, had ik ergens tussen de Koningin Marialaan en de Brasserskade waar ik een bezoek moest afleggen in de middag, het Hollands Spoor wel opgezocht. Dat kan tot elf uur. was de reactie. Ik gaf aan dat ik in dat geval uit mijn werk, op de terugweg naar Gouda op HS zou uitstappen en in de vroege avond aangifte zou komen doen. Geen probleem zei de man. Dan ben ik inmiddels wel naar huis, als u dat niet erg vindt. Dat is ruim na mijn einde werktijd. grapte hij er nog achteraan.

Dus stapte ik even voor half zeven vanavond op HS uit de trein en zocht de spoorwegpolitie. Die blijkt op één van de perrons te zijn gehuisvest en was vrij vlot gevonden. Ik liep op de ingang af en duwde tegen de deur. Dicht. Ik rammelde eens, keek naar binnen. Donker. Dat verbaasde me.
Ik liep om het gebouwtje op het perron heen en vond geen andere ingang. Wel zag ik licht branden en zag ik de silhouetten en schaduwen van meerdere personen bewegen. Er waren dus mensen binnen.

Bij de informatiebalie vroeg ik naar hoe ik de spoorwegpolitie zou kunnen bereiken. De jongedame achter de balie belde met ze. En vervolgens werd ik afgepoeierd. Morgen kon ik overdag aangifte komen doen, maar niet nu. Ik ontplofte. Door het uit de trein stappen en op onderzoek uitgaan, had ik de oorspronkelijke trein waarmee ik van CS was vertrokken, moeten laten gaan en stond ik op het punt de volgende mis te lopen. Een uur vertraging om onverrichter zake thuis te komen, nee neeneenee nee. Zo werkt dat niet.

Via 0900-tuig kreeg ik het rechtstreekse nummer van de spoorwegpolitie op HS. Maar ook toen ik die aan de lijn had, kon ik ze niet overtuigen dat ze me aangifte zouden laten doen. Het argument Uw collega heeft me dat toch duidelijk verteld. bleek waardeloos. Vol ongeloof wachtte ik naast het hermetisch afgesloten bureautje op de volgende trein naar Gouda. Toch onverrichter zaken naar huis.

Weet je wat? dacht ik. Ik loop gewoon op het politiebureau in Gouda naar binnen en doe daar de aangifte. Laat die blunderende spoorsukkels lekker doodvallen. dacht ik er tevreden achteraan.

Dus liep ik vanaf het station naar het politiebureau. Dat is een klein stukje, zo'n anderhalve kilometer schat ik in en dus goed te doen. Maar dan moet dat bureau er nog wel zijn. Wij zijn verhuisd naar de Nieuwe Gouwe O.Z. nr. 2 stond er op. Naar waar? dacht ik bij mezelf, en ik vloekte hardop. Het tweede bureau waar ik niets aan had.

Ik ben naar de Markt gelopen om daar op de plattegrond naar de Nieuwe Gouwe O.Z. te zoeken. Ondertussen belde ik 0900-tuig nog maar eens, om te vragen waar vanaf de Markt het dichtbijzijndste politiebureau zou liggen, dat nog open was. Daar werd bevestigd dat dat op de Nieuwe Gouwe O.Z. lag. Maar begon de waarschuwing dat gaat wel om halfnegen dicht.

Ik vloekte, voor de mevrouw van tuig hoorbaar. Het is toch ook godgeklaagd dat je van hot naar haar moet en dat de hele onderneming na enkele uren dan toch nog lijkt te gaan stranden. Ik zette aan en begon naar de Gouwe te lopen.

Helaas koos ik voor een iets te Oostelijke koers, wat verward door het donker over de stad. Ik loop nooit in het donker door Gouda en dreigde de weg kwijt te raken. Toen ik eenmaal begreep waar ik naartoe moest (richting spoor, richting de McDonalds bij de Goudse Poort) had ik nog een klein half uur voor het bureau zou sluiten en nog zo'n tweeëneenhalve kilometer te gaan. Ojé.

Ik haastte me. Vort vort, in het donker over de fietspaden langs de weg. Er zijn daar geen voetpaden of stoepen. Vort vort.
Af en toe controleerde ik de tijd. Nog twintig minuten. Nog dertien minuten. Nog zeven minuten.

Opeens was daar het politiebureau. Hoewel ik het zag liggen, moest ik eerst nog een stuk om een watertje lopen om er te kunnen komen. Nog vier minuten en ik stond binnen aan de balie. Gered.

Maar de euforie duurde niet heel lang. Het was te laat om aangifte te kunnen doen. Een aangifte doen kost al gauw tot een uur tijd, en die was er niet meer. De tranen sprongen in m'n ogen. Als tweeëneenhalf uur bezig (inclusief een treinreis, vooruit), drie politiebureaus gezien en nog geen aangifte kunnen doen. Dat is toch zeer onbehoorlijk zeker.
Bovendien wil ik er vanaf. Ik wil me er niet te veel mee bezig houden. Het moet iets zijn dat voorbij is. Ik wil geen actieve bemoeienis meer ermee, tenzij er verdere juridische stappen te gaan zijn. Maar de gebeurtenis en de vastlegging daarvan wil ik achter me hebben.
Ook was de frustratie inmiddels hoog opgelopen. Hoe moeilijk kan het zijn om aangifte te mogen doen? Het lijkt inmiddels alsof het een hele gunst is, als je als getroffen burger bij de politie op de koffie mag komen. Mijn beeld van de politie is in één dag van redelijk positief verworden tot Wat een blunderend en bureaucratisch zooitje Andere woorden heb ik even niet.

De mevrouw aan de balie werd inventief. Ik kon haar mijn verhaal op papier geven, dat toch zeker vrij compleet is allemaal. Zij zou de informatie daaruit verwerken en mij later op de dag bellen. Dan konden we een afspraak maken en zou ik alleen nog hoeven terugkomen om het procesverbaal te tekenen, als het inhoudelijke allemaal klopte.

Ik zuchtte en gaf me gewonnen. Of terugkomen om de hele aangifte nog te doen, of alleen maar om te tekenen. Dan dat laatste maar. Kafka weet hoe ik me ging voelen vandaag.

Ik liep door, naar de McDonalds. Door de drukte van de dag en de gekmakende avond had ik nog geheel niets gegeten vandaag. Bij de Mac kon ik alsnog aan mijn dagportie calorieën komen en mijn gedachten even verzetten.
Vanaf de Mac ben ik, ook weer lopend, dan eindelijk op huis aan kunnen gaan en net na half tien was ik thuis. Moe, wat geëmotioneerd, licht opgefokt nog van frustraties over de politiehelden.

Ik heb voor mijzelf vandaag bevestigd, dat ik me niet laat piepelen. Mensen moeten mij niet pakken, want ik pak ze net zo hard weer terug met de vasthoudendheid van een terrier. Ik pik het niet, als mensen mij willens en wetens kwetsen of tekort doen, op welke manier dan ook. Ik vecht terug of dat nou gaat om explosief agressieve jongelingen of bureaucratische molochen, mijn reactie is dezelfde: ik vecht terug.

| Categorie: persoonlijk |

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete