Open brief aan de Haagse Hogeschool
Wed, 22 Jun 2005 10:07 +0200
Zoals gisterenavond, na de scriptiebespreking verzonden:
Aan: Opleidingsmanager; Mentor B/O dt.4
CC: Scriptiebegeleider, beoordelaar
Ik ben het niet eerder oneens geweest met een beoordeling van een werk van mij door een docent. Nu wel.
Waar ik uitbundig en enthousiast aan de slag ben geweest met mijn scriptie, ben ik nu teleurgesteld in de beoordeling ervan met een zeven door de docenten. Ik ben werkelijk bitter teleurgesteld en kan dit resultaat met geen mogelijkheid plaatsen. Als ik kijk naar hoe gewetensvol en met welk een inspanning ik aan de slag ben geweest en wat die inspanning me in de opleiding altijd aan resultaten opleverde, tot tienen aan toe, is de zeven die nu als waardering voor deze scriptie is opgegeven in geen geval representatief. Gezien de respons op het stuk uit bijvoorbeeld mijn werkomgeving, doet dat punt bovendien geen recht aan de kwaliteit van de scriptie.
Waar commentaren van scriptiebegeleiders enerzijds waarschuwden voor de lengte van het geheel, bleek uit dezelfde commentaren en uit een gesprek anderzijds de waardering juist voor de degelijkheid van het onderzoek. Of voor de intellectuele kwaliteit die bijvoobeeld bleek uit het uit literatuurstudie zelfstandig ontwikkelen van een nieuw analysemodel. Door een begeleidend docent wetenschappelijk genoemd.
Weet je al wat je gaat doen hierna?vroeg hijJij moet wel naar een strategische beleidsfunctie. Daar hoor jij echt thuis.is bijvoorbeeld een signaal dat niet strookt met de zeven die nu is gegeven. OfDat hoofdstuk getuigt van een gedegen stukje onderzoeksjournalistiek.Niets in het gesprek of in de kritieken van de beoordelende docenten herinnert vervolgens nog aan wat er wel goed is aan de scriptie in z'n definitieve vorm.Het hoofdargument dat de beoordelende docenten gebruiken om tot hun zeven te komen, vind ik arbitrair. Mijn scriptie zou onvoldoende kritisch zijn. Ik heb volgens mij niet de opdracht om kritisch te zijn. Ik heb mezelf de opdracht gegeven een stuk te schrijven dat acceptabel is in de omgeving waar ik werk. En waar toch duidelijk uit blijkt wat ik vind. Beide is gelukt gezien de reacties vanuit mijn werkomgeving.
Dat het stuk te lang is voor een scriptie, daar kan ik het wellicht mee eens zijn. Dat vind ik nog steeds geen reden om slechts een zeven te geven. Als een docent twijfelt aan de reden om een deel in de scriptie te handhaven, kan hij vragen naar de reden. Als hij dat niet doet, zal hij die reden niet weten en niet begrijpen. En een argument als 'die lengte telt zwaar in Leiden' is al helemaal niet relevant voor de context van het afstuderen bij een HBO.
Als ik aanroer dat ik de zeven juist in relatie tot de punten die voor andere scripties in mijn jaar zijn gegeven werkelijk te mager vind, en de opmerking wordt gemaakt
Er worden hier in de opleiding nou eenmaal veel te makkelijk hoge punten gegevenschrik ik van de onrechtvaardigheid die daar mee bloot lijkt te komen liggen. Als dat zo is moet de docent die dat vindt dat vooral in een intern overleg als issue inbrengen. De beoordeling van mijn scriptie in de context van de studie zoals die op dit moment is, hoort daar volkomen buiten te staan. Daar hoort bij dat het punt vergelijkbaar moet zijn met de resultaten van minstens je eigen jaar. Willekeur en onrechtvaardigheid is wat nu rest van de ervaring 'scriptiegesprek'.Het integraal wegwuiven van mijn scriptie met een
Je zegt zo weinig dat dat ook in dertig pagina's had gekundof woorden van gelijke strekking, door een docent die ik tot vandaag nog nooit had gezien en die niet bij het totstandkomen van de scriptie betrokken is geweest, doet me domweg zo veel verdriet dat ik dat niet zonder terugkoppeling op mentor en opleidingsmanager kan laten passeren. Ik weet door feedback uit brede kring, zeker dat er waardevolle dingen in mijn scriptie staan. Waardevol voor mij, waardevol voor collega's en klasgenoten, waardevol voor Defensie.Ik weet nog niet of ik op enige manier beroep aanteken tegen deze beoordeling. Ik wil graag horen hoe ik dat kan doen en op welke termijn, zodat ik dat zonder oponthoud in gang kan zetten, als ik daar voor kies.
Ongeacht wat ik besluit te gaan doen, lijkt me dit overigens een signaal van formaat om in de opleiding eens wat gestroomlijnder te werken, denken, beoordelen. Willekeur is nu de enige kwaliteit die ik zie, en de onrechtvaardigheid die daar uit voortkomt, en dat zou toch onmogelijk moeten zijn.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete