Naweeën van late winter
Sun, 6 Mar 2005 19:57 +0100
Gisteren, aan het einde van de middag, was ik vast besloten om het in dit blog te gaan hebben over... over..., tjonge. Ik wilde eerst wat kranten lezen en wat ruimen in huis en mijn nieuwe, linnen rok die ik zojuist was gaan halen bij College Style, goed uithangen, en mijn nieuwe Soft Shell van Columbia eens bewonderend bekijken.
Daarna was er wat leuks op TV en zo vergat ik bijna waar ik het nou over wilde gaan hebben. Bijna, want tijdens het wandelen vandaag, herinnerde ik het me weer.
Gisteren was er een heel pak nieuwe sneeuw neergelegd! Vers krakend en knirpend.
Ik liep wat door Gouda te zwalken. Doelloos toen ik de spullen die ik wilde hebben eenmaal in mijn rugzak had zitten. Het ging me opvallen, dat ouderen en mensen van middelbare leeftijd allemaal prima schoenen aan hadden voor dit weer. Het waren vooral de jonkies die onverstandig op hun gympen tevergeefs poogden grip te houden op het wegdek.
Ik volgde een dik besneeuwd pad waarover nog niet gek veel mensen hadden gelopen, en kwam zo achter de Sint Jan. Het was daar werkelijk betoverend mooi. Het is er altijd al mooi, maar de sneeuw verborg alle tijdsverloop en bracht me terug naar de periode waarin de kerk en het omliggende stadsdeel zijn gebouwd, naar de eerste dagen dat alles werd gebruikt.
Terwijl ik bewonderend om me heen keek en de accu van mijn cameraatje in mijn handen warmde, hoorde ik een gerommel van boven me komen. Ik keek verwonderd omhoog. Wat zou dat kunnen zijn?
Er donderde een halve kuub oude sneeuw en ijs van een dak en dat plofte zo'n twee meter naast me op de grond. Ik grinnikte, eigenlijk van schrik. Je zou dat maar op je petje krijgen. Tuuttuut.
Ik deed wat stappen naar voren om uit de 'lawinegevarenzone' te zijn en bekeek de wereld eens door de lens van mijn camera. Het was net of mijn lens een venster was op een andere wereld. Mooi drukt niet meer uit wat er was gisterenmiddag.
Langs de Sint Jan lopend, bewonderde ik de aparte accenten die de kerk had gekregen door alle hooglichten met sneeuw op de meest onmogelijke plaatsen. In sommige hoeken tussen een muur en een steunbeer, was sneeuw hoog opgestoven. Ik verwachtte half om half iedere volgende hoek die ik zag, het meisje met de zwavelstokjes te zien zitten, van Hans Anderson.
Dat was wat ik gisteren vergat en waar ik vandaag weer aan dacht tijdens mijn wandeling. Anderson.
En toen kwam vandaag. Ik heb een lekkere wandeling gemaakt. Weer een andere route dan wat ik tot nu toe gelopen had. Via zuidoost van Gouda de stad uit, de weilanden in. En dan bij het spoor de dijk op langs de Enkele Wiericke naar het noord-noordwesten. Bij het fietspad tussen de Reeuwijkse plassen en Driebruggen weer naar het westen gaan lopen. Er dreigde slechter wordend weer vanuit het noordwesten. De lucht werd van staalblauw en zonnig, heel snel opeens erg donker en dus wilde ik in de richting van huis. Maar de sneeuw overviel me toch nog, zo'n drie kwartier later overgaand in natte sneeuw en regen. Jak. De sneeuwpret is voorbij.
Maar er was genoeg te genieten vandaag. Op de Prinsendijk (die zijn naam dankt aan stadhouder prins Willem III) langs de Enkele Wiericke was een best aantal wandelaars aan het genieten van de milde maartzon boven het ijzige landschap. Het land rook verrukkelijk naar kou, houtvuren en schapen.
Ik kwam een dame op leeftijd tegen die met haar snoet opgeheven, de handpalmen open en naar voren gericht, liep te zonnen. Ze genoot met emmers. We hebben een kort moment staan kletsen. Het is zo weer voorbij
zuchtte ze. Maar het moment is nú hier.
reageerde ik. Het is een geluk dat wij er nú van kunnen genieten.
Dat is helemaal waar.
zei zij. Dit is het moment om te genieten.
We gingen ieder onze eigen weg na een poosje, elkaar een hele fijne wandeling wensend.
Even daarvoor was ik een man tegen gekomen die met zijn twee geitjes liep te wandelen. Echt waar! Hij was zijn geitjes aan het uitlaten. En die geitjes waren dat zo gewend, want waar de man ging, zij volgden.
Op een gegeven moment dook de man de dijk af, richting een sloot. De geitjes volgden pardoes. De man raapte een geitje op en bracht het over het ijs (wat een lef!) naar het weiland. Het geitje dat nog aan de voet van de dijk stond mekkerde en jammerde dat het een lieve lust was. Hij kon niet bij z'n baasje komen! De man kwam voor 'm terug en terwijl hij over het ijs liep naar het paniekerige geitje, begon de tweede te mekkeren. Nou kon hij niet meer bij z'n baasje komen!
Toen de hele bende dan toch aan de overkant van de sloot was, waren de geitjes weer helemaal gerustgesteld en gedrieën liepen ze weer verder, de man ferm, de geitjes dartelend als jonge honden.
Bij de Oukoopse molen kan je zien dat de polder aldaar al erg oud is. Het is een ruig en volwassen landschap. De aanwezigheid van kuddes schapen versterken dat beeld. Net als de spelende hazen (wat een grote beesten zijn dat toch) in de weilanden die niet door de vele watervogels worden bewoond.
Prachtig stukje echt Holland daar. Daar wil ik van de zomer nog wel eens naar toe.
Nog een kilometer of vier van huis veranderde het weer dramatisch. De zon was al enige tijd verdwenen en de wind was aangetrokken. Ik voelde neerslag, maar kon niet goed plaatsen wat ik voelde. Ik speurde de omgeving af. Al eerder had ik valstrepen gezien onder indrukwekkende buienwolken.
Vanaf de andere kant van de plas Groot Vogelenzang zag ik een zware sneeuwbui rap dichterbij komen. Als een haas rukte ik mijn rugzak van mijn rug en trok alles er uit dat ik bij me had: muts, handschoenen, waterdichte overjas. Terwijl ik me stond aan te kleden, zo op de openbare weg, werd ik bekeken vanuit een huis op de Ree. Een dame die me lachend begroette toen ik haar ook zag, en daarbij een gebaar maakte van Brrruh, wat een slecht weer.
Inderdaad Brrruh. Ik heb niet eerder alles dat ik aan materiaal bij me had, ook echt nodig gehad. Vandaag wel.
Goed ingepakt en de raincover over mijn rugzak getrokken, liep ik weer verder. Wat een sneeuw. Het joeg tegen me aan en smolt niet meteen weg. Het bleef tegen mijn broek plakken en bleef liggen in de vouwen van mijn jas. Koud, harde wind. Nat ook. Onmiskenbaar het soort sneeuw dat hoort bij een warmtefront of occlusie. Grote, papperige vlokken, snel vallen, veel water bevattend. Buiige neerslag en windvlagen.
Ik ontmoette nog wel wat onverstandige mensen. Op pad gegaan toen het nog heel mooi weer was, haast warm, en daarop gekleed, net als ik. Maar zo onvoorzichtig geweest om geen andere kleding mee te nemen, of onvoldoende. Arme mensen. Fietsers, een hardloper, wat wandelaars. Ze verkleumden. Het was echt weer waarin je volgens mij zelfs wel onderkoeld kon raken, als je niet voorzichtig was.
Het is uit met de pret. De sneeuwpret. Maar het is meer dan mooi geweest. Ik heb er van genoten in ieder geval.
BTW, als u me een keer tegenkomt (zie foto's voor mogelijke outfit
, zeg gerust hallo. Lijkt me leuk.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete