PretLetters

Juni 2005

Balen

Wed, 15 Jun 2005 09:58 +0200

Ongeveer een maand lang is mijn focus mijn scriptie geweest. De spanning om alles tot een goed einde te brengen liep tegen het midden van vorige week hoog op. De nacht van dinsdag op woensdag, vorige week, heb ik geheel niet geslapen bijvoorbeeld.

Dat had niets te maken met de tijdsklem, waar ik mezelf altijd in breng bij projecten die er toe doen (ik heb die tijdsdruk nodig om te vlammen). Dat was vooral omdat ik dinsdagavond laat eigenlijk klaar was met de scriptie die ik woensdag zou indienen. Vanaf dat moment kreeg ik een grijns op mijn gezicht, die maar niet wilde wijken.
Eenmaal in bed lag ik onrustig te woelen en te draaien. En te grijnzen. Uren passeerden. Tegen vier uur begon het wat te schemeren. Tegen halfvijf was het licht.

Ik ben uit bed gekomen, heb me gedouched en ben gaan lopen. Van vijf tot even voor zevenen heb ik door de doodstille stad gewandeld en door de omgeving ten noord-westen er van. De stille koelte kalmeerde me. En anders deed de vermoeidheid dat wel voor me.

De dagen er naar was ik weliswaar op het werk, maar mijn hoofd was er niet werkelijk bij. Na veel meer rust en tientallen kilometers (waarbij ik en passent een plek met wilde orchideeën heb ontdekt) raakt ik weer ontspannen en kon ik mijn gedachtenwereld verplaatsen naar de werkelijkheid buiten het schrijven van een scriptie.

Ik ben beestachtig trots op het resultaat. Volgens mij heb ik een scriptie geschreven die er toe doet1). Niet als scriptie, maar als boodschap. Boodschap aan de Defensieorganisatie.

Zoals ik in het nawoord van mijn scriptie schrijf:

De maatschappij is niet maakbaar gebleken, laat staan de wereld. En geloof is verre van vredig. Een droom is te romantisch en visioenen zijn gevaarlijk. Je hebt er gekte of drugs voor nodig. Met strategische visie kan je een maatschappij, een organisatie, een mens richten en voorbereiden op de toekomst. Een toekomst die je bovendien vanuit je visie, vooruit, licht kan beïnvloeden. Hoe kleiner de entiteit waarvoor de visie geldt, hoe groter de directe invloed die er van uit kan gaan.

Defensie is groot, maar klein genoeg om door een strategische visie op de goede manier beïnvloed te worden. Ze verdient die strategische visie ook. Ik hou van Defensie en gun haar het beste.

Ik hield al van Defensie, maar ben tijdens het onderzoek voor mijn scriptie en tijdens het schrijven van het betoog verder betrokken geraakt bij haar welzijn. Defensie is één van de laatste gouvernementele bastions van do good'rs. Mensen van vlees en bloed die werkelijk met gevaar voor eigen leven veiligheid en stabiliteit proberen te brengen, waar men dat moet ontberen. Mensen die daar de wapens voor kunnen en durven oppakken. Mensen die hopen dat ze datzelfde wapen nooit hoeven in te zetten.

Ik denk ook dat Defensie in minister Kamp een een hele goede bewindvoerder heeft getroffen. Eentje die niet aarzelt. Die doordacht en logisch keuzes maakt, gebaseerd op wat hij heeft en wat hij wil. Eentje die de rekening courant bij het Ministerie van Financiën optimaal gebruikt.

Waar het schrijven van een scriptie al niet goed voor is. Voor mij heeft ze de band die ik voel met Defensie fiks versterkt.

Maar eenmaal ingediend is het verhaal nog niet uit. De scriptie moet nog worden besproken. De ene docent had twee weken geleden aangegeven dat hij vorige week de scriptie wilde hebben, zodat die deze week kon worden besproken. De andere docent reageerde op het ontvangen van de scriptie ook met aangeven dat die dan deze week besproken kon gaan worden. Wel met een slagje om de arm, omdat hij de eerste docent nog niet had gesproken daarover.

Omdat beide docenten het signaal gaven de scriptie deze week te willen bespreken, maar ik maar niets van ze hoorde, heb ik ze maandag een e-mail gestuurd, met het verzoek me even te laten weten hoe laat ik waar werd verwacht. De reactie was dat het deze week niet door kon gaan, omdat één van hen teveel andere verplichtingen heeft.

Ik ontplofte van woede en teleurstelling toen ik dat las. Wel ja, joh. Het is maar afstuderen. Dat is zo ontzettend onbelangrijk voor betrokkene. Godverdomme. Arrogantie ten top.

Ik heb een afgemeten bericht teruggestuurd, waarin ik de niet mis te verstane boodschap meegeef, dat ik in het geheel niet blij ben met deze gang van zaken. Ten eerste is het ten koste van de kwaliteit van mijn werk gegaan, omdat ik op hun verzoek een week eerder dan mijn oorspronkelijke planning mijn scriptie heb ingediend en daarom een cruciale kwaliteitsslag heb opgeofferd (namelijk het grondig doorlopen van de tekst op taalfouten en anderszins; het redigeren zeg maar). En omdat ik mijn aandacht van mijn scriptie vandaan wil hebben en gewoon aan het werk wil kunnen zijn.
Bovendien heb ik alles na vandaag vreselijk vol gepland, werk en anderszins. Alles uitgesteld tot na vandaag.

Het tijdstip dat zij me bieden, laat in de middag volgende week woensdag, heb ik inderdaad een afspraak staan. Eentje die ik niet zondermeer wil verplaatsen ook nog eens. Sterker nog, eentje waarvoor verplaatsen afstel betekent.

Nu ik dit zit op te schrijven borrelt weer een onstuitbare walging en woede op. De hufters hebben me zo ontzettend op het verkeerde been gezet. En dan geven ze mij ook nog eens een gedeelte van de 'schuld' voor het feit dat het gesprek dan niet eerder dan volgende week zou kunnen, omdat gelet op jouw voorkeur voor de woensdag dat kennelijk nog de enige mogelijkheid is.

Nee. Nee! Ik heb helemaal geen voorkeuren. Vier jaar lang heeft alles wat met studie te maken had, zich uitsluitend op woensdagen afgespeeld. Vier jaar lang heb ik de rest van mijn leven om die woensdagen heen geplooid. De rest van mijn leven, onder andere mijn werk. Werk is op dit moment topdruk. De dagen om de woensdagen heen zijn bomvol met afspraken, overleg, work shops et cetera. Ik had geen enkel signaal dat het afstuderen eventueel op een andere dag dan woensdag zou moeten gebeuren. Hoe had ik dat moeten voorzien dan?
Ik kan niet eventjes mijn hele agenda omgooien omdat één van de high and mighty heren docenten besluit dat hij teveel andere verplichtingen heeft. Arrogante <&#Curse; />. En misschien wil ik dat ook helemaal niet. Niet nu. Niet meer.

Enfin, ik wacht op de reactie. Eens zien wat we kunnen regelen.

Om wat af te koelen, ga ik zo meteen maar eens een beetje buitenspelen. Ik had eigenlijk het plan gevat om in de loop van de dag misschien maar eens te gaan vliegen of zo, maar ik hoor in het nieuws, de weersverwachting, dat het mooie weer niet de hele dag gaat duren. Ik heb geen zin om in de regen in de spits langs Utrecht weer naar huis te moeten rijden. Ik ga wel wat anders doen vandaag. Alles is wel goed eigenlijk. Als het maar niets met school te maken heeft.

Gadverdamme. Ik had zo'n zin in dat gesprek. Ik had me er op voorbereid, op verheugd. Ook op het feit dat dan alles echt achter me zou liggen. Ik vond het afstuderen zo ontzettend leuk. Met hufterige onachtzaamheid ruïneren twee mensen waarvan je afhankelijk bent dat eventjes voor je. Het is zeldzaam dat ik zo verschrikkelijk baal, als ik nu doe.

Terzijde: Ik zou me de hik lachen als die uitgebroken Poema die de Veluwe onveilig maakt, 'Sneeuwvlokje', dat witte zwijntje, zou opvreten.

1)Ik heb een resumé ge-upload. Hierin zijn opgenomen: de cover, het voorwoord, de inhoudsopgave, de samenvatting en het nawoord van mijn scriptie.
Het is een PDF van 350kB groot.

Let wel: wat ik in mijn scriptie heb opgenomen en wat in de samenvatting tot uitdrukking komt, is uitdrukkelijk mijn mening als student en persoon en is in geen geval een officiële mening van Defensie of van een Defensiemedewerker over Defensie.

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete