Aai over de bol
Sun, 27 Feb 2005 22:17 +0100
De afgelopen dagen heb ik eerst goed kunnen bijkomen van de griep. Daarna heb ik wat rust gehad, toen ik op het huis van mijn moeder en haar man ging passen, en hun lieve katers. En tot slot ben ik heerlijk door ze verwend, toen zij weer terug waren en ik nog niet weg was. Lekker eten en een geestelijke aai over m'n bol. Ik laat dat me lekker aanleunen en geniet met emmers.
Geheel tot rust en opgeknapt kon ik vandaag dan met een klasgenoot zijn eindscriptie eens kritisch bekijken. Hij heeft een uitgebreid verhaal, complex. Eigenlijk wil hij twee verschillende verhalen vertellen in één stuk. Hij maakt het zich niet makkelijk daarmee.
Vooral omtrent de kop en staart van zijn scriptie was het geheel nog erg ruw. Zijn inleiding had de allure van een
Voor hij kwam had ik wat voorwerk gedaan. De centrale vraag bestudeerd, de subvragen bekeken op relevantie, dat werk. Ook had ik vanuit de centrale vraag een zelfverzonnen vragenboom opgebouwd richting een mogelijke conclusie.
Ik wist dat deze vragenboom niet de scriptie was, die mijn studiegenoot wilde schrijven. Dat betekende dat hij een hele andere vraag centraal had staan, en ik had wel een idee welke dat moest zijn. Maar eigenlijk moest hij dat zelf ontdekken.
Toen hij hier eenmaal was, heb ik dus een hele exercitie doorlopen. Het grootste probleem is meestal het onderscheiden van de aanleiding voor je verhaal, je eigenlijke probleem meestal, en de vraagstelling voor je stuk, de onderzoeksvraag en subvragen, waarmee je je probleem (met een lelijk en vast onbestaand woord) 'vertheoretiseerd'. Dan heb je ook nog het onderscheid tussen het doel van je onderzoek en het doel van je werkstuk.
Aan het slot van je hele werk vind je weer een strikt onderscheid: het verschil tussen conclusie (eventueel subconclusies) en aanbevelingen. Iedere conclusie die je trekt moet een antwoord zijn op één van de vragen die je jezelf in de inleiding hebt gesteld, en waarmee je je probleem hebt vertheoretiseerd. De grote slotconclusie is het antwoord op je centrale vraag. In die grote slotconclusie moet de samenhang tussen de verschillende subvragen en de samenhang tussen de verschillende subconclusies helder worden.
Tot slot komen de aanbevelingen. Aanbevelingen doe je eigenlijk alleen als het de doelstelling van het onderzoek, danwel van het stuk is 'het verhelpen' van je probleem dat je als aanleiding hebt geformuleerd. Een aanbeveling is een remedie tegen het probleem (tegen het probleem zelf, de bron, of tegen de symptomen er van om in ieder geval de effecten zo veel als mogelijk te neutraliseren).
In de kern ziet een stuk er dus als volgt uit:
- Inleiding:
- Achtergrond
- Aanleiding:
dit is je actuele probleem, praktijkgericht - Centrale vraag (en subvragen):
hiermee 'vertheoretiseer' je je praktische probleem - Doelstelling:
- van je onderzoek (operationeel doel):
activiteit - subject - methode, bijvoorbeeld:
activiteit subject methode object verhelderen vraagstuk empirisch onderzoek actoren oplossing bieden probleem bureau- onderzoek Kamer brieven ontwikkelen nieuwe theorie beschouwing toegepaste theorieën verklaren krachten veld vergelijking modellen et cetera - van je stuk:
- verslaglegging
- vastlegging
- communicatie
- bijdragen aan groter onderzoek
- et cetera
- van je onderzoek (operationeel doel):
- Opbouw (feitelijk hoofdstuk per subvraag)
- De analytische hoofdstukken
- Het slothoofdstuk:
- De subconclusies:
iedere subvraag in de inleiding eenduidig en individueel beantwoord - De eindconclusie:
het antwoord op de centrale vraag in de inleiding
(in deze eindconclusie komt de samenhang tussen de subconclusies tot uitdrukking, voorafgegaan door de samenhang tussen de analytische hoofdstukken en de samenhang tussen de subvragen in de inleiding) - De aanbeveling(en):
Aanbevelingen zijn praktische oplossingen voor bestaande problemen. Aanbevelingen zijn alleen relevant als een doel van het onderzoek, het bieden van mogelijke oplossingen was. Als er niet om een oplossing wordt gevraagd, dan zijn er ook geen aanbevelingen te vinden in het slothoofdstuk.
- De subconclusies:
Het klinkt zo ontzettend logisch. Het is allemaal al zo vaak langsgekomen. En toch, als je voor het schrijven van een uitgebreid stuk staat, zoals een scriptie, krijg je te maken van momenten waarop bomen en bos geen duidelijke entiteiten meer zijn. dat moment komt voor mij ook heus nog. Dan is het mijn beurt om een beroep te doen op mijn klasgenoten.
Het denken met en voor de studiegenoot die vandaag langs kwam, gaf me onmiddellijk een impuls zelf een schema uit te werken, waarin ik van centrale vraag naar een eindconclusie redeneer. Er staat nu een hele boom op papier. Ook wat zijpaden daar bij. Met een dikke donkerblauwe viltstift heb ik een eerste lijn getrokken om het gedeelte waar ik mijn scriptie over denk te gaan schrijven. Een aantal interessante en spannende vragen blijft buiten dat kader liggen, maar ik moet de beperking zoeken.
Ik ben er nog niet, hoor. Dit eerste kader kan nog wel eens te ruim blijken. Ik zal er eens bronnen bij zoeken en een grove schets van het onderzoekstraject inrichten, inclusief de tijd die ik denk nodig te hebben voor het onderzoek en voor het uitwerken van de onderzoeksresultaten en het schrijven van het werk.
Het is wel heel plezierig om mijn scriptieonderwerp geplaatst te zien in een groter veld. Het is helemaal niet erg dat er veel meer vragen zijn, dan ik in mijn eindwerk kan beantwoorden. Als ik maar leuk weet te kaderen, en een uitdaging bewaar voor mezelf. In intellectuele diepgang en tijdsdruk beide. Daar hou ik van, dat houdt me scherp en speels. Daar schrijf ik een scriptie mee.
Enfin, zonder de rustperiode van een paar dagen was ik niet zo creatief geweest rond de scriptie van mijn klasgenoot. En zonder die scriptiebespreking als impuls was ik niet zo productief geweest met mijn eigen scriptie. Zo grijpt alles aan op alles en soms cumuleert dat tot zeer positieve resultaten.
Heel wat anders: ik heb van mam en Ger m'n verjaardagscadeau al gekregen. Gisteren ben ik met mam naar het tuincentrum in
Behalve veel bolletjes voor binnen (in een opgemaakte plantenbak, nu nog vol groene pieken opprikkend tussen het vochtige veenmos waarmee ik de bak en grond heb afgedekt) en buiten (vele tulpenbollen in een grote, en verder lege kuip), heb ik ook een paar minibollenglaasjes gekocht en wat bolletjes van dwarrel hyacintjes
(minihyacintjes, Scilla
) voor daar in. In grote bollenglazen staan altijd gewone hyacinten, dus in deze kleintjes wilde ik minihyacintjes. Ze staan kleurig te zijn in mijn vensterbank. Ik ben benieuwd hoe het is, als de bloemen bloeien.
Ook zag ik een stemmig Sake setje; kannetje met twee kommetjes. Dat heb ik ook gekocht als aanvulling op al het Japanse materiaal dat ik al heb. Leuk, voor erbij.
Ik ben al jaren op zoek naar een mooi Boeddhabeeld. Ik weet wat ik zoek en wat ik wil. Ik denk dat ik al wel een honderdtal aandachtig heb bestudeerd, maar ik vond niet wat ik zocht. Tot gisteren.
Domweg bij een tuincentrum (!) stond tussen vele andere Boeddha's een prachtig beeldje van een Boeddha, haast als klein kind vormgegeven. Vertederend, verstild, aandacht volkomen naar binnen gekeerd. Een prachtig beeld, en zodra ik het zie, weet ik dat ik het wil hebben. Mam regelt een extra kar, omdat de eerste eigenlijk al helemaal bij de uitgang staat1) en samen ontzetten we het beoogde beeld van alle buren, en laden we het op de verse kar. Ik koop het met genoegen.
Blij als een kind sjouw ik het bij mam en Ger naar binnen, om aan Ger te laten zien (en stiekem ook om het
Hij staat nu lief en ingetogen te wezen in mijn huiskamer. Het is geen weer voor ceramiek om buiten te staan. Dan vriest ie in één nacht kapot.
Mijn klasgenoot had 'm onmiddellijk in de gaten (hard to miss, by the way). Vertederend was het om te zien hoe hij even een liefkozend gebaar maakte, over het kale bolletje van de kindboeddha. Daar nodigt het beeldje dan ook wel toe uit. Dat had ik gezien, dat had mam ook al gezien.
1) Voor mannen: als je een voorstelling maakt van je ergste nachtmerrie in samenhang met winkelende moeders en dochters in een tuincentrum, komt dat beeld nog een factor twee te kort om recht te doen aan hoe mam en ik door zo'n tuincentrum rommelen
. Mam en ik hebben het in ieder geval enige uren reusachtig naar ons zin.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete