PastLetters

Herstel

PastLetters
[Alt]+ gaat naar
Accesskeys
S Sla sectienavigatie over
0 PastLetters
1 misbruik
2 worsteling
3 herstel
4 nu

Na jaren van seksueel sexueel misbruik ben ik in een crisis terecht gekomen, maar daar ook weer goed uit te voorschijn gekomen. Dat lukte me niet in m'n eentje. Daar ben ik voor in therapie geweest.

Welke inspanning en tijd het me heeft gekost om weer geheel te herstellen van de gevolgen van het seksuele sexuele misbruik vertel ik in deze pagina die specifiek ingaat op mijn herstel.

Het herstel

Jaren had ik mezelf voor de gek weten te houden. Natuurlijk was ik me er al sinds lang van bewust, dat de relatie met mijn stiefvader onnatuurlijk was. Natuurlijk besefte ik, dat een aantal van mijn persoonlijkheidskenmerken gevormd waren door het misbruik. Natuurlijk begreep ik wat mijn nachtmerries waren, waar zij vandaan kwamen. Natuurlijk had ik een verborgen woede in me en een verborgen verdriet, pijn, angst. Ik heb altijd geweten dat ik misbruikt was, geen vergeten en gevonden herinneringen voor mij.

Maar het was geweest alsof ik onder hypnose heb gestaan. Ik kon me niet losrukken uit wie ik was, waar ik was, waar ik voor stond. Nu moest ik wel. Door de crisis van het moment moest ik actie nemen. Maar eerst waren er praktische zaken te regelen. Ik had geen hongergevoel, maar was licht in m'n hoofd en vermoedde dat ik dagen niet had gegeten. Ik moest ook ergens onderdak zien te komen. Slapen in de auto moest geen gewoonte worden.

Op goed geluk ben ik ergens neergestreken, waar ik me veilig voelde. Ik hield me angstvallig verborgen voor mijn werk en familie. Ik wilde koste wat het kost voorkomen dat ik terug moest naar Den Haag. Een vol jaar heb ik zo ondergedonken gezeten, met maar een enkeling die wist waar ik was.
Achteraf besef ik dat ik in die periode een aantal, tot dat moment min of meer onbekenden, zeer welwillende mensen heb ontmoet. Mensen die zich voor mij hebben ingespannen, zonder enig eigenbelang. Op sommige momenten is de wereld een mooie plaats om te zijn.

Opname

De depressie ontwikkelde zich steeds verder en dieper. Ik ontwikkelde straatvrees bijvoorbeeld. Ik verloor iedere capaciteit tot zelfredzaamheid. Uiteindelijke ben ik opgenomen geweest. Eerst in een 'rustoord' en vanuit daar in het gesloten gedeelte van de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Het ging alleen maar slechter met me.
Er kwam een kort moment van inzicht. Ik lag volledig met mezelf in de knoop. In de wandelgangen ving ik op van een groepje mede-patiënten hoe zij tegen elkaar aan het opbieden waren met hoevaak ze al wel niet waren opgenomen geweest. Ik was verbijsterd. "Dat nooit" dacht ik. Je bent hier toch niet voor je lol. Ik wil hier weg, maar dan wel op de goede manier.

In die tijd sprak ik een psychiater die me de vraag stelde "Wil je je beter voelen, of wil je beter worden?" toen ik weigerde om diep ergens op in te gaan onder het mom van "Ik voel me toch al veel beter? Wat wil je dan nog van me." Ook die vraag droeg bij aan mijn besef over herstellen versus je lekker voelen. Voor herstel was hard werken en veel inzet en lef nodig. Je lekker voelen kon ook met pillen.

Toen ik in het ziekenhuis was, nog in de gesloten afdeling, maar al wel met een bepaalde gecontroleerde vrijheidsgraad, kwam mijn moeder mij opzoeken. Dat zal veel moed gevergd hebben. Het kan niet leuk zijn om je kind in de vernieling te zien draaien en daar zelf machteloos naast te staan. Het kan niet leuk zijn om je kind te moeten bezoeken in een gesloten inrichting.
We hebben lang gesproken. Het misbruik vond zij verschrikkelijk. Ze voelde zich vreselijk schuldig en ellendig. Zij vroeg op een gegeven moment of ik dan liever geen contact meer met haar wilde. Mijn houding was vooral hard en boos. Ik zat vol van opgekropte woede en verwijten, ook aan haar gericht.
Ik kon me bijvoorbeeld haarscherp herinneren, dat ik toen ik veertien was haar hulp een keer heb ingeroepen. Op een wat onbeholpen manier, dat wel, maar we hebben toen samen op het politiebureau gezeten om na te gaan wat er nodig is om aangifte te doen. Ik wist zelfs nog hoe de rechercheur er uit zag, die we toen hadden gesproken en ik wist welke kleren mijn moeder aanhad toen we daar waren.

Zij kon zich die pijnlijke dag helemaal niet meer herinneren. Ook niet de afloop er van. 's Avonds, toen mijn stiefvader thuiskwam, confronteerde zij hem met mijn verhaal over het misbruik. Hij ontkende in alle toonaarden. Ik was daar bij aanwezig. Na wat heen en weer gepraat werd ik bang. Ik zag hoe dit het hele gezin uit elkaar kon rukken. Ik wist dat mijn stiefvader nu zeker nooit meer een hand op mij zou leggen op een manier die eigenlijk niet kon. Ik dacht aan mijn jongere zusje, tien toen. Ik werd door mijn stiefvader ook verschrikkelijk onder druk gezet.
En ik trok mijn verhaal in. Ik stamelde iets als "Misschien vergis ik me. Misschien heb ik een te grote fantasie ofzo." Mijn stiefvader en mijn moeder vielen vierkant over me heen, met onverholen woede. Later smeerde mijn stiefvader me nog eens fijntjes aan: "Dat had je leuk voor elkaar. Je hebt geen idee hoeveel verdriet je je moeder met dat verhaal hebt gedaan."

Maar ik wist, en hij wist, en waarschijnlijk ook mij moeder wist, dat het weldegelijk allemaal echt waar was. Alleen het was veel te pijnlijk toen, om te accepteren. Nu zat ik met de brokstukken van een leven van derig jaar, dat nooit echt geleefd was.

Ondanks dat de psychiater het me aanraadde, weigerde ik consequent om pillen te slikken. Ik was als de dood om aan medicijnen verslaafd te raken. Al na enige dagen in de gesloten afdeling had ik in de gaten dat veel medepatiënten nogal wat aan medicijnen slikten. Ik heb af en toe wel eens een slaapmiddel gevraagd en gekregen. Dat was de afspraak. Als ik echt heel slecht zat, zou ik om medicijnen vragen, maar het was niet standaard voorgeschreven.
Nooit langer dan drie dagen achter elkaar hetzelfde middel slikken en dan nog in lichte doses heeft me geholpen om niet afhankelijk te worden van de 'chemokar' zoals de patiënten het wagentje met medicijnen noemen. Tijdens mijn opname en ook wel daarna, snakte ik wel eens naar een slaapmiddel of antidepressivum. Toch ben ik heel blij dat ik het zo heb aangepakt. Na mijn herstel had ik in ieder geval niet nog eens het probleem van het weer moeten afbouwen van medicijngebruik.

Weer zelfstandig

Maar zover was het nog lang niet. Ik ben vanuit het ziekenhuis weer in het Westen gaan wonen. Maar niet in Den Haag. Dat had ik toch nog echt niet gekund. Inmiddels wel weer in Den Haag geweest. Bezoek aan de bedrijfsarts, de maatschappelijk werker, mijn chef, en het politiebureau.
Het politiebureau. Dat was heel emotioneel. Het was eigenlijk de eerste keer dat ik besefte, dat mijn stiefvader de wet had overtreden op een schandalige manier. Ik wilde eigenlijk aangifte doen, maar de zaak wa al verjaard. Barst. Ik kookte van woede. Ik was er nu pas aan toe om onder ogen te zien wat er in mijn vroegste jeugd allemaal was gepasseerd. Voor mij was er niets verjaard.

Ik werd wel heel netjes en begrijpend behandeld, een vrouwelijk rechercheur. Zij wist mij uit te leggen hoe de wet in elkaar stak, maar gaf me toch een kleine genoegdoening. Als ik dat wilde, kon zij mijn stiefvader oproepen voor een gesprek op het politiebureau. Dat hij daar niet heel vriendelijk zou worden ontvangen was duidelijk. Alleen, de politie kon hem niet dwingen. Als hij besloot niet op de uitnodiging in te gaan, konden zij verder niets meer doen.
Doel van het gesprek zou zijn informatie te verzamelen. Zo zou de uitnodiging ook worden opgesteld, met een vrij neutraal onderwerp. Ik zou er niet bij hoeven zijn. Ik besloot in een opwelling van wraakgevoelens dat ze dit vooral moesten proberen. Mijn stiefvader kennende is hij op de uitnodiging ingegaan. Hij voelt zich altijd geweldig belangrijk en is altijd opzoek naar een goed verhaal om zijn vrienden en kennissen te kunnen afbluffen. Dit verhaal zal hij wel niet hebben verteld.

Ik had nu, onder begeleiding, opnieuw mijn opwachting gemaakt in Den Haag en voor het eerst mezelf toegestaan openlijk boos te zijn om wat er vroeger was gebeurd. Ik had bonzende koppijn toen ik weer buiten Den Haag was. Wat een enorme spanning. Ik was er nog lang niet, natuurlijk, maar het begon tot me door te dringen, dat ik heel veel zelf kon sturen.

Therapie

Ook in Den Haag zou over een korte tijd een intensieve therapie beginnen, speciaal gericht op sexueelseksueel misbruikte vrouwen. Het was een groepstherapie, vier dagen per week. Ik kon me er geen voorstelling van maken. Het intake gesprek liep stroef, maar dat was omdat ik heel argwanend was. Mijn verblijf in diverse instellingen en contact met verschillende psychologen en psychiaters had me wat afstand doen nemen van het soort instituten, waar ik het komende jaar mijn weken zou doorbrengen.
Een korte blik op de vrouwen die er nu in therapie waren, en waar ik mee in de groep zou komen, maakte me wat schuchter. Zij kwamen over als een hecht groepje.

Een jaar was ik nu al ziek. De bedrijfsarts was overigens heel begripvol, maar drong wel aan op actie van mijn kant, die gericht was op herstel. Deze therapie hoorde daar toe.
Kennelijk had ik dat jaar nodig gehad om tot rust te komen. Ik was gespannen over wat me te wachten stond, maar hunkerde naar het herstellen van de grip op mijn eigen leven. Ik wilde bepalen wat ik deed, wanneer en vooral ook wat ik niet deed. Ook miste ik een aantal dingen bij mezelf. Al mijn creativiteit was verdwenen. Tekenen, muziek maken, zelfs muziek luisteren deed ik eigenlijk niet meer. Als ik probeerde te schrijven, kwam alleen maar mijn eigen ellende voor ogen en durfde ik mijn verhalen zelf niet terug te lezen.

De therapiën waren zeer intensief en emotioneel. Met name creatieve therapie en bewegingstherapie vond ik dramatisch moeilijk. Er kwam zo veel ellende los. Pijn vooral en bergen met verdriet. Ik heb in een klein jaar tijd dertig jaar huilen ingehaald. Woede kwam pas later. En dan nog met mate. Ik vond en vind woede niet effectief. Het bouwt niets op, vernietigt slechts. Boos worden kan handig zijn in bepaalde situaties, maar woede op iets wat ver, ver terug in de tijd ligt, dat levert zo weinig op.
Bovendien had ik mijn grootste woede al achter me liggen, denk ik. De boosheid die ik had ervaren tijdens mijn jaartje 'onderduiken' was waarschijnlijk al voldoende geweest.
In een bepaalde periode kreeg ik hallucinaties. Beelden en aanrakingen die voor mijn hersenen levensecht waren, maar die in de objectief waarneembare wereld niet bestonden. Die periode van enkele weken was heel zwaar. Heel zwaar. Het steeds weer angstig reageren op iets waarvan je achteraf beseft dat het alleen in je eigen hoofd bestaat, ik dacht dat ik nu echt gek aan het worden was.

Groepstherapie

Het feit dat de therapiën als groepstherapie werden geboden bracht een extra dimensie met zich mee. Ik werd geconfronteerd met andere vrouwen die soortgelijk (maar niet dezelfde) geschiedenissen hadden, als die van mij. Ieder ging daar op haar eigen manier mee om. De ene keer vond ik het een enorme opluchting om te herkennen en herkenning te zien bij anderen. De andere keer ergerde ik me mateloos aan vrouwen die niet in staat leken om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen, huidige leven, groepsgenoten die in hun slachtofferrol bleven steken. Pas later besefte ik dat die vrouwen op dat moment (nog) niet anders konden. Ik was weinig vergevingsgezind jegens zelfmedelij. Verdriet is goed, maar zelfmedelij veroordeelde ik hard. Ook bij mezelf.

Ieder van ons gaf wat ze kon en nam wat ze nodig had. Ik zat wisselend in de gevende en nemende positie. Ik kon veel pret en humor en plezier bieden. Relatievering en emotionele steun en een luisterend oor. Ik had zelf vooral behoefte aan voorbeelden uit de levens van de andere vrouwen, voorbeelden van hoe zij nu zaken aanpakten en oppakten. En aan het stoppen van mijn rationaliseringen. Man man, wat was ik goed in het rationaliseren van mijn verleden en mijn emotie.

Ik had een tijdens de hele therapieperiode een enorme gerichtheid op het nu en op mijn toekomst. Tegen het einde van de negende maand verplaatste mijn focus zich automatische naar mijn gewone leven. Een mengeling van angst en nieuwsgierigheid als ik dacht aan terugkeren naar mijn oude maaschappelijke plaats. Een streven dat van harte werd gesteund door mijn therapeuten.

Het uiteindelijk afscheid van de groep en de therapeuten, na tien maanden intensieve therapie, delen van lief en leed (letterlijk) en van persoonlijke groei, was emotioneel en prachtig. Zeer oprecht en wat mij betreft ook definitief

Een korte periode heb ik contact gehouden met één van de groepsgenoten, maar dit contact kostte mij te veel. Ik bleef aangever en waar ik weer midden in het leven stond na enige tijd, bleef die ex-groepsgenoot hangen in delen van het verre en recente verleden. Ik paste ervoor een persoonlijke, 'ervaringsdeskundige' therapeut te zijn en heb de relatie met haar verbroken. Ik had mijn energie voor mijzelf nodig.

copyright © 2003-2005 Barbara de Zoete