PastLetters

Worsteling

PastLetters
[Alt]+ gaat naar
Accesskeys
S Sla sectienavigatie over
0 PastLetters
1 misbruik
2 worsteling
3 herstel
4 nu

In deze pagina vertel ik over de worsteling die ik als jong mens doormaakte, om mijn leven op de rails te krijgen en te houden, om überhaupt een beetje tot leven te komen en in leven te blijven eigenlijk, na jaren van seksueel sexueel misbruik in mijn kindertijd.

In deze pagina laat ik zien welk een gevolgen sexueel seksueel misbruik heeft op het wereldbeeld en het gevoel van eigenwaarde van het slachtoffer, in ieder geval in mijn geval. Hoe ik me probeerde te handhaven in mijn puberteit en in mijn jong-volwassenheid. En hoe dat eigenlijk jammerlijk mislukte.

De gevolgen

Zelf heb ik altijd graag willen geloven, dat ik een onbezorgde jeugd heb gehad. Ik ging naar goede scholen, kon iedere hobby en sport die ik me wenste ook doen en had altijd goede zin in een hoop activiteiten die ik ondernam. Schrijven (prijzen mee gewonnen), lezen, tekenen (prijzen mee gewonnen), pianospelen, de schoolkrantredactie (prijzen mee gewonnen), school zelf (uiteindelijk goede resultaten met minimale inspanning), tennissen, paardrijden, zwemmen, hockey (prijzen mee gewonnen). Vaak werd me door mijn stiefvader in herinnering gebracht dat je weldegelijk voor "een dubbeltje geboren kan zijn en dan een kwartje kan worden." En zo dacht ik er zelf ook over. Met een zilveren lepel in de mond geboren. Een echt zondagskind. Een echt rijkeluiskind.
Ik was niet zo sociaal. Ik had weinig vrienschappen. En de vriendschappen die ik had, onderhield ik slecht. Soms ervoer ik dat als hinderlijk. Ik was wel erg veel alleen en had veel solo-activiteiten om mezelf bezig te houden. Maar alleen is toch maar alleen. Gemiddeld genomen had ik het toch goed naar mijn zin.

Puberteit

Ergens in mijn late puberteit veranderde dat toch. Ik voelde me oncomfortabel met mijn lichaam. Wilde geen vriendjes. Vond sexexperimenten akelig en bleef een einzelgänger. Mijn jongere zusje ondertussen groeide op tot een echte beauty. Lange blonde haren, zwarte ogen, brutale, pientere blik, lange benen, mooi lijfje. Sportief en sociaal, creatief en muzikaal. Uitstekende prestaties op school.
Ik dook weg in haar schaduw en ontwikkelde me op mijn eigen manier. De schijnwerpers waren voor haar en ik hield me op in mijn eigen, wat minder frivole wereldje.

Soms brak iets me op en verviel ik in een depressie. Een aantal keren ook ben ik van huis weggelopen. Zelf heb ik eigenlijk niet een bewuste, directe aanleiding ontdekt voor dit soort momenten. Ik werd er min of meer door overvallen.
Ik heb wel wat met psychologen gebabbeld in die periode, maar ik had zelf de relatie niet gelegd tussen het sexuele misbruik en mijn eigen gedrag. Er was slechts één psychologe, toen ik zeventien of achttien jaar oud was, die de vinger op de zere plek wist te leggen. Zij stopte met haar theorie, toen ik daar niet op aansloeg. Te suggestief werken is voor een psycholoog ook niet goed immers.

Ik ben gaan studeren in Leiden. Eerst een jaar Rechten, maar die stof beviel me niet. Toen Geschiedenis, maar ook daar presteerde ik niet veel. Nog steeds was ik sociaal niet echt vaardig. Maar ondertussen had ik wel weer hobby's en sporten opgepakt om me in de wereld te kunnen bewegen. Ook was ik lid geworden van Minerva, het studentencorps van Leiden. Daar had ik het goed naar mijn zin.
Studeren bleek toen echter niets voor mij. Ik ben gaan werken. Werken had ik al heel veel gedaan, naast school en studie, en ik had zo een baan te pakken. In mijn werk kon ik me op mijn gemak verder ontwikkelen.

Volwassenheid

Een jaar nadat ik was begonnen full-time te werken, werd ik geveld door een hersenvliesontsteking. Het heeft me bijna twee jaar gekost om daar fysiek weer helemaal van te herstellen. Een paar kleine restverschijnselen zullen nooit meer weggaan, zoals kramp in één been en een slecht oog als ik moe ben.
Ik had op het randje gelegen, enkele dagen bewusteloos, niet kunnen lopen of praten. Slechte ogen, verwarde spraak, slecht handschrift, slechte concentratie. Ik heb echt moeten vechten om daar weer boven op te komen.
Inmiddels was ik in Den Haag komen wonen en van baan veranderd.

Uiterlijk had ik het na een paar jaar goed voor elkaar. Een goede baan bij Defensie. Een goede locatie om te wonen, in een hofje in Den Haag. Een eigen autootje. Vrije tijd en zweefvliegen.
Maar nog steeds wilde het sociaal niet zo best lukken. Ik had een intensief contact met mijn stiefvader. Woonde schuin achter zijn kantoor en zag hem geregeld. Maar mijn vriendenkring was zeer beperkt. Alle contacten die ik in Leiden zo moeizaam had opgebouwd, waren inmiddels al weer verbroken. Sociale contacten met collega's had ik niet. Die zag en sprak ik alleen op en over het werk.

Een kleine kring van kennissen bouwde ik op met het zweefvliegen. Maar die contacten beperkten zich tot het vliegen zelf en buiten het veld zag ik die mensen niet.
Een 'verkering' had ik al helemaal niet. Ik had nooit echt vriendjes gehad en geen gedachte die een wens tot een relatie bevatte.

Mijn moeder sprak of zag ik in die tijd eigenlijk te weinig. Zij was al enkele jaren gescheiden van mijn stiefvader en wilde niet het risico lopen om hem tegen te komen als ze bij mij op bezoek was. Mijn zusje is na enige jaren studeren in Groningen ook in Den Haag komen wonen. Wij zagen en spraken elkaar wel. Op een gegeven moment woonden we zelfs naast elkaar in hetzelfde hofje, schuin achter mijn stiefvaders' kantoor. Toch leken we uit elkaar te groeien.

Na alweer enige jaren en een paar keer van baan veranderen bij dezelfde werkgever, viel ik opnieuw in een depressie. Ik verwaarloosde mezelf (weinig douchen, onregelmatig en ongezond eten, weinig slapen) en mijn huis (niet langer schoonmaken, was draaien, afwassen, vuilnis naar buiten brengen). Ik sliep steeds slechter, had nachtmerries en voor het eerst leed ook mijn werk onder mijn instabiele toestand van dat moment.

Zelf had ik eigenlijk niets in de gaten. Ik merkte alleen dat ik slecht sliep, die nachtmerries had, en helemaal niet graag thuis was. Ik worstelde gewoon door en was nergens op verdacht.

Op enig moment, in 1997, ging het echt fout met me. Ik heb me ziek gemeld op het werk, al kan ik me dat niet herinneren, en ben toen 'vertrokken'. Een dag of tien heb ik niet in mijn geheugen opgeslagen. Ik kon naderhand slechts aan de bonnetjes van benzinestations terugzien waar ik had getankt en dat was door ongeveer heel het land heen.
Na die tien dagen wist ik niet goed waar ik was, wat ik aan het doen was en wat ik wilde. Ik had een verlammende angst terug naar Den Haag te moeten en dat was wel een complicerende factor. In Den Haag was mijn wereld immers. Daar was mijn huis, waren mijn kleren, was mijn werk. En toch kon ik het niet, terug rijden naar Den Haag.

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete