Schrijven en schrijven
Wed, 13 Apr 2005 15:47 +0200
Ik ben uitbundig aan de slag inmiddels met mijn scriptie. Kernthema van mijn scriptie is de reorganisatie die Defensie doorvoert om de transities zoals die zich in allerlei omgevingen voordoen, op een verantwoorde wijze te kunnen volgen. Om de organisatie en haar omgeving te kunnen schetsen, zodat de scriptie een stevige context biedt voor het onderzoeken van mijn propositie1), heb ik een uitgebreid bronnenonderzoek gedaan. De uitkomst van dat onderzoek vervat ik nu in het beschouwende deel, het stuk waarin ik de beeldvorming bij de lezer begeleid.
Het deel van mijn scriptie waarin ik de beeldvorming laat plaatsvinden, heb ik opgeknipt in twee hoofdstukken: het eerste betreft de (nationale en mondiale, staatkundige, wettelijke en handelings) context2) waar de Nederlandse Krijgsmacht zich in bevindt. Het tweede beschouwende hoofdstuk betreft het onderzoek dat ik deels (bronnenonderzoek) al heb uitgevoerd en voor een deel (de interviews) nog moet uitvoeren.
Na deze twee hoofdstukken gaat mijn betoog over in de oordeelsvorming waarin ik de gevonden context en onderzoeksresultaten zal confronteren met terzake theorieën van verschillende herkomst3). Maar zover ben ik nog lang niet.
Enfin, het aan elkaar schrijven van de gevonden relevante bronnen en een lijn aanbrengen, een logische gedachtenlijn, per hoofdstuk en in het geheel, en daarbij ook nog eens waken voor herhalingen of uitweidingen te ver in de breedte of te diepgaand, vergt veel aandacht. Ik heb maar eens de eerste stukjes die ik zo'n beetje heb uitgeschreven nu aan de begeleidende docent gestuurd met het gerichte verzoek om te kijken of de breedte en diepgang voldoet voor een Hbo-opleiding en of het notenapparaat (met name om de bronvermeldingen) aan de norm zal voldoen. Als ik weet dat die zaken voldoen, kan ik voluit verder schrijven.
Over mijn schrijfvaardigheid hoef ik me geen al te grote zorgen te maken. Ik schrijf best aardig en af en toe wordt dat uit onverwachte hoek bevestigd. Gisteren ontving ik het volgende bericht:
Al speurend op het internet over rampenjournalistiek, kwam ik jouw artikel tegen op Internet. Het is een leuk artikel en als je het goed vindt wil ik daar een deel van publiceren in een vakblad over AV Media dat als thema heeft Calamiteiten.
Laat me weten wat je ervan vindbron: ontvangen e-mail d.d. 13 april 2005
Na enige correspondentie op en neer blijkt dat de zender van bovenstaand bericht doelt op Afstand en Nabijheid, dat ik heb gepubliceerd op
Dat is buitengewoon complimenteus, als iemand je publicaties wil gebruiken. Daar voel ik me heel lekker bij.
Van mij mag dat stuk worden gebruikt, mits er een fatsoenlijke bronvermelding (naam en URI) in het te publiceren artikel wordt opgenomen, en de strekking van mijn verhaal geen geweld aan wordt gedaan. Het hoeft niet integraal te worden overgenomen, natuurlijk. Daarvoor is het ook veel te lang. Maar ik wil niet dat het wordt gebruikt in een stuk dat niet strookt met de mening die ik in mijn artikel verwoord.
Die beide voorwaarden heb ik doorgegeven. Bronvermelding en de geest van mijn stuk intact laten. Ik krijg het artikel eerst te lezen. Dat is goed, dan kan ik zien wat ze met mijn verhaal doen, welk deel ze willen gebruiken überhaupt.
Leuk, hè? Niet op zoek zijn naar bronnen en je zorgen maken over of je je bronvermeldingen wel netjes op orde hebt, maar zelf een bron zijn en je zorgen maken of iemand anders zijn bronvermelding wel op orde heeft. Glorie. Poch. ![]()
Overigens wel heel keurig dat die redacteur me om toestemming vraagt. Het betreft een vakblad waarvan de kans zeer klein is dat ik dat ooit onder ogen zou krijgen. Ik had het daarom waarschijnlijk nooit geweten als mijn artikel was gebruikt zonder mijn toestemming. Dan toch om toestemming vragen, dat is professioneel.
Ik zet niet voor niets een melding op iedere pagina betreffende de copyrights die op inhoud en vormgeving aan mij zijn voorbehouden4). Ik stel er geen prijs op wanneer iemand zonder mijn instemming met mijn werk aan de haal gaat.
Andersom heb ik grote waardering voor mensen die toestemming vragen. Dat moet ik onthouden, want dat geldt vast ook voor mensen die ik om toestemming verzoek voor hergebruik of herpublicatie of beide van hun werk.
Had Delphi toch gelijk: 'Ken uzelve'. Want met zelfkennis (in ieder geval in dit soort zaken) zal veel van het gedrag van de medemens ook goed te begrijpen zijn.
1) Die propositie luidt (vooralsnog) Een actueel probleem bij de reorganisatie van Defensie is, dat de strategische visie op Defensie als organisatie, op haar doelen en taken in een veranderende wereld, op de samenhang tussen de doelen, de taken en de eisen die men stelt aan de medewerkers, niet zodanig is vormgegeven en gecommuniceerd, dat een significant deel van de medewerkers deze visie kent en begrijpt, laat staan onderschrijft of zelfs zich eigen heeft gemaakt.
2) De inhoudsopgave van dat deel ziet er vooralsnog als volgt uit:
- Beeldvorming - de context
- Inbedding Ministerie van Defensie in staat en wet
- Eén grondwet
- Twee Kamers
- Drie hoofdtaken
- Vier Krijgsmachtdelen (KMD)
- Vijf 'theatres'
- Zes invalshoeken
- Zeven jaren van reorganisaties
- Het Ministerie van Defensie - veranderend paradigma
- Relatie krijgsmacht-strijdtoneel - verandering doelstelling
- Relatie burgers-overheid - verandering kijk op overheid
- Relatie krijgsmacht-bewindsvoerders - verandering besturingsmodel
- De reorganisatie op hoofdlijnen
- Achtergrond, aanleiding en doelen - visie (Inhoud)
- Technisch (vorm)
- Kadering scriptie en definities
- Inbedding Ministerie van Defensie in staat en wet
- Beeldvorming - het onderzoek
- Onderzoeksdoel
- Wat was ook weer de aanleiding voor deze scriptie?
- Wat is de propositie die onderzocht moet worden op houdbaarheid?
- Wat is het doel van het onderzoek?
- Methode van onderzoek
- Bronnen, soorten
- Invalshoeken
- Actoren
- De reorganisatie besproken - uitkomst van de interviews
- Perspectief entiteit Defensieorganisatie
- Perspectief entiteit Defensiemedewerker
- Het papier spreekt - observaties op basis van het bronnenonderzoek
- Veranderbaarheid van de organisatie
- ...
- Onderzoeksdoel
3) Dat betreft dan de theorieën zoals die grotendeels zijn behandeld in de afgelopen studiejaren (uit de organisatiekunde, de beleidskunde en politicologie, de organisatie-filosofie, de sociale organisatie psychologie), aangevuld met recent opgedane kennis die strikt genomen niet in de opleiding was voorzien (zoals van de publicisten Covey, Senge, Capra, Kets de Vries en anderen).
Ik wou dat het onderzoekende en beschrijvende deel was afgerond, zodat ik me daar lekker mee bezig kon gaan houden. Uiterlijk
4) Binnen de Nederlandse wet hoeft dat overigens niet. In ons rechtsgebied is dit soort werk automatisch auteursrechtelijk beschermd, ook zonder expliciete melding.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete