Watergevecht
Tue, 23 Aug 2005 11:20 +0200
Het is net weer droog. Althans, het regent niet meer. Het ziet er nog wel somber en grijs uit en alles is kletsnat. Niet uitnodigend om te gaan vliegen. Dat was gisteren net even anders. Hier in het westen brak een klein zonnetje af en toe door een wat rommelig, dun dek met stratocumulus bewolking. Net genoeg zon om me te verleiden naar Terlet te gaan. Op Terlet was het weer een stuk minder dan hier in Gouda, maar het was droog en vliegbaar.
Er was een gezellig aantal mensen. Een gezonde mix van leerlingvliegers, brevethouders en passagiers. Een groot aantal bekenden en voor mij ook wat nieuwe gezichten. Een DDI in opleiding die de rust zelve is. Zeer geschikt voor z'n rol, met humor, overzicht, kalmte en een natuurlijke autoriteit. Het werd dan ook een prachtig dagje, ondanks dat het wederom geen echt zweefvliegweer was.
Hoewel de wind, het beetje wind dat er was, uit
Daar kwam allemaal niets van terecht. En dus vlogen we thermiekloos de hele dag met rugwind in de start en landing.
Mijn eerste start was meteen een goede
Ik zag al wel aankomen dat ik hoe dan ook niet meer opgelierd zou kunnen worden tot boven de tweehonderd meter, circuithoogte. Ik duwde nogmaals mijn neus naar beneden en kwam tot het besluit om te ontkoppelen en rechtuit te landen. Ik had net vijftig meter hoogte op mijn klokje. Tegelijk dat ik dat besluit nam, haalde ik de remparachute van de lierkabel in en die viel vanzelf los van mijn kist.
Ik controleerde mijn hoogte en snelheid nogmaals, terwijl ik een flauwe
Ik merkte nu pas echt dat ik op dit moment heel goed in mijn vel zit. Want ondanks een lichte schrik, door de wat ongewone gebeurtenis, voelde ik me verder prima en vrolijk. Wel werd ik nijdig op de lierman die me kwam vragen wat er nou eigenlijk was gebeurd. Toen ik uitlegde dat ik onvoldoende snelheid kreeg om aan de kabel te gaan hangen, zei hij Dat begrijp ik niet. Ik had 'm keurig op 2.000 toeren.
Wat nou, tweeduizend toeren. Waarom zit je überhaupt op je toerenteller te koekeloeren. Je moet naar mij kijken, naar mijn seinen, naar de doorhang van de kabel. Buiten gebeurt het. Niet op het dashboard van de lier. De lul.
Levensgevaarlijk zo'n lierist. Ik ben redelijk ervaren en vang dit fatsoenlijk op, al is het maar omdat ik de kist beheers en dus goed kan sliplanden, steil, diep doorgezet, en dan met een goede vliegsnelheid er weer uit, zodat je veilig landt daarna. Ook omdat het weliswaar een wat merkwaardige situatie is, zo'n lier die niet op gang lijkt te komen, maar het is niet de eerste keer dat er iets vreemds gebeurt, dus eventuele schrik is gering en wordt bovendien uitgesteld tot na de landing. Een pril solistje had akelig diep in de problemen kunnen geraken. Door een lieristenfout. Bah.
Enfin, ik kreeg een witte bon om mijn start over te kunnen doen. Dat heb ik uitgesteld tot de lierman werd afgelost. Ik wil niet bij een inzichtloos gevaar aan de kabel hangen.
Later zat diezelfde vent me trouwens weer dwars, maar toen als vlieger. Ik sloot keurig iets boven de tweehonderd meter op circuit aan4) Iets boven de standaardhoogte omdat de rugwind op de grond immers betekende dat ik op het lange rugwindbeen van het circuit de wind op de neus zou hebben. Dat betekent een langer been en dus meer hoogteverlies dan gebruikelijk. Ik calculeer dat in. Die lierist/vlieger deed het heel anders.
Hij draaide onder circuithoogte in de baan van het circuit. Als een prille solist gevallen voor de verleiding van circuitthermiek. Ik keek het eens rustig aan en plande een route om zijn fratsen heen. Plots bedacht hij zich en zette toch te landing in. Ruim onder mij inmiddels, ver aan de binnenkant van het circuit, dicht tegen het veld aan.
Omdat hij zo laag zat, had hij voorang. Het enig dat je dan kan doen als collegavlieger, is bekijken wat hij doet, afwachten, voorzover je dat veilig vindt voor jezelf. Erg lang wachten kan je niet, maar de andere kist zou zo geland zijn.
Hij pakte op het volle veld de laatste vrije landingslijn en dwong mij daarmee over alles heen te landen, verderop in het veld.
Ik vond hem definitally niet lief gisteren. Niet lief.
Heel anders was dat met de overige aanwezigen. Ik heb me kostelijk vermaakt. Behalve de lol van de vijf vluchtjes (waarvan dus één extreem kort) was de pret toch vooral te vinden bij de andere aanwezigen. Er brandde zelfs een kort watergevecht los (dat ik overtuigend verloor overigens
). In de Bel
Toen ik vanmorgen wakker werd was ik zeer tevreden dat ik in mijn eigen bedje lag en niet in een tentje. Het watergevecht dat zich boven Nederland afspeelt is toch van een andere ordegrootte, dan wat er gisteren op de strip passeerde. Vandaag maar eens overslaan. Morgen is het vast weer vliegbaar.
1) 'richting 24' is 240 graden op een windroos of kompas en is dus west-zuidwest
2) 'richting 04' is 40 graden op een kompas, is noordoost
3)
4) Je kunt een zweefvliegtuig maar één keer landen. Een doorstart en tweede poging is onmogelijk. In een volledig standaardcircuit, om een volledig standaard veld, volgt een landend zweefvliegtuig een vast patroon op te voren vastgestelde hoogtes.
Een standaardcircuit voor kunststof kisten begint op tweehondermeter hoogte hemelsbreed zo'n vierhonderd meter naast de lier, waarna je een rechthoek vliegt om de start- en landingsplaats heen:
---> startrichting --->
~~~~(>-------;=========================== Lier
| | /
|-|> |-|> ~~~(>--'
| | |
|-|>
|
<--- wind
o o
,---->-- X
| o o
| /
^ /
^ /
| /)45° circuit |
`---------<--<------------<--<------------- <|-| ------- X
150m | 200m
Dat heeft twee redenen:
- Ten eerste geeft het alsmaar volgens eenzelfde patroon landen routine en rust en kan de vlieger zich werkelijk goed voorbereiden op de landing. Z/Hij houdt het landingsveld goed in de gaten en weet steeds hoe hoog z/hij zit te opzichte van die landingsplaats. Dat komt de kwaliteit van de nadering en landing en dus de veiligheid van de vlieger ten goede.
- Ten tweede voorkom je chaos als er meerdere zweefvliegtuigen tegelijk, of bijna tegelijk, de landing inzetten. Omdat iedereen hetzelfde circuit vliegt, kan je de landing van meerdere kisten redelijk plannen. Je ziet elkaar en weet van elkaar wat je gaat doen. Dat geldt op Terlet temeer, omdat daar de gewoont is ontstaan dat een kist die aansluit op circuit dat even meldt op de radio. Zo zie je niet alleen wat je voor je hebt, maar hoor je ook wie er eventueel achter je aansluiten. Dat is voor iedereen veilig.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete