PretLetters

Mijn echte leven

Vluchtmomenten

vluchtmomenten
[Alt]+ gaat naar
Accesskeys
S Sla sectienavigatie over
0 inhoud
1 eerste
2 vorige
4 laatste
5 omhoog

Na een enerverend weekje Astir vliegen op Terlet, waarin ik nog twee overlands heb gemaakt, wordt boven een zoveelste glas bier besloten dat ik mee ga doen aan de Gelderse 1dags wedstrijd. Die overlands waren nogal uiteenlopend van aard. De eerste heb ik op maandag gevlogen en betekende kennismaking met 3 zaken: a. Veluwe thermiek bestaat, b. m'n eerste buitenlanding en c. dat was dan ook meteen maar een buiklanding.

Onder voor mij veel te zware omstandigheden, 1-2/8 Cu onder 6-7/8Sc met een basis op zo'n riante 1.000m, nam ik het besluit toch weg te steken. Na één steek was ik de IJssel over, vond een bel waar ik hem verwachte, werd op 600m uit deze bel geschopt. Niets aan de hand. Ik vond er nog één. Ook deze leek er op 600m mee te stoppen. 'Dit is geen toeval.' dacht ik. Ik ben niet meer weggekomen bij Doesburg. Na een ruim half uur vechten tussen de 350m en de 600m boven een prachtige akker, gaf ik het op. Toch was de spanning van de eerste buitenlanding extremer dan ik me had voorgesteld en ik vergat prompt m'n 4xW op hoogaanknoping. Wieldeuren pleite.

De tweede overland was meteen de dinsdag daarna. Het was schitterend weer. 2-3/8Cu met een basis op zo'n 1.900m. Maar ik had de schrik van de dag ervoor fors in m'n benen zitten. Pas na een grondige controle van de thermiek gedurende zo'n half uur lokaal vliegen, durfde ik er op uit. Het werd een eenvoudige route, Terlet - Malden - Asperden - Goch en terug via exact dezelfde route. Toch zo'n ruime 100km gevlogen. Een vlucht van 2 uur. Machtig mooi was de steek terug van Asperden Veld, 1.900m, met twee slagen draaien (overbodig bleek) boven Arnhem Zuid, en dan op ruim 600m naast Terlet aankomen! Oefening final-glide staat er in m'n logboek.

Daarna verslechtert het weer en vlieg ik uitsluitend lokaal met kisten van de school. Nog wel passagiers gevlogen. Ook leuk om te doen. Maar de balorigheid slaat langzaam toe. Als je een vrijdag in Arnhem door brengt heb je dat ook wel weer gezien. 's Avond komt er steeds meer bier op mijn barrekening te staan. Zaterdag wordt de Gelderse uitgesteld. En zaterdagavond schrijf ik me in.

Pas 's ochtends, bij het slaap uit mijn ogen wrijven, vraag ik me af hoe ik in godsnaam zoiets kan doen. Rillend van de kou begeef ik me na het douchen naar de Bel. Officieel heb ik m'n zilver nog niet binnen. Tijdens het koffiedrinken begin ik te beseffen wat er aan de hand is. Tussen de verzamelde deelnemers zie ik kampioenen van nationaal en wereldniveau. Bij de inschrijving roept één van hen dat ik maar een verzegelde barograaf moet inbouwen als ik mijn 300km nog niet heb. Ik ginnegap. Dat kan ik nog helemaal niet, maar voor de zekerheid laat ik de barograaf toch maar verzegelen net als m'n keerpuntcamera. Het is halftien en buiten staan de Cu vers en hoog aan de lucht. Nog een halfuur wachten.

Gelaten begeef ik me naar de briefing. Gelukkig heb ik een aantal keren ophaler gespeeld bij wedstrijden en begrijp ik zo ongeveer wat er in de briefing wordt gemeld. Maar bij het intekenen van de A-opdracht voor de standaardklasse, >300km inderdaad, ontdek ik tot mijn schrik dat het tweede keerpunt niet op mijn kaart ligt. Via tussenkomst van de wedstrijdleiding kom ik er achter waar Dulmen ligt en ik gok het erop dat ik dat vanaf het laatste punt van de kaart kan vinden. 11:45u Is de uiterste tijd om in de box te staan. De Astir staat in recordtijd in elkaar. Ellendig is dat ik de tape die ik vrijdag nog heb gekocht nu niet kan vinden. Een vriendelijke collegavlieger staat mij een paar meter van zijn spul af. A-inspectie en nerveus richting box. De standaardklasse zal als laatste starten en ik sta als laatste in de startlijn. Fijn.

De wind is NW, zwak en brengt onstabiele en vochtige polaire lucht mee. Ruim voor de Veluwe plopt de ene na de andere cumul tevoorschijn, maar tegen de tijd dat ze boven Terlet aankomen zijn ze tegen een stevige windinversie uitgesmeerd en vormen ze een dicht en donker Sc-dek. Hier en daar vallen er nog wat gaten in, maar erg best ziet het er niet uit allemaal. Daar waar de zon kans krijgt ontstaan onmiddellijk nieuwe cumuls. Het is maar zo'n 10° aan de grond en de zon is die van vroeg mei. Typisch weer, ik zou er zelfstandig nooit op uit gaan. De start wordt uitgesteld, langdurig. Dan wordt besloten over te gaan naar de B-opdracht. Ik gum en teken opnieuw. Deze past wel geheel op m'n kaart. Ruim 200km. Ik kijk op m'n horloge. Het is al 14:00uur geweest.

De clubklasse is inmiddels weg. Voor hen geldt: kabeltijd is starttijd. Met de wind mee drijven en draaien zij hun eerste been op. De beurt is nu aan de open-/renklasse. Een andere ZHVC-er doet mee met de Pik-20. Voor de start grappen we wat op en neer. Hij, instructeur, 300 al op zak, in een goed verzorgde Pik-20 van de club. Ik, 4 overlands, zilver nog niet officieel, nog nooit aan een wedstrijd meegedaan, in een Astir CS zonder wieldeuren. 'Ik vlieg jou er wel uit' vind hij. 'Maar ik zal jou op één punt verslaan: ik zal eerder aan dek staan!' bek ik terug. De Pik wordt aangehaakt, start en landt. De Pik wordt aangehaakt, start en landt. De vlieger komt me even bemoedigend toespreken. 'Geen weer vandaag' zegt hij. 'Overal grote velden Sc en nergens een zonneplekje op de grond.' 'Nulletjes, hangen en wurgen.' 'Hoog proberen te blijven!' is zijn advies aan mij. Hij zal het niet nog een keer proberen en druipt af.

Ruim voordat ik een kabel krijg, kruip ik al in m'n kist. Ik probeer me te ontspannen, maar ik ril van kou en stress, waarvan ik nog niet kan bepalen of ik die leuk vind of niet. Tot overmaat van ramp komt de Postbode ook nog bij m'n kap staan om aandacht te vragen. Tegen het onvriendelijke aan stuur ik hem weg. De Astir staat nu vooraan. M'n ophaler staat te bekvechten met een andere ophaler om mij de laatste kabel van de set te kunnen geven. Geweldig gezicht! Het Sc-dek is net opengebroken en er zal nu wel ergens een bel staan. Bovendien kan ik nu, zwaktebod, rugzakvliegen om voor de opening van de startlijn in ieder geval boven te kunnen blijven. M'n ophaler begrijpt dit en handelt dien overeenkomstig. De startleider beslist echter anders. Deze kabel gaat naar een andere kist. Da's pech, want dan heb ik de eerste kabel van een volgende set.

In de set waarin ik start zitten grote mannen van het kaliber callsign SB. Op het moment dat de kabel aan mijn kist wordt gehangen valt alle spanning van me af. Het rillen stopt. Een soort van super-concentratie komt hiervoor in de plaats. Ik speel met de gedachte dat de inschrijving 55 gulden heeft gekost, dat ik een tweede kabel, als ik er nu onderuit zak, toch zal nemen. Dan zijn de kabels per saldo goedkoper geweest dan die van de school en houd ik er nog een leuk vaantje aan over ook! Los van de kabel. 320m! Dit geeft me weinig tijd. Een zonneplek schuift over Deelen en rolt over de hangaars. Bekend met het hangaar-effect sprint ik erop af. Een vlugge berekening leert me dat ik met de Astir langs dit korte lierpad op 170m kan aanknopen om nog een volledig circuit te vliegen. Andere landingsmogelijkheden flitsen door mijn hoofd en terwijl mijn hoogte wegloopt verplaats ik mijn landingsveld van de ene naar de andere plek als de eerste, daarna de tweede keus niet meer binnen bereik is. 'Ik vlieg een wedstrijd.' prent ik me in. 'Ik moet het proberen!' Via de radio kan ik de wedstrijdleiding altijd nog melden dat ik verkort indraaiend dan wel NO of ZW op de lange strip zal landen. Ze zullen me niet aardig vinden, maar dan heb ik het geprobeerd.

De hangaar doet het geen moment te vroeg. 220m! Centreren is lastig, maar het stijgt. Mijn grootste angst voor wedstrijdvliegen wordt nu bewaarheid. Twee slagen in de bel en ik zie van alle kanten een wezenloos aantal kisten op me af komen. Rap is de bel van wolkenbasis tot laagst mogelijke hoogte bezet. Ik prent mezelf in dat ik met uitstekende vliegers in de bel zit, die exact weten waar ze mee bezig zijn. Als ik goed uit mijn doppen kijk en geen onverhoedse bewegingen maak gaat alles goed. En natuurlijk gaat het goed. Geen enkele kist heeft me verrast, maar een tip met minder dan 20m marge over je kap zien schuiven is werkelijk vreemd.

Groot voordeel van een Astir is, dat je hem met nul tot geen snelheid in een bel kan ophangen. Ik vlieg zo'n 70km/uur, als ik van een andere vlieger op m'n donder krijg: 'Hé, 820, vlieg eens wat harder!'. Uit sociale en veiligheids overwegingen ga ik 80 vliegen, maar harder weiger ik pertinent. Ze vliegen maar om mij heen. Bovenin wordt de bel een wonder van vliegplezier, ruim 4m, rond! De basis ligt op 1.500m.

Over de radio komt het bericht voor de 'heren vliegers', hetgeen na een vermaning één der vliegers kort daarop wordt gecorrigeerd, dat de startlijn open is. Het is al 15:35u. Die ruime 200km kan ik op mijn buik schrijven. Ik mag blij zijn als ik in één steek Asperden haal. Iedere standaardklasse kist vliegt nu uit de bel weg richting startpunt. Ik volg en geniet van het uitzicht. Zeven kisten op een rij, die met een rotgang allemaal dezelfde kant opvliegen, dezelfde bocht draaien en tegelijk wegvliegen. Ik volg in afwachting. Boven Arnhem Zuid wordt met een paar slagen nog wat hoogte erbij gedraaid. De meeste kisten vliegen op zo'n ruime 1.300m al weer door. Ik aarzel, want 1.300m in een Astir zonder deuren met mij erin brengt me met te weinig marge naar mijn volgende landingsmogelijkheid, Asperden. Pas op 1.400m vind ik dat ik binnen glijbereik ben plus marge. Daarvandaan zie ik wel verder.

Ik steek weg. Door het gebrek aan wieldeuren jankt de Astir nu ook voor de vlieger ouderwets herkenbaar. Ik ga te hard, besef ik. Ik verspeel m'n hoogte te snel en het Sc-dek is genadeloos dicht. Ik matig m'n snelheid en trim de Astir af op een milde 110km/uur. Asperden bereik ik op zo'n 550m. Iets links daarvan valt de zon op de aarde. Ik vlieg er onmiddellijk op af. De bel die hier loskomt is agressief en turbulent en ik heb de grootste moeite om hem te centreren of gecentreerd te houden. Met hangen en wurgen kom ik tot zo'n 900m. Hier knikkert de bel mij eruit. Ik vloek en probeer opnieuw. Ik heb voor de start nog gevraagd of de Peel, dan wel Volkel actief waren, 5 mei tenslotte, maar er waren geen NOTAM's verschenen. Deze twee zaten in m'n route voor de A-opdracht. De B-opdracht bevat Laarbruch. Ik heb nooit gevraagd naar Laarbruch. Het is nog steeds 5 mei. Ik durf het niet aan door CTR-Laarbruch heen te steken en wil er overheen. Het kost me waanzinnig veel tijd voor ik hoogte genoeg heb om in één steek over Laarbruch te kunnen komen. Ik ben kwaad op mezelf omdat ik dit niet heb nagevraagd, maar ik heb het lef niet om het alsnog via de radio te vragen. 'Hoog blijven' was het advies. 'Dat kan helemaal niet!' vloek ik terug, als ik Westelijk van de Maas een geplande bel niet vind. Ik moet wel steken, want ik moet steeds onder die nare Sc door.

Opeens vind ik een bel, loskomend van een dorpje. Rustig brengt deze me naar 1.400m. Hiermee kom ik wel over Laarbruch heen. Ik begin richting Venlo uit te glijden. Als ik de brug wil ronden, dan moet ik nog één bel tegenkomen om veilig de stad over te komen. Op de kaart bestudeer ik de ligging van het zweefvliegveld Venlo, voor het geval dat ... Zo rustig glijdend kijk ik mijn ogen uit. Wat mij schrik aanjaagt is dat sommige akkers, eenmaal door de zon beschenen, prachtige aspergedijkjes blijken te zijn! In wolkenschaduw is dit niet zichtbaar. Langzaam gaat het landschap golven. Er verschijnen nu ook diverse kassen. Venray krijgt een lik zon en ik pik de bel op die daarvan loskomt. Op 1.300m besluit ik om weer op koers te gaan.

Op ruim 700m kom ik aan de grens van Venlo. Bruggen geteld en de juiste voor de neus van mijn kist gedraaid. Het Sc-dek is nu dik en donker. Het vliegveld zie ik al liggen. Ik schat in dat ik na het ronden van de brug nog boven circuithoogte bij dat veld kan aankomen en vlieg dus door. Achter de brug druk ik op de ontspanner van m'n camera. Hij flitst! Fuck! Snel enkele knopjes geprobeerd, een extra cirkel gemaakt en nog een keer geklikt en weer flits hij! Nondejú. Weer wat geleerd. Volgende keer of tape op het flitslicht of gewoon het lampje slopen. Foto's zijn nu per definitie mislukt. Terwijl ik naar het veld vlieg kom ik in stijgen terecht. Ik zit nog in de wedstrijd en dus probeer ik het. De bel brengt mij traag naar 1.100m. Het is halfzes. Ik zoek op mijn kaart. Buiten glijbereik ligt Kamp Lintfort, even daarvoor een Duits zweefvliegveld. De kaart laat geaccentueerd terrein zien. Die nare aspergevelden komen in gedachten boven en bovendien is de kasdichtheid van dit gebied erg groot. Ik zit al twee uur in de lucht. Ik heb prachtig gevlogen, grenzen verlegd, veel geleerd. Als ik de Astir nu schadevrij op Venlo zet, is dit in van mijn mooiste vluchten tot nu toe geweest.

En zo besluit ik op Venlo te landen. Tijdens het vliegen van mijn circuit zie ik iets op het veld, dat ik zo snel niet kan verklaren. Op final zie ik bovendien dat al die 'ietsen' bewegen. Ik begrijp er geen jota van, maar moet me eerst concentreren op mijn landing. Als ik stilsta zie ik vanuit de verste hoek van het veld schapen uitzwermen! De Venloërs vertellen dat die schapen inderdaad op het veld lopen als hun vliegbedrijf is opgeruimd. Weer wat geleerd.
Ik strijk neer in het clubhuis. Aardig mensen, lekker bier en een andere wedstrijdvlieger, die moest plassen en dus ook op Venlo is geland. Tegelijk komen onze ophalers aanrijden. De Astir zit snel in z'n doos en laat in de nacht komen we terug op Terlet. Aldaar toch nog mijn filmrolletje in kunnen leveren en de getekende landingsverklaring. Op de voorlopige uitslag gezien dat ik niet eens laatste ben geworden. Nog voor ik in m'n tent lag was ik al weer in dromenland. Dit is genieten. Dit is mijn echte leven.

copyright © 1997-2005 Barbara de Zoete