Hebberigheid
Mon, 11 Jul 2005 11:35 +0200
Sinds het behalen van mijn diploma voor de Hbo-opleiding waar ik me de afgelopen vier jaar voor heb ingezet, ben ik erg moe. Althans, ik was waarschijnlijk eerder al moe, maar sinds die woensdag voel ik dat zeer. Moe en gammel.
Ik heb last van een soort zomergriepje. Pijnlijke dikke keel en zware tong, zeer hoofd, steeds weer verstopte oren, wat koortsig af en toe, veelvuldig misselijk. Ik heb me wat teruggetrokken en ben aan het lezen geslagen. Allerlei boeken die ik het afgelopen jaar heb gekocht, of al eerder denk ik bij sommige titels, maar waarvoor ik de tijd niet vond ze te lezen. Als eerste heb ik Mak's De eeuw van mijn vader
maar eens opgepakt.
Alles aan mijn huis staat wijd open. Dat zou heerlijk kunnen zijn, maar zo ervaar ik het niet. Als het niet te warm werd binnen met gesloten deuren en ramen, zou ik de boel weer stevig dicht doen. De stank die van buiten komt (tabaksrook vooral, maar ook stinkende brommertjes, de rokerij van de slager, walmende vuilniswagens, frituur van de Chinees, oudemannenzweet in grauwe pakken) en het kabaal (knetterende brommertjes, stampende radio's, schandalig luid knallende motoren waarvan het geluid echt de pijngrens overschrijdt, het gebonk van slaande deuren) is me nu gauw te veel. Wat zijn mensen toch een lawaaiige viespeuken. Bah.
Ik herinner me een discussie in schooltijd, over vervuiling, oorlogen en wat jonge mensen zoal kan verontrusten. De conclusie van de docent (zal het maatschappijleer geweest zijn?) was toentertijd Als we niet ingrijpen op die gang van zaken, sterft de mens op den duur uit aan zijn eigen vuil en agressie
Waarop mijn vraag was En waarom zou dat erg zijn?
We vinden onszelf wel verschrikkelijk belangrijk, maar dat zijn we in het geheel niet, natuurlijk. De wereld heeft langer zonder ons bestaan dan met ons. En dat ging haar uitstekend af, moet ik zeggen. Er valt veel te zeggen voor die situatie: een wereld zonder de mensheid.
Geen Srebrenica's meer. Geen Mohammed B.'s. Geen jaarlijks omvallende toeristenbussen met doden en gewonden. Geen terroristische aanslagen van wie dan ook tegen wie dan ook. Geen dodelijke zweefvliegongevallen, zoals gisteren in Lemelerveld nog gebeurde.
En geen tabaksrook rochelende en met deuren slaande buren terwijl ik gefrustreerd constateer dat ik mijn moeilijk te focussen blik uit mijn doffe en pijnlijke hoofd niet geconcentreerd krijg op de ongetwijfeld boeiend geschreven teksten over het interbellum die Mak op en nabij bladzijde 185 van De eeuw van mijn vader
heeft laten drukken.
Ik ben in een hebberige bui. Hebberigheid als troostend gebaar naar mezelf. Misschien koop ik vandaag een nieuw telefoontje voor mezelf. Een cadeautje om een typisch geval van Weltschmertz af te kopen voor het definitief post vat.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete