Jungletocht
Sun, 04 Sep 2005 18:18 +0200
Ik had het plan om vandaag naar Terlet te gaan om te vliegen, maar ik heb wat veel last van mijn menstruatie (tweede dag). En ik heb wat spierpijn van gisteren. Gisteren was namelijk een heel actieve dag.
Mam had me uitgenodigd om mee te gaan met een wandeling met een groep. Zo maar een gek idee. Ik loop graag en mam doet dat sinds enige tijd ook weer. Zij had in een lokale krant een oproep zien staan voor een wandeling van ongeveer 14 kilometer. Volgens de advertentie bij uitstek geschikt voor beginnende lopers. Een route die deels onverhard was, met twee stops. Een bij een kaasboerderij en een later in de wandeling om wat koffie of thee te kunnen drinken en wat brood te kunnen eten.
Ik loop eigenlijk altijd alleen, vooral om het buiten zijn en om wat er allemaal te zien is. In een groep lopen, daar had ik geen echt goede voorstelling van, behalve dat je dan je tempo zal moeten aanpassen aan de anderen, aan een of ander gemiddelde, hoe dat dan ook tot stand komt.
Maar ik zei met graagte 'ja' op mams uitnodiging. In m'n eentje zou ik niet zondermeer aansluiten bij een bestaande wandelgroep, maar zo saampjes, gezellig, beetje sportief mutsen met elkaar.
En dus stond ik gisterenochtend om kwart voor acht bij de parkeergarage in Bodegraven. Daar was het ontmoetingspunt. De groep verzamelde zich. Vier lopers die elkaar al kenden van het wandelen met elkaar en maar liefst zeven anderen, nieuwelingen. Een aantal daarvan min of meer met wat wandelervaring, maar anderen volkomen vers.
En Willem nog, de organisator-wandelaar. Hij leidde de groep langs een welgekozen route en deed dat enthousiast en vrolijk. Buitengewoon aangenaam mens. De zeventig gepasseerd, krom als een hoepel, z'n leven hard gewerkt, de Nijmeegse vierdaagse gelopen (vier keer vijftig kilometer) toen hij zeventig was, stinkend rijk (met grond; grond, want dat kunnen ze niet stelen en je kan er niet mee verongelukken
) en zeer sympathiek. Een wereld vol Willems en 't komt goed.
Voor een bestaande groep zal het best moeilijk zijn zo'n invasie van nieuwen te moeten doorstaan. Bovendien waren het vier werkelijk ervaren wandelaars die een stevig tempo gewend waren. Tegen het einde van de wandeling begonnen zij vooruit te lopen, afgezonderd van de rest, maar dat mag de pret niet drukken.
En pret hebben we gehad. Dat begon al bij de kaasboerderij Verhoef. We bezochten een stal in aanbouw (voor driehonderd koeien; driehonderd!), de kaasdrogerij en de kaasmakerij. Mam en Ger zijn zo ongeveer (nog) buren van die boerderij, dus mam kwam in gesprek met de boerin. En met haar gebruikelijke charme kreeg ze het voorelkaar om terug te mogen komen om een kaasje in de vorm van een Hollandse klomp te komen kopen. Eigenlijk zijn die voor particulieren niet aan de boerderij te koop.
Toen we aan de achterkant van de boerderij nog op het erf ons voorbereidden op de wandeling de weilanden in, bleek dat een andere deelnemeemster in de wandergroep ook had gevraagd of die klompjes te koop waren. Het antwoord dat zij had gekregen wat domweg 'nee'.
Als je het verschil in benadering beschouwt tussen de twee vragen, die zo hetzelfde lijken op het eerste gezicht, begrijp je meer van de verschillende antwoorden.
Die boerderij Verhoef is geen toeristische attractie, is officieel niet ingericht op het ontvangen en rondleiden van bezoekers en er zijn dan ook geen bijzondere voorzieningen, zoals een winkeltje of zo. Je loopt niet in een demonstratieruimte als je de kaasmakerij bezoekt. Je loopt in de kaasmakerij. Als je de drooghal bezoekt, loop je in de drooghal. En de koeienstal is de echte stal met echte dameskoebeesten die blij verrast met het bezoek even overeind komen om je te bekijken (wie bestudeert nou wie op zo'n moment?).
Dat we met een groepje op die boerderij werden ontvangen is een vriendendienst aan Willem en een gunst aan ons. Dat je daar redelijk vrij rondloopt en allerlei vragen mag stellen en dat je zomaar over het erf hun weilanden in mag om de polder door te steken, is geen vanzelfsprekendheid.
Niet alleen zijn er geen faciliteiten, er zijn ook geen voorzieningen om zaken af te rekenen of daarover kas en administratie te voeren.
Mam beseft dat ze te gast is. Net als ik dat ook besef als ik op zo'n erf loop overigens. Mam gedraagt zich dan dus ook als gast. Vriendelijk, beleefd, voorkomend, vragen of je ergens in mag of naar toe mag, of je schoenen uit moeten et cetera, en dankbaar voor de gastvrije ontvangst. Met haar houding, die natuurlijk komt en niet is gespeeld, straalt ze één groot compliment aan de eigenaar/gastheer en -vrouw uit. Haar verzoek om zo'n klompje te mogen komen kopen doet ze dan ook aan de boerin zelf en wordt op de één of andere manier onderdeel van het compliment. De boering/gastvrouw zegt dan natuurlijk 'ja'. Graag zelfs.
De andere deelneemster die het vroeg, deed dat aan een werkneemster, terwijl de boerin/bazin er niet bij was. Ze straalde daarbij uit dat ze het eigenlijk heel natuurlijk vond dat zo'n kaasje te koop moest zijn. En toen het antwoord 'nee' was, was haar reactie ronduit bot met een vierkante en halstarrige houding. Dat je daarmee van 'nee' nooit meer een 'ja' kan maken, ontging de dame in kwestie.
Enfin, nog steeds te gast verlieten we het erf en liepen de weilanden in, de polder in, richting de Meijekade. Die eenmaal bereikt, klommen we een hekje over om op de Meijekade linksaf te slaan. Daarmee sloegen we een nietbestaand pad in en begon de 'Groene Hart-jungletocht'. Machetes zouden we nuttig gebruikt kunnen hebben. De bramen en brandnetels stonden meer dan manshoog. En we hadden er een paar in ons groepje die in hempjes of
Eerder al bleek dat niet iedereen begrijpt wat je te wachten staat als je in september 's ochtends de weilanden in trekt. Het was behoorlijk nevelig, tegen mistig aan, en de velden waren doorweekt. Een aantal lengtes was ook gegierd, uiteraard. Een aantal groepsgenoten had dat niet zien aankomen en liep op gympies. Die kregen drijf- en drijfnatte voeten daarin. En steenkoud natuurlijk.
Als dan vervolgens je huid wordt opengehaald door bramen of in blaren ontstoken door brandnetels of beide, kan ik me voorstellen dat je denkt, Hmm, wandelen is toch niet helemaal mijn ding.
.
Zeker als de gids, Willem, op de Meijekade waar we omringd waren, niet alleen door bramen (er smakelijke bramen trouwens) en brandnetels, maar vooral door meters hoge en brede rietkragen en in vol groen staande bomen en heesters, en vervolgens een zeer mistig landschap, de wegkwijt raakt
. Funny.
Willem woont al zestig jaar in dat gebied en heeft al veertig jaar grond die grenst aan de Meijekade. En hij raakt de weg kwijt? Werd het tijd om nerveus te worden?
Maar Willem vond de weg weer terug. Een bruggetje over en we stonden op zijn grond en waren veilig op weg naar De Hollandse Boerderij vooral gericht op kamperen bij de boer, gerund door zijn dochter en haar gezin.
In het mistige landschap viel me op dat het vee (koeien en schapen) ver van de weg en andere paden staan te grazen, razend nieuwsgierig reageerden op de kwetterende groep die wij waren. Ze kwamen op ons afgelopen zo ver als veldbegrenzingen hen dat toestonden. Koeien loeiden als we echt passeerden. Ze reageerden veel nieuwsgieriger, actiever dan het vee dat ik kan langs wegen en paden. Heel leuk, zo'n reactie. Vooral koeien zijn erg speelse en nieuwsgierige dieren. Leuke beesten.
We kwamen ook een zwaan met nog jongen tegen. Een erg laat nest. De jongen zaten nog voornamelijk in dons. Ik weet niet of die op tijd voor de trek in de veren zitten. Ik hoop het voor ze, anders kunnen ze hier niet weg. Ik weet niet of ze dat zondermeer overleven.
De ouderzwaan (ik zag er maar één, ook zo gek; meestal zie je een paartje) toonde prachtig imponeergedrag toen ik wilde fotograferen. De beide vleugels opsteken, naar me blazen, tussen mij en de jonge vogels in laag tempo heen en weer zwemmen.
Ik keek uit en hield de nodige afstand, want een zwaan is van dichtbij groot en hij lijkt me sterk genoeg om mij te bezeren. Zo ver van infra geen leuke confrontatie, mens en woedende zwaan. Bovendien, wat heb ik er aan, een zwaan overstuur maken?
Ik ontdekte bi jhet maken van die foto's een apart aspect aan het lopen met een groep. Als je even dreutelt heb je daarna heel wat te doen, want de groep loopt door. Een paar foto's schieten betekent dat je fors stevig moet doorwandelen om ze weer bij te halen of even een sprintje moet trekken. Ik weet niet of ik daar aan ga wennen.
Anderzijds maak je al kwebbelend en lachend (op de Meijekade liep ik in die Groene Hartjungle te gillen van de lach af en toe) ongemerkt je kilometers. De wandeling was veertien kilometer lang, vijftien inclusief de dwalingen over die kade, maar ik merkte dat pas toen ik in mijn auto stapte na de wandeling. Eerder niet. Alleen lopen is veel zwaarder merkte ik wel.
Aan de andere kant van de Meijekade liepen we recht op De Hollandse Boerderij af. Daar kregen we koffie en thee en konden we gebruik maken van de WC. Ondanks dat de schoenen niet schoon waren, hoefden ze toch niet uit. Dit tot grote verbazing van de vele kinderen die in en om het woonhuis liepen. Heel leuk om zo'n knaapje, vier turven hoog, stomverbaasd je voetstappen te zien volgen om je vervolgens zeer verwijtend aan te kijken, te netjes opgevoed en beleefd om z'n mond tegen je open te trekken, maar het druipt er van af wat hij van je vind met je vieze schoenen in zijn huis op zijn moeders keukenvloer.
Het was even lekker om in een kringetje van twaalf met eigen brood en verse koffie wat te kwebbelen met de andere wandelaars. Toen pas (we waren toch zeker al tegen drie uur op pad) begon de mist wat op te trekken. Wat restte was een grijzig wolkenden, dun, maar nog wel dekkend. Nog geen zonnetje.
Bij verrassing bleek de koffie gratis te zijn (net als die wandeling). Uitbundig bedankte ik voor de zeer gastvrije ontvangst. En hop, daar gingen we weer. Langs de Meije terug richting Bodegraven. Nog maar een kilometer of vier. De vier van de vaste groep begonnen vooruit te lopen. Lopen in je eigen tempo. Ik merkte ook dat ik onder mijn tempo liep, maar wilde niet uitbreken. De vaste groep zou ik niet bijhalen. De groep nieuwe lopers zou ik achter me hebben. Dan liep ik alleen. Had ik net zo goed geheel alleen kunnen gaan.
Ik raakte in gesprek met een andere wandelaarster. Al gauw vond ik dat een zeurkous. Over gezondheid en sapjes en bessen met vrije radicalen en het hoge mineralengehalte van zwarte bessen. Over hoe ongezond koud water is voor de ingewanden. Over hoe ze de gier vond stinken en de kaasmakerij ook. Hier haal ik altijd mijn onbespoten spruiten.
wees zij op een stukje land tussen de weg en de Meije. Mens,
dacht ik. Hoeveel lood raakt er in de grond zo vlak langs de weg en hoeveel daarvan komt in de groenten terecht? Kijk om je heen, luister, geniet van het hier en nu. Je bent aan het buitenspelen. Lach toch eens.
.
Mam jatte een zaaddoos van een bijzondere kleur stokroos, wat voor mij aanleiding was om weer bij haar terug aan te sluiten. Net onbeleefd schudde ik de zeur van me af. Ik heb geen geduld. Absoluut geen geduld.
Mam, jufzeurneus en ik waren nu gedrieën op de groep achterop geraakt. Niet ver, maar toch wel een eindje. Keuvelen betekent achterstand. Achterstand die je weer wilt goedmaken. Dus begon mam stevig te stappen. Ik genoot van al haar gestap, dapper moedertje. Een paar jaar geleden, nadat ze voor de zoveelste keer onder het mes moest voor volledig kapotte knieën en nadat een aantal spieren in haar rechterbeen domweg verdwenen was door het veel te lang moeten stilzitten om de wachtlijst voor knieoperaties, dacht ik niet dat ze ooit weer zo zou lopen. Ik had de helft van haar huidige capaciteit en navenante prestaties al heel wat gevonden, als iemand me dat had voorgehouden als maximaal haalbare. En ik denk dat mam dat ook dacht.
Maar het is zo'n vechtertje, zo'n doorzetter. Dappere mam. Lekker stappen. Pittig. Ze zal best spierpijn hebben vandaag.
We haalden de groep inderdaad weer bij. Probleemloos eigenlijk. Na al die kilometers nog steeds vrolijk kwetterend kwamen we Bodegraven weer binnen. De vaste loopgroep hadden we toen ingehaald, omdat die aan een publieke picknicktafel langs de Oude Rijn zaten te roken. Frappant was dat, die harde kern die rookte. De rest niet. En Willem ook niet.
Een maal bij de garage was het afscheid kort en doeltreffend. Willem haalde aan dat hij over drie weken weer zo'n wandeling houdt. Als we op het Bodegraafse huis-aan-huisblad zouden letten, lazen we wel wanneer, hoe laat en hoe lang Maar niet langer dan twintig kilometer, hoor.
zei hij geruststellend. Mam gaf optimistisch aan dat ze dat ook zou kunnen, als ze tussentijds wat zou oefenen. En ik zie het haar nog wel doen ook eigenlijk.
Enfin, dat was een hele leuke ochtend. Het was twaalf uur en om uiterlijk drie uur had ik bij Adri afgesproken om hem met wat hand en spandiensten bij te staan bij zijn verhuizing. Ik at nog lunch bij mam en Ger, knufde en ging thuis even douchen. Korte tijd later was ik in Vlaardingen. Trap op trap af met doosjes spullen. Een auto vol. Vier keer de trap op en af. Drie etages. Spullen. Kijk, daar krijg ik nou spierpijn van. In mijn kuiten.
Bij Adri's nieuwe huis, dat ik nog niet van binnen had gezien, kon ik eigenlijk maar met een paar kleine dingetjes helpen. Een stellingkast monteren, plinten losschroeven. Dat was het wel zo'n beetje.
Het is een heel mooi apartement overigens, dat Adri heeft gekocht. Een geweldig grote woonkamer, fijne slaapkamers, prima sanitair. Alles in nagenoeg nieuwstaat. Een groot balkon, meer een terras, op het zuiden met uitkijk op een park. Hem zal alleen de keuken niet helemaal gaan bevallen (geen fatsoenlijke oven, elektrisch koken in plaats van gas, geen vrieskist), maar de rest van het huis zeker wel. Dat heeft hij heel goed gedaan. Hij kan daar lang naar zijn zin wonen. Dat weet ik zeker. En als hij er mee klaar is, heeft het apartement absoluut z'n waarde nog.
In de avond hebben we wat gegeten bij de MacDonalds, een van de drukste MacDonalds die ik ooit ben binnengestapt. Thuis duurde het niet lang voor ik naar mijn bedje begon te verlangen. En ik sliep diep.
Toch had ik een nachtmerrieachtig moment toen ik wakkerschrok uit een naar bleek gedroomd moment waarop ik een insluiper met een stoel te lijf wou gaan. Die insluiper was er niet, maar het duurde toch even voor de adrenaline weer uit mijn lijf was. Pas nadat ik alle deuren en ramen had gecontroleerd en alle binnendeuren op slot had gedraaid, keerde de rust weer in mijn hoofd en sliep ik weer in. Maffe droom.
En vanmorgen merkte ik die zware menstruatie. En een tikkie spierpijn in mijn kuiten en tussen mijn schouderbladen. Die kuiten is van de trap, denk ik. Tussen mijn schouderbladen kan ik niet thuisbrengen, maar het verdwijnt wel weer.
Even een dagje luieren. Morgen weer de asfaltjungle vol files. Files. Ik zal proberen te denken aan het lachen, gieren, brullen tijdens de jungletocht op de Meijekade.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete