PretLetters

Juli 2005

Verwarring

Sun, 24 Jul 2005 11:43 +0200

Zo? Dus u wilt weten hoe het me vergaat op dit moment? Nou, verwarrend eigenlijk.

Nu mijn focus van de studie vandaan is, en ik daardoor veel meer tijd heb voor andere dingen, begint me op te vallen dat ik me in mijn werk eigenlijk stierlijk verveel bijvoorbeeld. Het enige dat op het werk nog spannend is, is de tijdsdruk. De dynamiek die er met het netwerk op gang had kunnen komen, is volledig geformaliseerd en gestandaardiseerd. Met andere woorden: de nek om gedraaid. Alle signalen die van de werkvloer komen en die er op lijken te duiden dat gestelde dead lines veel te optimistisch zijn, worden structureel genegeerd of weggefilterd.

Ik erger me bovendien kapot aan een aantal dingen. Eén daarvan is het uitblijven van een fatsoenlijk functioneringsgesprek. Ik vind dat belangrijk. Vooral omdat ik meermaals geluiden heb laten horen in de trant van Eigenlijk weet ik volstrekt niet waar ik mee bezig ben, maar als ik nou maar met een strak gezicht bluf dat dat wel zo is, slikt iedereen mijn producten voor zoete koek of woorden van gelijke strekking. Mijn chef zegt dan Dat vind ik wel zorgelijk hoor, Barbara. En vervolgens zie ik hem niet, hoor ik hem niet. Hij doet helemaal niets daarmee.

Wat ik bovendien verschrikkelijk ben gaan missen, is de directe betrokkenheid bij besluiten die ik in mijn stafpositie eerder wel had. Ik besluit nu helemaal niets meer zelf. Bovendien hoor ik besluiten vaak uit tweede of derde hand en relatief erg laat zelfs. Dat ben ik helemaal niet gewend. Ik ben iemand die me er mee bemoeit. Maakt geen ruk uit waar het over gaat, ik heb er al gauw een beeld bij gevorm en een beargumenteerde mening en die laat ik weten ook. Ik beïnvloed besluiten als dat er toe doet. Volgens mij toe doet. De afstand tot ieder besluit behalve mijn eigen functievervulling, die hoort bij de functie waar ik nu in zit, bevalt me maar matig merk ik.

Ook vervelend vind ik, dat ik volstrekt in het duister tast over mijn taken na half oktober. Per die datum begint fase II van het project. De taken en inrichting van die tweede fase zijn wat mij betreft niet helder gecommuniceerd aan de medewerkers die meegaan naar die tweede fase, de medewerkers die niet gedetacheerd zitten, maar die bij het project zijn geplaatst. Daar ben ik er één van.

Andere ergernissen zitten meer in de ondersteuning. Het heeft bij mij ruim drie maanden geduurd voor ik ontdekte dat wij, als team, een postvak hadden ergens twee etages lager. Ik weet zeker dat meerdere collega's dat ook niet wisten op dat moment. Via de e-mail heb ik ze geïnformeerd. Inderdaad komt nu af en toe een collega met de post naar boven lopen.

Maar die ondersteuning, of eigenlijk de ergernis over een fatsoenlijke ondersteuning, gaat verder. Het kan niet zo zijn dat een overste hele boekwerken zelf staat te kopiëren. Of dat een schaal elf een vergadering moet onderbreken om zelf twee kannen koffie te gaan halen in ene ander gebouw. Of dat je een ruim half jaar op een normale toegangspas voor je werkplek moet wachten. Of dat je met rond de zestig man dagen zit te wachten op een toner cartridge voor de gezamenlijke printer. Of weken op een nieuwe fles voor de water dispensor.

Die combinatie, enerzijds een gevoel van functionele verwaarlozing, van ik doe er geheel niet toe en anderzijds de ervaring van zeer gebrekkige ondersteuning in faciliteiten die nodig zijn voor een soepel functioneren, maken dat ik me in hoog tempo slecht op m'n gemak ben gaan voelen.
Jammer, want het project is in potentie een schitterende werkomgeving. De functie is in potentie errug interessant. Bovendien denk ik dat ik goed kan bijdragen in dit project, als ik me daartoe geroepen voel.

Aan dat laatste is het gaan schorten. Ik ga nog net niet met tegenzin naar het werk. De collega's die ik heb getroffen, zijn stuk voor stuk leuke collega's. Goede mensen die met dezelfde vraagstukken en ergernissen zitten als ik. Om die collega's is het nog wel te doen, naar werk gaan. De sociale factor blijft toch heel belangrijk voor me, blijkt.
Maar om het werk ga ik niet meer. Dat is een heftige constatering. Een situatie die ik niet lang moet laten duren.

Daarom heb ik intern een aantal acties uitgezet. Allereerst heb ik aangedrongen op een functioneringsgesprek op de kortst mogelijke termijn. De afspraak was oorspronkelijki medio 2005. Dat is verlopen. Daarom heb ik recht op een gesprek per ongeveer onmiddellijk.
Ten tweede heb ik aangedrongen op informatie over fase II. Meer specifiek, informatie over de te verwachten inhoud van mijn functie in die tweede fase. Is het zo gek dat ik enerzijds wil weten waar ik nu aan toe ben? Dat ik wil weten waar ik straks aan toe ben? Vast niet.

Maar ik wed zelden op maar één paard. Parallel aan het mobiliseren van mijn werkomgeving om mijn algemene gevoel van onbehagen weg te kunnen werken, richt ik me ook extern. Ik heb gesolliciteerd. Twee sollicitaties zelfs.

De eerste betreft een sollicitatie naar een functie extern Defensie. Maar toch niet helemaal Defensie uit. Defensie ligt me te na aan het hart om daar zondermeer afscheid van te nemen om één specifieke werkomgeving die me niet bevalt, tussen de talloze die Defensie kan bieden. Het betreft een functie in een interdepartementale omgeving waar je op basis van detachering vanuit je eigen departement een aantal jaren komt te werken. Die positie lijkt me uiterst aantrekkelijk. Bovendien was de inhoud van de taak van die interdepartementale groep ook nog eens aantrekkelijk. Het speelt zich af rond het thema veiligheid, nationale veiligheid, veiligheid allerlei.

De tweede sollicitatie verliep geheel anders. Ik trof in de interne vacaturepublicatie een aantrekkelijke functie bij het Commando Dienstencentrum. Een staffunctie bij een bedrijfsgroep waar veel in beweging is. Leuk dienstenpakket bovendien. De persoon waar informatie over de functie kon worden gevraagd, bleek één van mijn huidige collega's te zijn. Dat was apart.

Zodra ik hem sprak (hij was op vakantie) heb ik hem gepolst over die functie en mijn interesse laten blijken. Het eindigde er mee dat ik hem een uitdraai van mijn standaard CV en standaard sollicitatiebrief heb meegegeven, zodat ik meeloop in de procedure.

Meerdere trajecten dus om linksom (door verbetering van de positionele situatie) of rechtsom (door vertrek naar een betere situatie) te voorkomen dat ik met werkelijke tegenzin naar mijn werk zou moeten. Werken is voor mij te belangrijk om het genoegen waarmee ik dat gemiddeld genomen doe, op het spel te zetten.

Zo doelgericht als ik het nu opschrijf, daar was ik me overigens niet van bewust, hoor. Ik heb domweg ongenoegen ervaren en geprobeerd om daar wat aan te doen. Pas nu ik het opschrijf, kom ik tot besef van wat ik waarom heb gedaan de afgelopen weken. De verwarring verdwijnt gaandeweg het schrijven van dit verhaal. Meteen een functie van het hebben van een dagboek bevestigd gezien.

Zo'n functie kan een motief zijn om een dagboek bij te houden, maar dan is nog niet duidelijk waarom je zo'n dagboek (gefilterd door enige zelfcensuur) op het net zet. Tja, waarom doe je dat eigenlijk. Waarom doe ik dat?

Die vraag werd me gesteld door een mevrouw, journaliste die werkt aan een artikel voor de Volkskrant. Zij had mijn blog gevonden door mijn artikel over Weblogs en verantwoordelijkheid. Zij is op zoek naar informatie over de relatie tussen webloggers en hun werkgevers en kwam bij mij uit, via Google, omdat ik daar een redelijk beargumenteerde mening over heb1). Kort hebben wij elkaar gesproken. De afspraak werd gemaakt dat ze mij vrijdagavond na zevenen zou bellen.

Niets meer van gehoord. Dat is me al eerder gebeurd. Met het artikel over beeldtaal en weblogs. Ook daarover ben ik benaderd door een journalist. Ook hij zou me verder op de hoogte houden. En ook daar heb ik nooit meer wat van gehoord.
Als ik één maal iets tegenkom, hecht ik daar nog weinig waarde aan. Maar twee van twee en ik zeg: wat een raar volk, dat journaille. Onbetrouwbaar. Dat iets geen doorgang vindt, dat kan gebeuren, maar meld dat dan even. Laat je counterpart niet in het ongewisse. Lelijk gedrag. Verwarrend bovendien.

Buiten (ik zit buiten met Radio 1 op mijn oren via mijn SE750i en mijn Toshiba op mijn knieën) is het weer licht aan het zomeren. Een milde wind, een zachte temperatuur. Af en aan wat zon en dan weer bewolking. Ik ga zo maar eens een stukje lopen. Dat heb ik de hele afgelopen week niet gedaan en ik heb er veel zin in.

1) Voor die mening verwijs ik naar dat eerder gepubliceerde artikel.

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete