Bewustzijn
Sun, 20 Mar 2005 15:47 +0100
In drukke tijden lijkt het of ik een hogere staat van bewustzijn bereik. Op de laag met banaal operationeel denken, leg ik een laag die steeds nauwkeuriger mijn denken en tijd inricht. Daar over heen ligt vervolgens een laag waarin de banaliteit van alle dag niet bestaat, waarin ik rust vind in het bestuderen, analyseren en doorgronden van complexe thema's en vraagstukken. Rust in complexiteit.
Rust ook in mijn wandelingen. Zoals gisteren. Weer een heerlijke wandeling gemaakt. De zware lucht, nevel, mist, miezer, schiep een bijzondere wereld. Een wereld van geluiden vooral. Alleen wat dichtbij was, kon je zien. De rest van de wereld bestond slechts in het gehoor.
Tientallen tractoren die gier aan het uitrijden waren, rammelden met enige regelmaat voorbij. Ik vind het jammer dat een boer zijn land vooral gebruikt om zijn mestquotum op te verspreiden, in plaats van om er zijn koeien op te weiden. Slechts in één veldje kwam ik vier koeien tegen.
Wel zijn er vele schapen buiten. Schapen met lammetjes. Lammetejs laten zich ook over grote afstanden horen. Sommige bleheheheren alsof ze worden gekeeld, langdurig. Spookachtig zwermt dat gejammer over de veenweiden ten zuiden van Gouda.
Zo nu en dan begint de lucht te knerpen en knetteren. Een onduidelijk en ongelijkmatig buzzzZZzzZzzzZ. Dat is in de omgeving van de hoogspanningsleidingen. Spanning die weglekt in de mist. Uit de kabels, uit mijn hoofd.
Op het werk loopt de werklast en -druk op inmiddels. Ik ben trekker van het subteam waar ik in zit. Behalve procesdeskundige, ben ik nu ook een soort van draaischijf voor alle informatie, en de contactpersoon extern en intern voor mijn onderwerp.
Behalve dat, heb ik in het team ook de rol van 'denker' gekregen. Dat is zo gegroeid. Tussen vele doeners moet een denker opduiken om structuur en verband aan te brengen en te houden. Dat kan men gerust aan mij over laten. Ik heb juist mijn talenten zitten aan de probleemanalyserende kant. Ik zoek altijd diepgang, verbreding en het verband met de omgeving van een vraagstuk. Het is dus niet heel gek dat ik die rol heb gekregen. En van daar uit ook die van trekker en alles wat daar bij hoort.
Ik heb meteen maar eens de gelegenheid te baat genomen om mijn CV te actualiseren en mijn werkpagina aan te passen aan de huidige situatie. Nu ik inmiddels bijna drie maanden voor SPEER werk, kan ik wat meer zeggen over de inhoud van mijn taken en dat vertalen naar buiten.
Via het werk kon ik overigens de hand leggen op een reader over 'Weerstand bij Veranderingen' van KPMG. Dat ik wat kennis daarover nodig heb voor mijn werk is evident. Nog veel relevanter is die reader voor mijn studie. Ik kan de informatie daaruit heel prima gebruiken voor het opzetten van interviews voor mijn scriptieonderzoeken. Daar was ik dus heel blij mee.
Het is mooi mee te maken hoe alles in elkaar grijpt, hoe alles bij elkaar past, hoe er een onbedoelde correlatie lijkt te bestaan tussen wat onbeduidend lijkt en wat belangrijk is in mijn leven.
Één van die dingen die er niet toe lijkt te doen is uiterlijk vertoon van overtuiging of religie. Volgens onze grondwet mag iedereen zich over overtuigeingen en religie uiten immers, in allerlei vormen en maakt de wet noch de staat onderscheid tussen de ene of de andere godsdienst of de ene of de andere overtuiging. Kennelijk maakt het waar het er toe doet, niet uit wie je bent in je geloof en andere dogma's.
Gisteren liep ik langs dorpjes, gehuchtjes van lintbebouwing in de polders ten zuiden van Gouda, waar het boerenbedrijf nog ferm en trots wordt uitgeoefend zonder dat burgers en buitenlui tussen de boeren zijn komen wonen om boerderijen in landhuizen te veranderen en weidepercelen in Engelse tuinen.
De boeren en hun zonen werkten met de tractoren en gierkarren. De vrouwen en de dochters stonden in de groententuinen te werken, of waren eieren aan het rapen. Zo gaat dat waarschijnlijk al eeuwen. Stel ik me zo voor.
Één ding ging me opvallen. Ik werd zeer vriendelijk begroet door al die schoffelende vrouwen. Dat mag wellicht al een wonder heten, maar is niet wat ik bedoel. Ik heb er geen vrouw in een broek tussen gezien. Geen één vrouw had make-up op. Allemaal gereformeerd, en stevig ook. Allemaal.
Die rokken zeggen het. De make-uploze gezichten zeggen het. Hier ben ik. Zie mij aan. Ik ben gereformeerd.
Die rokken van de gereformeerden zijn de hoofddoekjes van de Moslima's, de kruisjes van de Katholieken, de keppeltjes van de Joden, de rode banieren van de communisten, de roodwitblauwe badges op de mouwen van de Hier ben ik! Ik heb de wijsheid in pacht. Ik heb gelijk. Ik en de mijnen. Ik weet dat. Wij weten dat. Wij kennen elkaar en weten dat van elkaar.
Behalve dat dat getuigt van een uitermate kortzichtig en krampachtig bevroren wereldbeeld, getuigt het niet alleen van het eigen gelijk, maar ook van het ongelijk van allen die zich niet conformeren. Het hoofddoekje van de Moslima zegt niet alleen over haar dat zij een brave Moslima is, maar zegt tegelijk over alle vrouwen zonder hoofddoekje, dat zij dat niet zijn. De lange rok en make-uploze gezichten van de gereformeerde vrouwen doen hetzelfde voor zichzelf.
Met het uiten van overtuiging of geloof in kleding of ander uiterlijke kenmerken, spreek je tegelijk een waardeoordeel uit over mensen die er anders uit zien. Dat is waarom kleine derdegeneratie moslim jongetjes denken dat ze zich vuiligheid kunnen permiteren tegenover de autochtone vrouw. Het hoofddoekje van hun moeder, hun zus, hun meisje zegt tegen ze Ik ben goed.
en zegt tegelijk Die daar, die zonder hoofddoekje, dat is geen goede moslima
.
De vrouw in haar groentetuin in haar lange rok die zo vriendelijk groet met haar brede, make-uploze gezicht zegt tegen de hele omgeving Die daar, dat is geen goed gereformeerde
.
Ik heb al de ervaring dat kerkgangers op zondag me ongeveer van de dijkweggetjes afrossen met de spiegels van hun gepoetste blik. Ik heb al de ervaring dat kleine mannetjes denken me tot mikpunt van hun spot te mogen maken. Allemaal omdat ik geen ornamenten van overtuiging of geloof met me mee draag.
Ik hoop dat de mens als geheel eens tot de ontdekking komt dat uiterlijk vertoon met het impliciete waardeoordeel overbodig is, om toch een geheel mens te zijn. Dat vlaggen, vaandels en banieren, rokken, hoofddoeken en badges, keppeltjes en hoeden niet bepalen wie je bent.
Bovendien bevalt het waardeoordeel dat anderen over mij vellen me eigenlijk niet. Ik weet wie ik ben en wat ik waard ben, waar ik voor sta. Ik heb geen behoefte dat zichtbaar te uiten, noch om dat voor altijd voor mezelf vast te leggen. Het is merkwaardig te noemen dat mensen die hun bewustzijn mede laten afhangen en bepalen door een extern dogma, mijn bewustzijn voor incompleet of onwaardig houden, terwijl het mijne geen dogma's nodig heeft en houvast heeft aan zichzelf.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete