PretLetters

September 2005

Experimenteel wandelen

Mon, 26 Sep 2005 21:04 +0200

Donderdag 22 september 2005 schreef ik in mijn notitieboekje, terwijl ik van de zon genoot op een terrasje, 14 kilometer bijna achter de rug:

Niet werken, op een dag als vandaag, dat is verschrikkelijke verwennerij. Het zomert verrukkelijk na. Windstilte, strak blauw, zon en maan tegelijk. Het weer waarin ik mijn nieuwe uitrustingstukken meteen kan beproeven. Dat wist ik gisterenavond natuurlijk al. Ik heb toen meteen de juiste wandelkleding klaar gelegd, inclusief de lange onderbroek van Falke. Vanmorgen kon ik bij het krieken van de dag mijn bed uit en zo mijn kleren in stappen.

Behalve het gebruikelijke, verzorging van de inwendige mens (wat te eten, drinken en snoepen), huid verzorgers (blaren, zonnenbrand, insectenbeten; preventief en behandelend), andere verzorgers (maandverband, pijnstillers), diverse soorten papier (WC, zakdoekjes, notitieboekje, kaart) en persoonlijke spulletjes die altijd overal mee naar toe gaan (portemonnaie, sleutels, agenda, mobiele telefoon, digitaal cameraatje, zaklampje -nu mijn nieuwe-, zonnebriel, zakmesje) heb ik mijn gamasches, kompas en verrekijker nu bewust aan mijn uitrusting toegevoegd. In de hoop dat ik onderweg er aan zou denken ze eens te gebruiken.
En m'n stokken. Mijn rugzakje heeft twee kleine lusjes en een bandje met klittenband speciaal om wandelstokken veilig en praktisch mee te kunnen nemen. Ik zou die hele uitrusting, inclusief nog een hoed of pat en jack of fleece, eens op de vloer uit moeten leggen en op de foto zetten. Ongelofelijk eigenlijk wat ik met me ben gaan meesjouwen, maar het is heel plezierig om domweg niet te hoeven misgrijpen.

Het laden van het accuutje van mijn camera duurde een eeuwigheid vanmorgen. Dat had ik beter gisterenavond al kunnen doen, maar toen heb ik er niet aan gedacht. Gisteren was ik vooral bezig met het vinden van een leuke route, want hoewel ik met kaart en kompas wilde experimentren, wilde ik het mezelf niet moeilijk maken. Eerst maar eens verifiëren wat ik op een kaart zie, wat mijn koers is, mijn locatie en in welke richting landschapskenmerken zoals kerktorens en dergelijke, zich bevinden ten opzichte van mijn gevonden locatie. Of andersom, mijn locatie peilen met behulp van landschapskenmerken. Dat werk.
Als ik wat vertrouwder ben, kan ik eens in bekend gebied een eigen route uitzetten en pas daarna in mij onbekend gebied. Een paar keer oefenen en ik zal op kaart en kompas kunnen wandelen.

Vanmorgen behoefde eerst mijn dakterras water (en met de talloze potten, bakken en kuipen die ik heb, ben ik daar ongeveer een half uur mee bezig) en toen volgde nog het wachten op het laden van de accu van mijn camera. Het was dus eingenlijk toch nog relatief laat toen ik van huis ging. Op weg naar het station.
Ik had uit de Wandelgids Groene Hart van de ANWB/VVV een wandeling gekozen die vlakbij is, en waar ik met de bus kon komen; nummer 28 (in de uitgave ANWB, februari 2004), de Molenvlietroute. Van Haastrecht door de polder naar Polsbroek en dan over het plaatsje Vlist, langs het riviertje de Vlist weer terug naar Haastrecht. Volgens het boekje dertien kilometer, volgens het bord dat het begin van de route markeert, veertien kilometer. Bus 180 bracht me naar het startpunt.
Op het station van Gouda, in het stationsgebouw, ontmoette ik een groepje wandelaars dat zich aan het verzamelen was. Een dame herkende ik van de groepswandeling van een paar weken geleden. Ik aarzelde een kort moment, maar besloot op mezelf te blijven. Ik had teveel experimenten die ik wilde uitvoeren. Dat lukt niet in een groep. Ik groette de groep vriendelijk, de mevrouw die ik had herkend en die mij ook herkende, in het bijzonder, en ik ging op zoek naar mijn bus.

Het startpunt in Haastrecht liet zich minder eenvoudig vinden, dan ik had verwacht. Er wordt aan de weg gewerkt en niet iedere weg heeft een straatnaambord. Gelukkig is Haastrecht oud, mooi, ooit schatrijk geweest, maar vooral ook zeer klein. Vanaf het informatiebord van de gemeente vond ik het begin van de wandeling alsnog vrij vlot.
Vol goede moed stapte ik weg. Bij het eerste beste beetje weg dat voor onverhard kon doorgaan, pakte ik mijn wandelstokken. Ik ervoer wat gêne. Volkomen onnodig natuurlijk. Als ik met wandelstokken wil lopen, moet ik dat domweg lekker doen.
Ik had alleen geen flauw idee van hoe dat moet, lopen met wandelstokken. Ik begon helemaal verkeerd. Iedere stap die ik zette, plaatste ik ook een stok. Dat werd een prachtige work-out, maar had niets met ontspannen wandelen te maken. Ik zag en voelde dat ik het niet goed deed, maar wist niet hoe ik dat moest corrigeren.
Na een paar honderd meter, werd het pas een graskade. In de relatieve vroegte (het is nog zomertijd), beschaduwd, was dat wat langere gras kletsnat. Joepie! Tijd voor mijn volgende proef: de gamasches. Ik had ze zo aan en stapte, met stokken waar ik nog steeds niet mee kon omgaan, fiks door de nattigheid.

Pas toen ik stopte met nadenken over het 'hoe' van die wandelstokken, werd de beweging opeens natuurlijk. Heel vloeiend bewoog ik dan weer de linker, en een paar stappen later de rechter stok naar voren, plantte 'm stevig en gebruikte hem in het passeren echt als steun. Ik voelde onmiddellijk hoe mijn voeten, knieën en heupen werken ontlast. Het kost maar een minimale inspanning van de armen en schouders en levert veel op.
Niet alleen ontlast je je voeten en benen, maar ik voelde me op die hobbelige en knollige veenpaadjes ook veiliger en zekerder. Misstappen kan haast niet, omdat je constant stevig gesteund loopt. Alsof je leuningen hebt, waar je ook gaat. Over een hekje klauteren of van die stappaaltjes of plankiertjes nemen, is ook veel eenvoudiger als je vol vertrouwen kan steunen op iets exact op de plek waar je dat nodig hebt. Die stokken zijn geweldig!
De gamasches zijn wat minder. Toen ik op een droog stuk kwam en besloot ze af te doen, bleken mijn broekspijpen drijfnat van het zweet. Schoenen en broek waren schoon gebleven inderdaad, maar droog is een ander verhaal. Ik denk dat ik die gamasches alleen maar draag, als het pad heel vies is of zeer, zeer nat. Anders is het middel erger dan de kwaal.

Ik loop onverhard een stuk lekkerder dan verhard en vond het spijtig dat ik op de terugweg op verharde paden en wegen terecht kwam. Temeer daar ik op het asfalt mijn stokken niet kon gebruiken. Ik had de rubber beschermdoppen die daar bij nodig zijn, nog niet gekocht.
Ik heb ergens in mijn enthousiasme voor wandelen, mijn voeten bezeerd en na wat kilometers lopen gaan ze nogal veel pijn doen. Meestal kan ik dat oplossen door wat strekoefeningen te doen, een uurtje rust in te bouwen en voor verder lopen weer wat strekoefeningen te doen. Dan kan ik wel weer een aantal kilometer door. Ik blijf het wel vreemd vinden, dat ik een half jaar geleden met meer gemak (en plezier) veel verder kon komen, dan nu mogelijk is.
Anderzijds gun ik mezelf wat extra's door nu af en toe neer te strijken op een terrasje en daar, schoenen uit, besokte voeten op een andere stoel, in de zon te genieten van cappuccino's en tosti's. Dat deed ik ook in Vlist. Hele schappelijke prijzen daar overigens. Voor drie (goede) cappuccino's en een tosti was ik even meer dan zes euro kwijt.

Enfin, ik heb lekker gewandeld en met mijn spulletjes kunnen experimenteren. Die stokken zijn een geweldige vonst. Dat plaatkompasje voldoet niet helemaal. Dat is leuk om een beetje op koers te blijven, maar voor het peilen van je positie heb je er niets aan. Daar wil ik toch een ander kompasje voor hebben, er bij eventueel. Het verrekijkertje is heel leuk. Ik kon op m'n gemakje bijvoorbeeld ooievaars bestuderen die in de weilanden hun activiteiten hadden, of die op enkele honderden meters hoogte thermiekten. Ik zag andere wandelaars gaan. Ik kon op een kerktoren de tijd aflezen, terwijl die toch nog een best eindje van me verwijderd was. Leuk ding.

Ik had zin in meer.

En ik vervolg vandaag met een wandeling die ik gisteren heb gemaakt:

Vrijdagmiddag ben ik naar mijn moeder en Ger geweest. Met mam heb ik een stukje gewandeld, maar niet heel ver, omdat ik te veel pijn in mijn voeten had. Overgehouden aan de wandeling van donderdag denk ik. De kinderboerderij van Bodegraven was een geestig begin van een kleine anderhalve uur samen stappen. Langs wat huisjes, een spoorlijntje over, richting de oude Bodegraafse straatweg. Mam heeft ook de stokken beproefd. Zij begreep al veel eerder hoe je die dingen moet inzetten, dan ik de dag er voor. Anderzijds kon zij bij mij de kunst afkijken. Ik moest het zelf uitdokteren.
Ik had via de e-mail een bestand van mam toegezonden gekregen, met het verzoek dat op een CD-tje te branden. Ze moest een presentatie op een laptop zetten, maar dat ding had geen drive voor floppies meer. Dus bracht ik het bestand op CD mee. Het bleek alleen het verkeerde bestandje te zijn. Tja.
Zaterdag heb ik de rubber doppen voor mijn stokken gekocht, zodat ik ze kan gebruiken op verharde straten. En zondag heb ik het CD-tje met ditmaal het juiste bestand, opnieuw per e-mail ontvangen, bij mam en Ger gedropt. De poezen hadden gevochten en Nebu was nogal gehavend. Het is zeker een jaar geleden dat ze zo hadden gevochten (met een andere kat). Zeer vervelend voor de katten, en voor mam en Ger die er extra tijd, zorg en geld aan kwijt zijn, aan zo'n vechtjas. Suffe poes. Ik hoop dat hij snel goed herstelt en dan wat minder knokt voortaan.

Ik had mijn jack bij mam en Ger laten liggen per ongeluk, zaterdag, en kon dat nu in mijn rugzakje proppen. Aan alles had ik gedacht, mijn hele uitrusting weer klaar voor een stevig stukje stappen. De pijn in mijn voeten was grotendeels weggetrokken, gelukkig. Het was (nog) mooi weer en ik had er zin in. Ik kon mam noch Ger verleiden tot meelopen en dus vertrok ik alleen, richting Oosten. Utrechtse heuvelrug, Veluwe, what ever. Ik zocht bossig.

Dat vond ik Noord van de A12, ter hoogte van Veenendaal. Bij Renswoude trof ik onder een aantal eiken een kleine parkeerplaats vlak bij een groot uitgevallen plattegrond. Ik besloot daar te parkeren en eens te zien welke mogelijkheden deze plaats als startpunt zou bieden. Pok hoorde ik. Pok, pok. En nog een pok, recht op m'n hoofd. Vallende eikels. Bij bosjes vallende eikels bij iedere windvlaag van enige significantie. Op auto's, op alles dat zich onder de eiken bevond. Ik grijns. Dit wordt een aparte wandeling.

Op het bord vind ik mijn locatie en een behoorlijk wandelpad. 14 Kilometer lang, een beetje gevarieerde omgeving. Het loopt deels door de boeren landerijen, deels over een stuk wal die onderdeel is van de Grebbelinie. 'Klompenpad' noemen ze het. Blauw-witte bordjes wijzen de weg. Hmm, veertien kilometer, ben ik dat van plan? Met steeds weer die pijn in mijn voeten? In een gebied dat ik niet ken? Pok hoor ik achter me. Tussen de vallende eikels, vraag ik me aanvullend af?
Ik sjor mijn rugzakje op de goede plek en stel de bandjes goed af. Pak mijn wandelstokken. En stap. Volg de blauw-witte bordjes. Ik merk wel hoe ver ik kom.

Het eerste stukje brengt me achter en om een kasteeltje. Een prachtig klein ding. Renswoude is van oorsprong een heerlijkheid. Hier zal de heer van Renswoude dan wel gebivakkeerd hebben, schat ik zo in. Ik geniet van het weer, de zon, de weinige wind, de geuren van de bomen. En ik moet heel erg plassen. Ik had thuis al geplast, en bij mam en Ger weer een keer. Maar nu moest ik toch weer plassen.
Ik trof een berg grond. Kennelijk is of was met aan het werk in de buurt. Wat omzichtig geraakte ik aan de andere kant van die berg tussen de struiken. Ik was niet de eerste die op dat idee kwam. Er lagen proppen WC-papier. Lokale vervuiling van de kasteeltuin.
Vlug was ik ontlast en kon ik weer doorlopen. Eigenlijk pas echt beginnen te lopen.

Net als donderdag werd ik ook nu weer aangesproken om mijn wandelstokken. Mensen willen weten hoe dat loopt, hoe het is, hoe het voelt. Ik vertel er bij dat ik nog maar net met wandelstokken ben gaan lopen, maar dat ik het vooralsnog een heel prettige ervaring vind. De steun, de gewichtsverdeling, de krachtverdeling door je lichaam. Mij bevalt het wel.

Zon door bomen

Een eind verderop klauter ik de wal van de Grebbelinie op, met flinke steun van de stokken. De Grebbelinie, historisch bezwaarde plaats. De lange wal werd mijn pad voor een tiental kilometers. Op enkele plaatsen langs de wal waren aanduidingen van oude fortificaties, maar ik kreeg er geen zicht op. Een hoekig water en bladgroen benam het uitzicht. Het landschap trok voornamelijk ongezien aan me voorbij. Ik had net zo goed in een bos kunnen lopen.
Ergens langs de route trof ik nog wel een memoriaal voor een zevental ongelukkigen van een fusiaseplaats in 1943. En om de zoveel kilometer een routebord waarop het woord 'Grebbeline' voorkwam. Dat was het wel zo'n beetje. Wellicht dat je er 's winters meer van ziet.

Er waren wel andere recreanten, maar niet zo heel veel, op deze laatste fraaie nazomer dag, de eerste zondag van de meteorologische herfst. Een ouder echtpaar dat me aansprak om mijn wandelstokken. Stellen en stelletjes, al dan niet met kinderen in gezinsvorm verbonden, die vriendelijk groetend het klompenpad de andere kant op volgde. Of één van de andere wandelroutes die ook over deze wal loopt, of spontaan een stukje zijn gaan lopen. Dat kan natuurlijk ook.
Het is vooral een veeteelt gebied, dat stuk Nederland rond Renswoude. Veel koeien en wat varkens en pluimvee (je zit niet gek ver van de Gelderse Vallei immers). Het is ook een paardenland. Talloze weilanden, weilandjes en buitenbakken met paarden. Geen pony's, maar echte paarden. En mensen te paard uiteraard. Niet op die wal, want dat is verboden (als spreken de sporen en keutels er van, dat niet iedereen zich aan dat verbod houdt), maar verder overal paardrijdende lieden.

Ik had me toch licht vergist in de lengte, veertien kilometer in onbekend terrein, terwijl je niet zeker weet waar je bent ten opzichte van je auto, blijkt langer dan ik dacht. Ik werd moe en kreeg pijn in mijn voeten. Gelukkig heb ik ontdekt dat regelmatig even strekken en rekken, zodat de kuitspier ontspant, me goed doet. Maar dat moest wel steeds vaker.
De Lunterse beek kruisend trof ik een bankje bij een klein stuwtje. Daar maakte ik mijn tijdelijk pleisterplaats van. Ik rustte, rekte en strekte en zat vooral enige tijd stilletjes voor me uit te genieten. Ik had net zicht op de toren van Scherpenzeel. Ik probeerde een fotootje te maken van die beek en dat plaatsje met die aparte toren. Er was veel bewolking en de zon stond al wat lager. Ik kreeg niet het beeld dat ik me wenste.

Kertoren door kijker
Kertoren zonder kijker

Toen kwam ik op een idee. Ik had Scherpenzeel een paar keer door mijn kijkertje staan bekijken. Zou je een foto kunnen nemen door dat kijkertje heen? Als soort van voorzetlensje? Ik steunde mijn kijkertje op een hek bij de stuw en duwde de lens van mijn cameraatje tot op het glas. Ik keek via de digitale display mee met wat er gebeurde.

Dat kan inderdaad, een foto nemen door een kijker heen. Het vergt wat kunst en vliegwerk en de kwaliteit is niet je van het, maar het kan wel degelijk. Ik had de camera maximaal ingezoomed, anders kwam het donker van de kijker te veel op de plaat terecht, en stelde de kijker scherp op de toren. Ik kon domweg zien hoe laat het was op het moment dat ik dat deed.
Probleem is wel de instabiliteit van het beeld. Steeds als ik afdrukte, bewoog of de camera of de kijker of beide en hield ik de toren niet in beeld. Of het beeld was bewogen. Ook bleek het al erg donker en de kijker is nou niet van die kwaliteit, dat je met donkerte nog heel veel ziet1). Dus: ja, je kan waarnemen met je camera door je kijker (en omdat de camera een eigen vergroting kent, in mijn geval van 2, krijg je dat effect er gratis bij) en ja, je kan foto's maken, maar alleen als het samenstel stabiel is opgesteld en de lichtopbrengst in de omgeving nog voldoende is. Geinig experiment dus, meer niet.

Meerdere soorten paden later (die wal, een boeren pad tussen weilanden en boeren bedrijven door, een weiland met jonge koeien, nieuwsgierige beesten) begon ik eigenlijk naar mijn auto te verlangen. Ik wist niet zeker hoe ver ik nog moest en wist ook niet zeker waar dat dorp was gebleven. Ik zag weinig kerktorens. Kerken hebben in die streek relatief lage torens en de bomen benemen al vlot het zicht op iedere soort bebouwing, behalve dan bij de talloze schuren en stallen. Ik verlangde naar huis, maar wist niet hoe ik daar het snelst weer kon komen.
En opeens stond ik aan de weg die Renswoude in en uit kwam. Hier was mijn auto niet ver vandaan, dat kon niet anders. Ik wandelde langs monumentale huisjes die bij de heerlijkheid Renswoude, bij het kasteel hadden behoord en ontmoette nog een maal verbaasde wandelaars die naar mij en mijn stokken keken. Onderweg was ik nog een keer een wandelaar met stokken tegen gekomen. Een wat oudere heer (zeventig gepasseerd schat ik in) die Nordic Walking beoefende, dappere man.

En daar was de parkeerplaats. Na wat rek- en strekoefeningen stapte ik in en kon ik naar huis. Zalig, doch net aan te lang gewandeld.

Ik heb vandaag een beetje spierpijn in mijn armen en schouders, maar gezien de mate waarin ik ze heb gebruikt, valt het me wel mee eigenlijk. Ik gebruik de stokken naar mijn inzicht en op gevoel. Ik heb vandaag eens nagelezen hoe anderen die stokken inzetten, maar ik vond eigenlijk alleen omschrijvingen van dat zogeheten Nordic Walking, waarbij je je stokken iedere stap verplaatst (linker voet = rechter stok en omgekeerd) en de punt die op de grond steunt, niet voorbij je lichaam laat komen. Dat is niet mijn manier van lopen.
Als je wandelt met één stok, zwiep je die een eind naar voren, grijp je hem stevig beet op het moment dat hij de grond goed raakt en haal je jezelf naar voren, eerst half trekkend, later half duwend. Een beweging met de stok ondersteunt twee of drie hele stappen. Dat loopt heel natuurlijk en comfortabel.

Met twee stokken heb ik die beweging domweg verdubbeld. Wat ik met één stok zou doen, doe ik nu met twee beurtelings recht en dan weer links. En daarbij leun ik fors op de stokken. Ik maak tijdens het lopen een fiks tempo, merk ik. Ik zweet er bij en ik kom een beetje in een roes. Het ritmische tik tik tik tik dat mijn stappen begeleidt, is haast hypnotiserend. Op enig moment ervoer ik dat ik haast zweefde over het pad, terwijl dat niet het eenvoudigst begaanbare pad was dat je kon denken (zanderig en hobbelig met wortels en brokken steen, afgewisseld met zompig en modderig).
Voor mij werkt deze techniek dus. Die andere techniek, iedere stap een nieuwe beweging met de stok die tegenovergesteld is geplaatst (linker voet, rechter stok), kan voor andere mensen batig zijn, maar ik vind deze manier, mijn eigen gevonden manier, het prettigst.

Wel ontdekte ik gisterenavond twee blaren. Die had ik lange tijd niet meer gehad, blaren. Deze zaten dan ook op mijn duimen  :-) Wie denkt daar nou aan?

| Categorie: wandelen |

1) Er is iets met vergroting maal diameter gedeeld door honderd (bij mijn kijkertje: 10*25/100=2,5) gedeeld door de diameter van je pupil in mm (in de grijze schemer van dat moment misschien al drie of vier milimeter); als die waarde onder de één duikt, blijft er van het beeld bij schemer of half duister door de kijker heen niet veel meer over.

Anderzijds hoeft een camera zich daar niet gek veel van aan te trekken. Die heeft geen pupil.

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete