PretLetters

Voor de wind

Vluchtmomenten

vluchtmomenten
[Alt]+ gaat naar
Accesskeys
S Sla sectienavigatie over
0 inhoud
1 eerste
2 vorige
3 volgende
4 laatste
5 omhoog

De briefing op de club vertelt van goed zweefvliegweer. Ik bekijk de kansen van thermiek op het veld, maar die schat ik niet hoog in. Rap neem ik een beslissing: ik ga vandaag vanaf Terlet overland. Blauw of niet, ik wil eruit. Misschien is een 50km voor m'n D wel haalbaar. Ik pols bij Jan Muller waar ik op moet letten om van Terlet naar Hoogeveen te komen. Een summiere briefing volgt. Hoogeveen zal ik proberen te halen. Als ik er eerder al onderuit zak, kan ik kiezen voor Salland. Dat ligt vrijwel rechtstreeks op de route. Maar wat er ook gaat gebeuren, m'n D zit er met wat geluk wel in vandaag. Twee andere ZHVC-ers gaan mee, Basje en Adri. Primair om zelf te vliegen, maar ook om als mijn ophalers te acteren.

De beide andere vliegers melden zich na aankomst op de strip aan voor een vluchtje. Basje heeft zijn ZVB en opteert voor de LS-4. Adri is nog solovliegend en wil een Ka-8 of ASK-23 proberen. Het weer is ruw. De grondwind is tot 7m/s, vrijwel Zuid. Op 3.000ft is de richting 220. De wind staat fors cross. Wel is het erg thermisch. Je ziet de startende kisten op zo'n 300m hoogte dansen aan hun kabel. De landing is ook een verhaal apart. Op final is het erg turbulent, de windgradiënt is agressief. Na montage van de Astir en tijdens de voorbereiding op de vlucht zie ik hoe de LS-4 vanaf zo'n ruime meter hoogte overtrokken uit de lucht dondert. Dit is niet echt bemoedigend, maar ik ga door met m'n voorbereidingen.

Ik teken de koers op m'n kaart in. Zet afstandscirkels om Hoogeveen heen, schrijf de kompaskoers langs m'n route en doe vervolgens van alles om mijn startmoment nog even uit te kunnen stellen. Maar dan zal het toch moeten gebeuren. Ik laat m'n barogram door Hans Groeneveld aftekenen. Hij brieft mij kort. Windrichting en snelheid, en ook het feit dat de wind zal ruimen naar zuidwest in de loop van de dag. In eerste instantie zal hij alleen maar harder worden. Pas tegen de avond gaat hij liggen. Hij kijkt peinzend naar boven. "Het is blauw hoor, vandaag." lijkt hij mij nog van m'n vlucht af te willen houden. Maar mijn besluit staat vast. Ik ga het in ieder geval proberen. Ik gesp mijn chute om en stap in. Drinken onder handbereik. Kaarten idem. De Shellkaart heb ik vanmorgen in tweevoud gekocht en één ervan heb ik aan Adri gegeven. De afspraak is dat ik eerst het weer zal bekijken. Ik verwacht na een ruim half uur wel te starten. Met m'n ophalers heb ik een frequentie op de grondset afgesproken. Als ik weg ga, laat ik dat over de radio weten.

De lierstart verloopt normaal, zij het dat het aan het einde zeer turbulent wordt. 'Een bel' flitst het door me heen. Ik BOKS voortijdig en keer me om. Na maar een paar seconden zoeken heb ik de bel gevonden. Het is een pracht bel, meteen ruim 2,5m stijgen. Binnen een paar minuten zit ik op 1.100m. Overal om mij heen zie ik kisten draaien en stijgen. Door de krachtige Zuiden wind wordt ik snel richting Apeldoorn weggezet. "Adri-grond, 820." roep ik op, want eigenlijk heb ik de beslissing weg te gaan al tijdens de start genomen. Ik krijg nog geen antwoord. "Adri-grond, 820; ik ben weg." zeg ik op goed geluk. Misschien zijn de mannen nog niet bij de grondset. Misschien is het zendvermogen erg zwak. Ik zal het over een paar minuten nog eens proberen. Als ik het verkeersplein van Apeldoorn al voorbij ben, meld ik me nog een keer aan. Deze keer komt het bericht wel aan. "Succes." is het antwoord.

Nu ben ik alleen. Teuge voorbij. Tijd om de IJssel te kruisen. Mijn eerste plan is route Raalte-Salland-Ommen en dan pal Noord naar Hoogeveen. Maar ik bedenk me tijdens de oversteek. In het blauw zal het vinden van de volgende bel niet eenvoudig zijn en veel aandacht kosten. Dat betekent minder aandacht voor m'n kaart. Ik besluit op afstand de IJssel te volgen ten Oosten daarvan en pas bij Meppel naar rechts af te slaan, de snelweg richting Oost volgen. Zo is m'n route makkelijk bij te houden en kan ik mijn aandacht maximaal op het vliegen vestigen. Het is een klein stukje om en vooral Meppel-Hoogeveen zal langer duren dan ik wil vanwege die harde Zuiden wind, maar het lijkt mij de meest eenvoudige oplossing. Ik heb geen haast. Ik wil alleen maar in Hoogeveen aankomen.

Erg veel lef heb ik niet. Ik dobber op kleinere belletjes en laat de wind het werk doen. Ik wens hoog te blijven. De lucht is genadeloos blauw. Het is zeer warm onder mijn kap. Al snel loopt het zweet in kriebelige druppels langs mijn slapen, onder mijn kin en in mijn nek. Ik ben blij dat ik wat te drinken bij me heb. Het is lekker en zorgt voor een beetje afleiding. Al gauw heb ik door dat de zakjes waar ik voor de start mijn kaarten in had gedaan, niet geschikt zijn voor dit doel. Nu til ik gewoon een been op en ga half op m'n kaart zitten als ik hem even kwijt wil.

Opeens vind ik een krachtige bel, 4m. Ik zit deze uit tot zo'n 1.600m en neem dan een voor mij gedurfde beslissing. Bellen zijn onzichtbaar in dit weer, maar ik steek weg richting Meppel en hoop er het beste van. Kom ik buiten te staan, jammer dan. Ik ben de 50km cirkel vanaf Terlet zojuist gepasseerd. M'n D heb ik binnen, als alles goed afloopt. De Solfahrt staat op 1,0m. En dan gebeurt het. Dalen. Eerst zo'n 2m. Nog niets aan de hand. Vervolgens 3, oplopend via 4, naar maar liefst een kleine 5m/s dalen. Ik vlieg zo'n 130km/uur op dat moment. Ik schrik me wezenloos. Ik controleer m'n kleppen. Deze zijn toch echt gelockt. Het dalen wordt nog extremer en ik bereid me voor op een buitenlanding. Ik baal stevig.

Toch ga ik de theorie uitvoeren. Ik verleg mijn koers richting het Oosten en loef steeds verder tegen de wind in op. Daarbij houdt ik landschap, positie en koers goed in de gaten. Bij 900m en nog steeds extreem dalen begin ik me oncomfortabel te voelen. Voor ik het weet ben ik door de 700m gezakt. Het dalen is verdwenen, maar stijgen is nog onvindbaar. Ik zoek naar velden, liefst benedenwinds van een dorp. Akkers te over. Op enige afstand zie ik drie gitzwarte akkers vlak bij elkaar in de buurt en redelijk in de wind. Daar ga ik op af. Ze liggen iets ten Noorden van Nieuwleusen. Op mijn kaart zie ik hoogspanningsleidingen. Na enig zoeken zie ik ze lopen. Ze bedreigen de inzweef van mijn potentiële landingsvelden niet.

Op 600m ben ik bij de velden. Ik vlieg er eens overheen en besluit om mijn windrichting zo zuiver mogelijk te bepalen. Het 'de wind zal ZW worden' zoemt door mijn hoofd. Ter plekke verzin ik een methode. Ik kies een duidelijk herkenbaar vast punt op de grond, een kleine rotonde. Daar vlieg ik op aan. Aangekomen zet ik een bocht in om het punt heen. Deze bocht houd ik twee volle cirkels (constante snelheid) vast. Na de helft van de derde cirkel te hebben gevlogen leg ik de kist recht en koers recht op dat verkeerspleintje aan. Nu vlieg ik min of meer recht tegen de wind in en heb ik een idee van de snelheid. De koers op mijn kompas is iets meer dan 18. Deze prent ik in mijn hoofd. Al met al heeft dit geintje me maar weinig tijd en hoogte gekost, maar het geeft me een veilig gevoel om exact te weten waar de wind vandaan komt. Nu kan ik ontspannen eerst rustig verder zoeken naar thermiek. Ik zit tenslotte nog steeds op een ruime 550m en ik zit vlak in de buurt van drie prachtige akkers.

Ik koers op het grootste veld af en vlieg er overheen. Deze zwarte vlakte, tussen al dat groen. Dikke kans dat daar bellen vanaf komen. Benedenwinds van het veld aangekomen ga ik tegen de wind in vliegen en zie daar. Neus wordt opgedrukt, snelheid loopt op, m'n kist rammelt van de turbulentie. Een bel, net nu ik hem het hardst nodig heb! Geweldig. Het is zondag en Staphorst is niet ver. Ik denk niet dat een Staphorster boer of zijn buurman blij is met een zweefvliegtuig in zijn akker op de dag des Heeres. Godzijdank zal ik vandaag niet ervaren, hoe de christelijke mens zijn medemens in nood van zijn erf afjaagt.

Veel sneller dan verwacht zit ik al op 1.500m. Zo'n hoogte is absoluut overbodig, maar wel aangenaam. Ik zit net ten zuidoosten van Meppel en begin richting Hoogeveen uit te glijden. Ik vlieg hard, 150km/uur. Ik weet dat ik het ga halen. Bovendien zal ik ruim tijd overhebben om het veld te vinden, want dat is het laatste probleem. Het vinden van het vliegveld.
Volgens het verhaal van Jan vanmorgen is Hoogeveen niet eenvoudig te herkennen. Een grasbaan te midden van de weilanden aan de noordoost kant van de stad. Een torentje en wat hangaars zouden een aanwijzing moeten zijn. Ik meld aan mijn ophalers op de afgesproken frequentie dat ik bij stad Hoogeveen ben aangekomen. Geen respons. Ze zullen zelf ook wel aan het vliegen zijn en gelijk hebben ze.

Ik schakel over op de frequentie van Hoogeveen radio en meld dat ik op hun veld wil gaan landen. Ik verzoek informatie. Dat had ik niet moeten doen. In rad knauwend radio Engels komt er een afgebeten bericht waar ik net 10% van oppik: mijn eigen registratienummer. De rest gaat volledig langs me heen. Ik roep opnieuw op, meld dat ik geen RT heb en vraag of ze wat langzamer willen herhalen wat er zonet werd gezegd. Het bericht bleek eenvoudig: Landingsrichting 27, grondwind 18 met 15 knopen/uur, linkerhand circuit, melden als ik op downwind ga. Oi, 90° Crosswind met zo'n 7m/s op een volledig vreemd veld. Dat kan leuk worden. Ik zie die LS-4 weer voor me. "Let op je snelheid!" prent ik mezelf in.

Inmiddels heb ik het veld gevonden, door de vele motorvliegtuigjes die er starten en landen. Er staat een heel lint van kleine kistjes in de lucht, die samen een prachtig circuit vormen. Op ruime hoogte, zo'n 1.000m vlieg ik even ten Westen het veld voorbij. Ik zie een sleep klaar staan om te vertrekken en herken onmiddellijk de zweefvliegstrip. Gerustgesteld draai ik ten Oosten terug naar stad Hoogeveen. Heel Hoogeveen lijkt bellen uit te braken. Bij de rechtlijnige vlucht over de stad naar het hoogaanknopingspunt heb ik een kleine 200m aan hoogte gewonnen! Iets buiten het hoogaanknopingspunt draai ik in met hoge snelheid en iets geopende kleppen mijn hoogte eraf. Mijn hoogtemeter wijst nu 330m aan. Maar ik lijk veel hoger te zitten. Ik tik tegen m'n dashboard naast de hoogtemeter: geen reactie. Ik kijk naar de huizen onder mij. Ik zit toch echt ruim hoger dan 300m.
Ik besluit om mijn hoogtemeter verder te negeren en blijf uitsluitend nog naar het veld kijken. Uiteindelijk draai ik het circuit binnen, hoogtemeteraanwijzing is nog maar zo'n 140m op dat moment. Raar gevoel. Via de radio meld ik me op hoogaanknoping. "Is dat downwind?" komt er geïrriteerd terug. Ik grinnik en bevestig vervolgens via de radio dat ik inderdaad op downwind zit. Tijdens rugwind is mijn opstuurhoek erg groot. De lage vleugel van de Astir zit mij nu voor de eerste keer echt in de weg. Ik heb vlak na laagaanknoping geen enkel zicht meer op mijn veld. Met kleine S-bochten probeer ik zo nu en dan om het landingsgebied weer te bekijken. Tot mijn schrik kan ik het zo snel niet ontdekken. Ik vlieg verder op gevoel en draai m'n dwarswind op. Nu zie ik het veld weer terug. Toch onthouden. Bij een buitenlanding is het benedenwinds vliegen van je circuit pure noodzaak. Zeker met een Astir met z'n lage vleugel. Ik houd mijn snelheid hoog, 110km/uur en mik op het net ontdekte doellandingsveld. Het is vreselijk turbulent en de windgradiënt is door de industriële bebouwing pal naast het veld enorm. Halverwege final zie ik mijn hoogtemeter door de 0m zakken. Vreemde gewaarwording.

De landing is mooi. Netjes afgevangen en in het doellandingsveld. Ik zag een sleep klaar staan om te starten en stuur uit naar links om de weg vrij te maken. Ik rijd recht op een zeer diepe sloot met naar steile kanten af. Acuut ga ik in de rem en gooi de Astir over rechts de bocht om. Redelijk op tijd sta ik stil. Weer wat geleerd: niet uitsturen op vreemde velden. Je weet maar nooit.

Als de kist volledig tot stilstand is gekomen en op z'n rechter tip zakt beginnen opeens m'n knieën te trillen. Ik sta verdomme op Hoogeveen, ruim 80km van Terlet! Okay, met de wind mee, maar dat doet iedereen. Ja, het is in een Astir, maar daarom koos ik voor Hoogeveen en niet voor Salland. Ik wilde mezelf iets bewijzen. Dat heb ik zojuist gedaan. Ik stap uit, grijnzend en veel vermoeider dan na mijn vijfuurs. Ik schat de vluchtduur op zo'n anderhalf uur. Ik voel me oppermachtig. De wereld is nu van mij.

Onmiddellijk komt er een aantal mannen op m'n kist af. De eerste vraag is "Waar kom jij vandaan?". Na mijn nog van spanning en adrenaline doordrenkte enthousiaste antwoord breekt er spontaan een feestje los. Een wat oudere man stapt versneld op me af. Met een vette grijns op zijn gezicht geeft hij me een stevige hand en twee zoenen op m'n wangen. In voor mij onverstaanbaar Drenths spreekt hij iets uit dat ik voor een felicitatie houd. Vervolgens staan ze in de rij om mijn landingsverklaring te tekenen.
Met een trekker wordt mijn Astir naar de andere kant van het veld gebracht. Daar strijken we neer op een terrasje. Ik moet oppassen, want ik wordt door de mannen zonder pardon vol met bier gekiept. Zometeen moet ik wel m'n kist nog demonteren. De vermoeidheid slaat nu toe en de spanning valt volledig van me af. Ik ben opeens hondsmoe en mijn hoofd bonst. Ik zoek een koel plaatsje in de schaduw en geniet na van de vlucht. Dit moment zal eeuwig bij me blijven.

Een klein incident werkt bij mij op mijn lachspieren, maar is voor de Hoogeveners minder plezierig. Er komt een Astir Jeans landen. Deze breekt uit door de wind. Weerhaaneffect. Diezelfde sloot, die ik heb gezien van veel dichterbij dan mij aangenaam was, wordt nu niet meer ontweken. De kist rolt door en hangt uiteindelijk met beide tippen op verschillende wallekanten. De slof ligt nog net op het aflopende stuk van de slootrand. Die vliegt voorlopig niet meer. Wat een dag. Eerst een LS-4 die uit de lucht lazert en nu een Astir Jeans de sloot in. Later, in de Bel, hoor ik dat er ook nog een 21 in de landing is overtrokken en beschadigd uit de vaart is gehaald. Ik leer hiervan dat de wind een niet te onderschatten factor is in je landing.

Pas bij het afscheid nemen zie ik hoe een trotse 'goud-insigne' op de borst prijkt van de vriendelijke, maar nog steeds onverstaanbare Drenth. Nu kan ik die gulle glimlach, met vaderlijke trekken plaatsen. Ik voel me opeens een erg pril vliegertje. Ik heb nog veel te leren.

Daar begin ik volgende week mee, besluit ik.

copyright © 1997-2005 Barbara de Zoete