PretLetters

December 2004

Afstand en Nabijheid

Fri, 31 Dec 2004 00:21 +0100

Een mijmering tussen jaren.

21ste Eeuw is nu pas echt begonnen

In de eerste jaren van deze 21ste eeuw tekent zich een razendsnelle ontwikkeling af. In de opeenvolgende jaren, vier pas, wordt duidelijk dat wereldwijde communicatie voor altijd is veranderd en nog aan het veranderen is.

In deze eerste jaren is er voor de Westerse wereld als geheel of voor Nederland, een aantal memorabele momenten, niet noodzakelijk mooi:

  1. Twin Towers
  2. Pim Fortuyn
  3. Bam
  4. Irak
  5. Theo van Gogh
  6. en nu Azië

Het gaat mij nu niet om het feit dat een aantal man made is en er twee maal een act of God bij dit rijtje zit. Het gaat mij om de communicatie rond deze gebeurtenissen. Communicatie en informatie die in aard razendsnel verandert.

Informatie anno nu

De vorm van informatie

Informatie1) anno nu bestaat uit beelden. Digitale beelden die razendsnel op de digitale wereld worden afgevuurd. Miljoenen privémobieltjes zijn inmiddels uitgerust met foto- en zelfs videomogelijkheden, de laatste met geluid. Via internet verspreiden beelden van gebeurtenissen zich nagenoeg op het moment dat ze zich voordoen.

Terugdenkend aan het rijtje gebeurtenissen is de intensiteit van de stroom van deze privébeelden exponentieel toegenomen. Iedereen is nu verslaggever, mits je maar terplaatse bent.
De beelden van de twee vliegtuigen die in de respectievelijke torens in New York vliegen, zijn 'per ongeluk' vastgelegd door videocamera's (soms professioneel) die oorspronkelijk gericht waren op andere doelen, zoals bruiloften.

Bij de moord op Pim fortuyn (op een mediapark nota bene) speelden privébeelden geen noemenswaardige rol. Er waren zeer weinig mensen aanwezig toen het gebeurde en er was een zeer beperkte toegang naderhand. Ook de officiële pers kon er niet bij en beeldmateriaal bleef schaars.
Bij de enorme aardbeving in Bam waren de omstandigheden er niet naar (alleen al door het besloten karakter van de getroffen cultuur) om privébeelden een grote rol te kunnen laten spelen.

In de loop van het afgelopen jaar beginnen snapshots, gemaakt met cameraatjes in mobiele telefoons, in toenemende mate te bepalen wat we zien. Men neemt een (zware) overtreding waar, knipt, stuurt het naar de pers, een eigen foto- of videoweblog, of naar TV of naar de politie, et voila: Big Brother zijn wij met elkaar. Wat nou cameratoezicht in een winkelstraat. Cameratoezicht in pocketformaat.

Cumulatie

Je ziet deze ontwikkeling tot een voorlopig hoogtepunt komen bij twee recente verschrikkingen: (1) de moord op Theo van Gogh en (2) de Tsunami-ramp in Azië. Kranten publiceerden privéfoto's rond de moord op Theo van Gogh, omdat zijn lijk al was toegedekt en afgeschermd op het moment dat de eigen verslaggevers terplaatse kwamen. De professionele camera's konden er niet meer bij.

De officiële TV-zenders vechten om de amateurbeelden die beschikbaar zijn van de Tsunami die op verschillende plekken de kustgebieden binnenraast. Private footage die bijna terloops is geschoten en die wellicht geen echte nieuwswaarde meer heeft, maar als illustratie blijft dienen bij de verschillende nieuwsbulletins.

Dieptepunt

Tegenover een hoogtepunt hoort ook een dieptepunt. Wat mij betreft is dat herkenbaar in de manier waarop terroristische groeperingen zich van publiciteit verzekerd weten, mits ze maar beelden publiceren van hoe ze iemand de keel doorsnijden. Weerstand tegen westerse inmenging in Irak zocht en vond op die manier de weg naar de publiciteit en grote bekendheid.

Minder toevallig dan die ene toerist die per ongeluk een wegspoelende bejaarde filmt, maar gebruikmakend van dezelfde techniek en hetzelfde netwerk, gericht op hetzelfde publiek, in diepste wezen gelijk. De andere kant van de medaille.

De aard van informatie

Informatie in de huidige tijd is gevat in beelden, niet langer talig. De verspreiding is internationaal. Niet alleen het maken van informatie, maar juist ook het publiceren van informatie (in beelden) ligt binnen bereik van iedereen. Het is razendsnel, eenvoudig en (belangrijk) spotgoedkoop.

Buitendat is het ook vluchtig van aard geworden. De huidige stand van de techniek staat toe dat informatie in beelden met de spreekwoordelijke druk op de knop kan worden gepubliceerd. Met hetzelfde gemak verdwijnt informatie weer. Als je even niet oplet, heb je een hele krant aan nieuws gemist. Ieder moment van de dag opnieuw.

Niet voor niets beklaagde de New York Times zich over de strijd om de primeur van snel opeenvolgend nieuws over de ramp in Azië, met weblogs. Ze kregen de blogs nauwelijks bijgebeend2). Het tempo waarin nieuws beschikbaar komt is moordend.

Door de tijdelijkheid van informatie is tijdigheid extreem belangrijk om het nog als nieuws te kunnen verkopen.

De impact van informatie

Iedere gebeurtenis die in beelden wordt gevat, kan in theorie iedereen bereiken die digitale beelden kan ontvangen. Dat betekent dat alle gebeurtenissen heel dichtbij kunnen komen en heel direct, rechtstreeks inwerken op de mensen. Er zitten geen nieuwsredacties die filteren op hoeveelheid en op de factor 'smakeloosheid'.

Live moordpartijen, zelfmoordaanslagen, Tsunami's, duizenden lijken per beeld of slechts één, maar dan zeer gedetailleerd, rollen gedigitaliseerd rechtstreeks de huiskamer binnen. Dat brengt gebeurtenissen heel dichtbij.

Het menselijk gevoel, de compassie, wordt makkelijk aangesproken. Maar emotie kost veel aandacht en energie en een mens is maar een mens. De menselijke maat is de omvang van een gezin, van een familie, van een dorp of leefgemeenschap. Desnoods een stad. De hele wereld aan gebeurtenissen is erg veel. Voor veel mensen ontstaat noodzaak tot het bewaren van emotionele en psychische afstand.

Verruwing

Enerzijds ontstaat verruwing. Beelden tuimelen over elkaar, steeds heftiger en meer, afschuwelijker. In de stortvloed aan informatie kan niet iedere publicatie evenveel aandacht krijgen. Aandacht krijgt wat opvalt. Wat heftig is, valt op.

Daarnaast is de concurrentie tussen de media keihard. TV versus krant, maar ook nieuwsbulletins onderling en kranten onderling zijn in een regelrechte overlevingsstrijd gewikkeld. Ook voor hen geldt: wat heftig is, valt op. Als ze kijkers willen trekken, lezers willen hebben moeten ze aandacht trekken.

Aandacht trekken van een publiek dat net zo makkelijk het internet op gaat om daar een eigen selectie aan nieuws en informatie te vergaren. Klassieke media moeten om de aandacht te krijgen dus niet alleen 'heftig' presenteren, maar dat ook razend snel doen.
Een verloren race als je het mij vraagt. De klassieke media maken meer kans met commentaren en columns op de actualiteit. Verderop in dit artikel verklaar ik waarom.

'Vervlakking'

Tegelijk is het allemaal wellicht wat veel geworden voor het normale bevattingsvermogen van mensen3). Behalve wereldburger is een mens nog zo veel meer. Niet de minste rollen die iemand heeft zijn die van werknemer en gezinslid.

Het is niet meer dan natuurlijk dat een mens zich wapent tegen te grove impact op zijn of haar gevoelsleven. Compassie is een natuurlijke emotie, maar je wilt niet dat je eigen leven verstoord raakt om wat er gebeurt aan de andere kant van de aardbol. Dat kan je je ook niet veroorloven.

Dus neem je afstand. Je creëert bewust afstand als die er niet is. Noem het vervlakking. Ik noem het liever zelfbescherming.
Als je ziet met welk een gulle hand de Nederlander tot nu toe heeft geschonken op Giro 555 zie ik geen vervlakking, slechts compassie, € 9,3 miljoen grote compassie.

Dat diezelfde Nederlander met Oud en Nieuw champagne schenkt, oliebollen eet, vuurwerk afsteekt en zijn muziek hard draait om 2005 binnen te dansen, zegt niets over zijn compassie. Het drukt slechts uit dat de Nederlander blij is Nederlander te zijn en zijn persoonlijke reden heeft een feestje te vieren. Op een aardse manier bant hij tijdelijk alle boze geesten uit zijn leven. En dat is hem gegund.

Netwerk, dialoog en reflectie

Eigenlijk omschrijf ik in de paragrafen hiervoor met de vorm van informatie het huidige netwerk in de wereld, met de aard van informatie de vorm van de dialoog en met de impact van informatie de mate van reflectie die mensen in de huidige tijd kennen.

Vorm van informatie: Netwerk

Technische ontwikkelingen zijn snel gegaan de afgelopen decennia. Vijfentwintig jaar geleden bestonden internet, mobiele telefonie, satelietcommunicatie, glasvezelkabels, optische media, draadloze netwerken en meer geheel niet. Er was een begin van internet, maar die kende slechts een toepassingsgebied in het militaire of wetenschappelijke veld.

Inmiddels is het internet doorgedrongen tot de meest onwaarschijnlijke plaatsen. Een commercial die vandaag speelt op TV, voor een Senseo-smaakje ('Kenia') speelt daar aardig op in. They could have e-mailed me.

De techniek ontwikkelt zich verder en verder. De integratie van voorheen gescheiden apparatuur gaat vlug. Mobiele telefoon, muziekspeler en (video- en foto-)camera zijn nu al één apparaatje. PDA's hebben zich ontwikkeld tot volwaardige internet en e-mail clients. De volgende stap integreert de mobiele telefoon en de PDA verder en tot een handzamer apparaat dan de huidige Nokia 9000-series.

Tot nu toe was er nog enige fysieke afstand tussen de plaats waar een gebeurtenis zich afspeelt en de plaats waar iemand in staat is informatie over die gebeurtenis te publiceren. Die afstand verdwijnt. Het is al mogelijk om met een mobiele telefoon een foto te maken en die onmiddellijk op een weblog te publiceren. Daar komt geen uitgebreide kennis of computergebruik meer aan te pas. Een klik en een SMS is voldoende.

Onmiddellijk kan een ontvanger ongeacht zijn plaats op de wereld en onafhankelijk van de aanwezigheid van de huidige computers die foto opvragen en zien.

Dat geeft een aardige indruk van de richting die de ontwikkeling op dit gebied, technisch heeft genomen. Straks kan men ongeacht zijn locatie alles publiceren dat men ziet en alles opvragen dat gepubliceerd is.

Aard van informatie: Dialoog

Een dialoog vergt minstens twee gelijkwaardige partijen. Twee partijen die beiden (klassiek) zenden en ontvangen. Interactief en werkelijk in reactie op elkaar.

Dialoog betreft communicatie. In communicatie wordt informatie overgebracht, ontvangen, getransformeerd en geïnterpreteerd. Vervolgens wordt daar op gereageerd. Communicatie is het verstrekken van informatie in de verwachting er een gerelateerde reactie op te krijgen.4)

Eenzijdigheid

Bij het utiliseren van de technische mogelijkheden van het moment is werkelijke communicatie slecht mogelijk. Informatie vliegt de wereld rond in enorme hoeveelheden. Vooral informatie in de vorm van beelden gaat snel. Beeldtaal is zeer internationaal en laagdrempelig, eenvoudig te vergaren, eenvoudig te verspreiden, eenvoudig te ontvangen en te interpreteren.

Na de interpretatie stopt het. Je kan met je directe omgeving in dialoog gaan over de zojuist ontvangen informatie, maar niet met de verstrekker van de informatie. Althans, meestal niet. Niet met de huidige stand van de techniek. De informatieverstrekking op dit moment is zeer eenzijdig.

Die beperking (er is geen werkelijke communicatie) is tekenend voor de huidige tijd. Iedereen kan alles publiceren, maar het blijft bij 'publiceren' (dat wil zeggen: eenzijdig informatie beschikbaar stellen). Reageren op publicaties kan niet altijd en zeker niet overal en door iedereen.

Uitzondering hierop vormt de meerderheid van de weblogs. Grote aantallen blogs laten de bezoeker/lezer ruimte en bieden de mogelijkheid om te reageren op wat ze zojuist hebben gelezen of gezien. Op sommige weblogs raken de bezoekers/lezers uitgebreid in discussie met elkaar of met de schrijver van het blog of beide5). Wellicht toont zo'n blog een toekomstbeeld van communicatie.

Directheid

Behalve de eenzijdigheid kenmerkt ook de ongefilterde directheid de huidige informatiestroom. Beelden volstrekt ongefilterd, volkomen zonder commentaar beuken op de visuele cortex van de menselijke ontvanger. Sommige dreunen laten aldaar een blijvende indruk achter.

Impact van informatie: Reflectie

Communicatie vergt interpretatie en reflectie. Reflectie op gebeurtenissen, op het eigen gevoel en gedrag rond die gebeurtenissen. Überhaupt vraagt de aard van de informatie die vandaag beschikbaar is om reflectie.

Waar laat je je gedachten en gevoelens bij het idee aan 120.000 doden in Azië bijvoorbeeld? Wat doe je met je emoties bij vijf miljoen daklozen in dat getroffen gebied? Wat doe je met de beelden op televisie en via het internet waarin je mensen ziet wegspoelen, losgerukt van hun laatste houvast, afgevoerd naar een ziedende zee. Verzwolgen. Dat weet je. Waar laat je jezelf als je de soms hartverscheurende oproepen leest om vermiste landgenoten?

UHd van informatie

In het tumult van dit moment vergeten we Darfur al weer. Bam, van precies een jaar geleden, is volkomen uit beeld. Vele rampen en persoonlijke tragedies zitten er tussen Tweede Kerstdag 2003 en Tweede Kerstdag 2004. Buiten rijden de ambulances om de eerste vuurwerkslachtoffers naar de eerste hulpposten te brengen. Om twaalf uur 's nachts op 31 december begint het nieuwe jaar, een beter jaar. Ongetwijfeld een beter jaar, omdat we daar behoefte aan hebben.

Ondertussen twijfelen we aan de economie, trekken we ons terug uit de consumenten markt, vrezen voor onze baan. De eigen nood is nabij. De humanitaire rampen in Azië, in Darfur, staan ver van ons vandaan.

Dat is wat de moderne informatievoorziening doet. De beelden komen zeer dichtbij, maar de ellende is 'daar'. Gelukkig is het 'daar'.
Bovendien is het zo veel allemaal. Juist omdat Jan en alleman in hoog tempo alles kan publiceren dat hij wil, rent onze aandacht van de ene brand naar de andere. Voor reflectie is nauwelijks nog tijd. Tenminste, niet voor een persoonlijke reflectie.

Klassieke media

Reflectie laten we aan anderen over. Actualiteitenrubrieken op TV reflecteren. Commentaren en columns in kranten reflecteren. En de ontvanger van de enorme hoeveelheid informatie laat dankbaar oog en gedachten rusten op de reflectie van een ander. Hij of zij leest en reflecteert een kort moment mee. Of adopteert domweg de reflectie die er staat. Niet voor niets kan je soms horen welke krant iemand leest.

Misschien ook dat daar een les voor de toekomst is te trekken voor de 'klassieke media'. De kracht van papier is de relatieve blijvendheid6) en rust die een gedrukt stuk biedt. Kranten vooral hebben hun kracht in reflectieve stukken, waar mensen even voor kunnen gaan zitten. 'Duizend woorden zeggen meer dan één beeld.'
Nieuws is met het huidige, wereldomspannende elektronische netwerk niet bij te benen voor papieren media (denk aan die verzuchting van The New York Times die ik aan het begin van dit artikel aanhaalde).

Wellicht is dat de toekomst. Voor blote feiten, nieuws en ongeïnterpreteerde informatie struint de mens 'het net' af, vertrouwt hij op elektronische media en bronnen. Voor rust en een reflectief moment vertrouwt hij op klassieke media. Andere mensen die voor hem denken en reflecteren in de tumult die zijn omgeving inmiddels is.

Gevolgen van deze ontwikkeling

De verschuivingen van klassieke naar elektronische media, de versnelling van de verspreiding van informatie, de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van informatie, kan niet zonder gevolgen gebeuren.

Autonomie en afhankelijkheid

De mens is een wonderlijk wezen. Hij streeft naar autonomie. Hij legt de grens van zijn entiteit als mens bij zijn huid. Wat zijn huid is en wat daar binnen is, daar beslist hij zelf over. 'Baas in eigen buik' geldt veel meer dan de totstandkoming van de abortuswetgeving.

De drang naar autonomie doet zich ook gelden bij het vergaren van informatie. Niet voor niets kan een Nederlander zich volkomen vrij bewegen op het internet, maar kan een Chinees staatsburger dat niet. Als Nederlander heb je geen weet van de mate van je autonomie. Een Chinees staatsburger, die zich in zijn autonomie beperkt ziet, is er zeer van bewust.

Geheel autonoom publiceert en vergaart een vrij mens zijn informatie. Geheel autonoom laat hij de beeldtaal in moordend tempo op zich afkomen en geheel autonoom interpreteert hij wat hij er van ziet.

Tegelijk geeft hij zijn autonomie met graagte weg, door zich afhankelijk te maken van derden voor de reflectie op de vele gebeurtenissen om hem heen en met hem. Krantencommentaren, columns en beschouwende weblogs reflecteren, leggen verbanden, brengen dimensie aan in de soms fragmentarische flitsen van informatie die in beeldtaal de wereld overrompelt.

Mijn en dijn

Deze tegenstellingen (eerder tussen autonomie en afhankelijkheid) zie je terug in het haast schizofrene gedrag van de moderne westerse mens. Het onderscheid tussen 'mijn en dijn', tussen compassie met derden en de eigen levensvreugde, is hard en scherp.

Darfur verkeert in een humanitaire ramp door oorlogen en corrupte militairen en regeringsfunctionarissen. Azië poogt te overleven.
De westerling is vol medeleven en geeft gul in de overtuiging dat hij iets moet doen om de getroffenen te helpen. Met afschuw ziet hij de beelden. Hij rilt bij de aantallen doden, vermisten, gewonden en ontheemde, achtergebleven met niets dan lijf en leden en een ernstig traumatische ervaring in hun korte-termijngeheugen.

Hij neemt geen tijd om te overdenken. Tegelijk dat hij in een enquête roept te verwachten in 2005 verder te moeten bezuinigen op de persoonlijke uitgaven, geeft hij (met anderen) ruim negen miljoen uit privébudget in een maand die nou niet direct de goedkoopste is. Niet rationeel, niet berekenend. Een gift recht uit het hart. De reflectie op de gebeurtenissen en op zijn eigen gedrag daarna, leest hij in de eerst volgende zaterdagkrant wel.

Eerst moet Oud en Nieuw worden gevierd. Dat is namelijk van hemzelf. Daar loopt die harde, scherpe en zeer strikte scheidslijn. Azië is treurig, maar dat is niet van hem. De emotie die hem gul deed geven was van hem, maar de problemen in Azië zijn niet van hem.
Het feest. De champagne. Die wel. Dat feest is van hem.

Met een wereld waarvan iedere brand in een internationale beeldtaal op schoot van ieder mens komt te liggen, zal dat haast surrealistische onderscheid tussen 'mijn en dijn' alleen maar kunnen toenemen. Een uitgesproken compassie met de levens van anderen, die niet in de weg mag staan van de gebeurtenissen die in het eigen leven kunnen worden geregisseerd en gerealiseerd.

Conclusie - Afstand en nabijheid

TV en computerscherm zijn inmiddels echt 'het venster op de wereld'. Iedereen is tegelijk consument en producent van allerlei informatie in voornamelijk beeldtaal. Iedere uithoek van de wereld bevindt zich op slechts armlengte afstand: achter de 'aan/uit'-knop van een beeldschermapparaat.

Deze soms welhaast intieme nabijheid zal, naar mijn mening, alleen maar toenemen met de groeiende technische mogelijkheden te communiceren en de almaar grotere verspreiding van de technische middelen om te communiceren.

Anderzijds is het bewaren van emotionele afstand7) belangrijk. Als individueel mens kan je nou eenmaal niet alle leed van de wereld op je persoonlijke schouders nemen.

De mens die in de toekomst kan omgaan met de nabijheid en afstand in zijn leven, is een uitgekiend jongleur in zijn omgang met informatie. Hij kan informatie vergaren, filteren en interpreteren. Hij kiest bewust welke informatie hij wel en welke hij niet accepteert. Hij neemt daarnaast tijdig en voldoende tijd en ruimte voor reflectie (of dat nou een eigen reflectie is of die van een ander doet er voor het effect nauwelijks toe). Hij stemt vervolgens zijn handelen af op wat hij ervaart en wil voor zichzelf en voor anderen.

Het succesvolst zal de mens zijn die het in de toekomst gelukt om op tijd en in voldoende mate te schakelen tussen die afstand en nabijheid. Op basis van de informatie die hij heeft gekozen tot zich te nemen, tijdig en oprecht compassie voelen en daar naar handelen, tijdig terugschakelen naar de eigen behoeften zoals die zich voordoen in het eigen leven dat zich ontvouwt.

1) Hoewel 'gegevens', 'informatie' en 'communicatie' duidelijk onderscheidelijke begrippen en entiteiten zijn, gebruik ik in de rest van dit artikel voornamelijk het begrip 'informatie' en ga er daarbij stilletjes van uit, dat wat ik stel ook (plusminus) geldt voor de andere twee begrippen.

2) Volgens Webwereld. Dit stukje was voor mij de directe aanleiding om dit artikel te schrijven.

3) 'Toeval bestaat niet': of het zo moet zijn, terwijl ik dit artikel schrijf, rolt een item van Slashdot in mijn RSS-lezertje, Life interrupted.
Kernonderwerp van het artikel waar naar wordt verwezen is The information age is nurturing 'cognitive overload'.

4) Dit is een zelfbedachte definitie en derhalve niet noodzakelijkerwijs wetenschappelijk verantwoord. Ik geef hem, omdat het relevant is voor de lezer van het stuk te weten wat ik voor dit artikel versta onder het begrip 'communicatie'.

5) Er zijn vele voorbeelden, maar zeer spraakmakend is GeenStijl. Dat blog bereikt (soms wat dubieuze) resultaten juist door de dialoog van het publiek dat ze trekt (resultaten als artikelen in de 'klassieke media', diezelfde 'klassieke media' volslagen geschoffeerd, ontslagen bestuursleden of commissarissen van grote concerns et cetera).

6) Relatieve blijvendheid ten opzichte van de elektronische media, zelfs die van beelden. Een krantenkatern is een langer leven beschoren dan menige foto of video of weblog artikel. Zeker omdat papier nog eenvoudig duurzaam kan worden opgeslagen. Optische media vergaan (nog) eerder dan een papieren archief.

7) Belangrijk terzijde, waar dit artikel verder niet op ingaat:

Een andere vorm van afstand wordt bepaald door de informatieproducent: de verspreiding van publicatiemiddelen is enorm (hyperbolische ontwikkeling), maar de aandacht van de informatieproductenen is nogal eenzijdig (gericht op wat aandacht van het publiek krijgt: dood en verderf). Hierdoor blijft heel veel buiten beeld (je ziet niet wat zich achter de rug van de cameraman bevindt; een oud dilemma).

Een vicieuze cirkel als je niet oppast, waarmee een niet-nieuwswaardig deel van de wereld verdwijnt in de vergetelheid.

copyright © 2003-2004 Barbara de Zoete