Content
Wat heb ik te vertellen? Wordt dat al
verteld op het internet? Hoe doen die andere publicisten
dat? Kan ik dat beter? Heb ik aanvullingen of ligt mijn verhaal
in het verlengde van bestaande sites?
Voeg ik echt iets toe aan de miljoenen en nog eens miljoenen bestaande documenten op het internet?
Me bezinnend op de mogelijke inhoud van mijn toekomstige site, heb ik zeer geregeld heel wat afgegoogled. Zoekend op trefwoorden en combinaties van trefwoorden die mogelijk mijn site zouden kunnen beschrijven. Ik trof duizenden, tienduizenden pagina's over onderwerpen die ik wilde bespreken.
Ik vond een openening om mijn eigen
plaats in dit massale aanbod van informatie in te gaan
nemen. In ieder geval de pagina's die over mij als persoon
gaan, konden niet door iemand anders worden geschreven. Alleen
ik ken mezelf, mijn werk, mijn bezigheden, mijn achtergronden,
in die mate dat dit alles doelgericht zou kunnen worden
omschreven.
Daarnaast zou mijn benadering van mijn hobby, zweefvliegen, een
unieke worden. Veel meer beleving, verhalend, vertellend, dan
de platte, technische informatie over zweefvliegen. Van dat
laatste zijn er voldoende pagina's beschikbaar. Mij
beperken tot die beleving van zweefvliegen, zou unieke
pagina's opleveren.
discussiegroep: PretLetters
Bekijk de discussiegroep op groups.google.com
Dat heeft me er niet van weerhouden om mijn eigen ' zweefvliegpromo' toch aan mijn site toe te voegen overigens. Doel van dat deel is met name 'compact doch compleet'. In het overweldigende aanbod van informatie over zweefvliegen in Nederland, heb ik geen sites aangetroffen, die een in zweefvliegen geïnteresseerd persoon, dat biedt.
Publiek
Ik had dus een verhaal te vertellen. Maar wie zou het willen horen? Welke bezoekers wilde ik mijn pagina's gaan aanbieden? Voor wie ging ik schrijven?
Tijdens het nadenken hierover, bleek het type bezoeker dat ik verwachtte aan te spreken, af te hangen van de door mij aan te bieden inhoud. Pagina's die puur en alleen over mij gaan, zoals mijn hobbypagina en mijn lifelog, zouden een breed en divers publiek kunnen gaan aanspreken. Meer specialistische onderwerpen, zoals werk, zweefvliegen en sexueel misbruik, zouden een identificeerbaar publiek kunnen gaan aanspreken.
Het identificeren van mogelijke bezoekers bleek geen sinecure te zijn. Bij mijn dagboek en hobbypagina hoefde ik nergens rekening mee te houden. Dat scheelde al wat. Maar bij de andere onderwerpen had ik tijd nodig en liefst ook input van andere mensen.
Zo zijn in de loop van de tijd
verschillende schrijfstijlen ontstaan, voor
verschillende, los van elkaar te identificeren,
secties van mijn site. In mijn dagboek hanteer ik een
schrijfstijl die volledig weergeeft hoe ik denk en spreek. Die
pagina's zijn in de eerste plaats voor mezelf geschreven,
al vind ik het leuk dat anderen het kunnen lezen.
Het informatieve deel van de zweefvliegsectie richt zich op
volwassenen en is daarom zakelijk en bondig geschreven. Met
name bij dat informatieve deel heb ik anderen de teksten laten
corrigeren, inhoudelijk, om te voorkomen dat ik onzin zou
verkopen. Dat laatste, input van derden,
geldt ook voor het gedeelte dat je nu leest, de sectie over
webontwerp.
Bij de verhalenbundel over zweefvliegen stap ik dan weer over
op een heel persoonlijke schrijfstijl, maar dit keer wel
gericht op het publiek. Ik heb die verhalen immers juist niet
alleen voor mezelf geschreven.
De sectie over werken is mede gericht op potentiële
werkgevers. Alleen al daarom is de schrijfstijl wat
verzakelijkt en wat afstandelijker, zonder mezelf overigens uit
te sluiten. Ook in mijn werkpagina's komt mijn beleving van
mijn wereld duidelijk terug. De pagina over sexueel misbruik is
weliswaar heel persoonlijk, maar heeft als doel om andere
slachtoffers te kunnen ondersteunen. Daar pas ik weer een
andere schrijfstijl toe. Voorzichtiger, geslotener.
Dit gedeelte, over webontwerp, richt ik op ondernemende en
creatieve geesten, die in staat zijn zich te bezinnen op wat ze
nou eigenlijk willen bereiken met hun publicaties op het
internet. De schrijfstijl is wat losser en is bedoeld om de
bezoeker echt mee te nemen en mijn lessons learnd op hen over te
dragen.
Die verschillen in schrijfstijl,
gericht op een wisselend publiek, zijn ondermeer
zichtbaar bij het gebruiken van 'u' of 'jij' in
het aanspreken van de bezoeker. Het gebruiken van 'u'
is op het internet al gauw heel formeel. Anderzijds kan je een
wat ouder persoon van je vervreemden als je te vlot overstapt
op het gebruiken van 'je' om je bezoeker aan te
spreken. Ook is het gebruik van 'u' in het Vlaams juist
weer heel gebruikelijk.
Ook het gebruik van verleden tijd of tegenwoordige tijd scheelt
in de beleving van de lezer. En daarbij is het gebruik van de
lijdende vorm heel bepalend voor het 'ambtelijk
gehalte' van een tekst. Een tekst waar veel gebruik wordt
gemaakt van vervoegingen van het werkwoord 'worden',
'zijn', 'kunnen' en 'zullen', komt heel
snel afstandelijker over. Bijvoorbeeld bij een argumentatief
stuk kan dat heel handig zijn, omdat het voor een argeloze
lezer al gauw de schijn van objectiviteit heeft.
Zo kan je spelen met je boodschap en het juiste publiek aan je
pagina's binden.
Daarnaast is het belangrijk je bewust te zijn van je verantwoordelijkheden als publicist. In mijn Weblog besteed ik uitgebreid aandacht aan die verantwoordelijkheid in een artikel over weblogs en verantwoordelijkheid.
Wat ik in dat artikel schrijf, geldt onverminderd voor alle internetpublicaties en wellicht zelfs voor alle publicaties.Structuur
Onmiddellijk ontstond een relatie met een optimale structuur voor mijn site. De indeling in secties met verschillende onderwerpen, doelen en publiek bleek zich eenvoudig te laten vertalen naar een indeling in menustructuur.
Toen ik me dat realiseerde, die samenhang tussen content, publiek en site structuur, ben ik met potlood en papier aan de slag gegaan. Welke onderwerpen zou ik aan bod brengen? Welke daarvan waren gerelateerd? Hoe zou ik die onderwerpen, secties, verder kunnen onderverdelen in individuele pagina's, verder inrichten? Hoe zou ik blijven zorgen dat bezoekers, ondanks de diversiteit aan onderwerpen en de hoeveelheid individuele pagina's, toch eenvoudig van het ene deel naar een geheel ander deel, van de ene pagina naar een andere pagina met zo min mogelijk klikken, konden komen?
Want dat het meerdere pagina's
zouden gaan worden, was me al wel duidelijk. Alleen
hoeveel? Een belangrijke vraag bij webontwerpwebdesign design internetontwerp
internetdesign houdt zich bezig met welke hoeveelheid
aangeboden content in één pagina
de bezoeker nog prettig vindt. Een hele lange pagina verleidt
de bezoeker niet om door te bijten tot het einde.
Het logisch opknippen van de inhoud van een site in eenvoudig
te behappen brokken en die losse brokken vervolgens weer
logisch verbinden met behulp van hyperlinks is een kunst op zich.
Go Home
Het belang van een goede, doordachte en voor de bezoeker duidelijke en eenvoudig te begrijpen structuur aanbrengen in al de inhoud die je te bieden hebt, is uitermate groot. Het merendeel van je bezoekers zal je site vinden via een zoekmachine. Met het opgeven van een (aantal) zoekwoorden komt opeens één van jouw pagina's bovendrijven als een link in de top-tien van de gevonden pagina's bij, zeg, Google en de bezoeker besluit dat hij jouw pagina wil zien.
Dat is heel prettig. Juist hierom
bekommer je je om een goede content
en een goede markup met een smaakvolle
presentatie in één style sheet verzameld.
Maar het impliceert wel, dat je geen zeggenschap hebt over
wáar in je site een bezoeker binnenkomt.
Dat was nogal een ontdekking, toen ik
me dat besefte. Ik heb geen enkel idee hoe mijn
bezoeker, jij bijvoorbeeld, op dit punt in deze pagina bent
aangeland. Dat betekent dat ik ook niet weet waar mijn bezoeker
vandaan komt, van welke pagina voor dit punt.
Meteen realiseerde ik me de implicatie voor het gebruik van het
begrip 'home page'. Voor de bezoeker
hoefde de pagina die ik zo betitelde helemaal niet zo duidelijk
de 'home page' of het startpunt van
mijn site te zijn.
Zeer strikt genomen hoeft een goed gebouwde site helemaal geen index of 'home page' of startpagina of equivalenten daarvan te hebben. Als de ontwerper bij iedere individuele pagina van een site goed rekening houdt met de relaties tussen de inhoud van deze pagina met andere pagina's in de site en een duidelijke vertaalslag weet te maken van wat de site te bieden heeft naar een heldere menustructuur, kan zo'n indexpagina eigenlijk helemaal komen te vervallen.
Dat voert wel heel erg ver. Bovendien
zijn er servers die het hebben van en bestand met de
naam 'index.htm' of 'index.html' vereisen voor
de vindbaarheid en benaderbaarheid van een site.
Mijn site heeft een HOME en ik zie in mijn
bezoekersstatistieken dat toch heel wat mensen via die
pagina weer andere pagina's bezoeken, ongeacht waar ze zijn
binnengekomen.
Wel is voor mij de betekenis van die home
page veranderd in de loop van de tijd. Ik beschouw die
pagina eigenlijk als een soort kaft, flaptekst en inhoudsopgave
van een boek. Een bezoeker kan in vogelvlucht zien wat er
allemaal in mijn site zit opgenomen. Meer wil ik met die pagina
helemaal niet bereiken.
Belangrijk is het in ieder geval om te beseffen dat een site géen voorkant heeft, géen standaard ingang. Een site is via ieder document dat hij bevat te benaderen. Een goede samenhang in inhoud, site structuur en menu dient er voor te zorgen dat je bezoeker snel en eenvoudig de weg vindt, ongeacht hoe hij je heeft gevonden en of waar hij is binnengekomen.
copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete